Redeneerleer als instrument voor kritisch lezen

Redeneerleer wordt vaak ingezet om kritisch te leren lezen. Leerlingen en lezers leren argumenten herkennen, conclusies volgen en drogredenen benoemen. Dat is zinvol en noodzakelijk. Maar wie redeneerleer uitsluitend gebruikt om fouten aan te wijzen, mist een belangrijk niveau van de analyse. De kern van kritisch lezen ligt niet bij de drogreden zelf, maar bij wat haar mogelijk maakt: de aannames die ongemerkt zijn geaccepteerd.
Een drogreden is zelden een plotselinge ontsporing in een verder correcte redenering. Zij markeert het moment waarop een tekst leunt op iets dat al eerder als vanzelfsprekend is aangenomen. Wie dat eerdere moment niet herkent, kan de fout benoemen, maar begrijpt haar werking niet.
Van herkennen naar begrijpen
Neem een bekend voorbeeld: “Dit standpunt moet wel kloppen, want de meeste mensen denken er zo over.” De drogreden — een beroep op de meerderheid — is snel aangewezen. Maar kritisch lezen vraagt een stap verder: welke aanname maakt deze redenering overtuigend? Dat consensus waarheid oplevert. Zolang die aanname onzichtbaar blijft, behoudt de redenering haar kracht, zelfs nadat de drogreden is benoemd.
Redeneerleer die blijft steken in classificatie, doet daarmee tekort aan haar eigen doel. Kritisch lezen begint pas wanneer de lezer zich afvraagt wat hij al moest aannemen om de redenering plausibel te vinden.
Dat inzicht is al oud. Aristoteles beschreef dat overtuiging niet alleen een logisch proces is, maar als iets wat ingebed is in gedeelde opvattingen over wat redelijk en geloofwaardig is. Argumenten functioneren altijd binnen een kader van vanzelfsprekendheden dat zelden expliciet wordt gemaakt.
Taal als schuilplaats van aannames
Aannames worden doorgaans niet uitgesproken. Ze zijn taalkundig verpakt in woorden als logisch, normaal, realistisch en gezond verstand. Zulke termen presenteren een interpretatie als neutraal, terwijl ze alternatieven impliciet uitsluiten. Voor de kritische lezer moeten dit signaalwoorden zijn: hier wordt niet alleen geredeneerd, maar hier wordt gestuurd.
De drogreden fungeert in zulke teksten als kantelpunt: het moment waarop expliciete argumentatie overgaat in een impliciet appel op gedeelde overtuigingen. Kritisch lezen betekent dan dat kantelpunt herkennen en teruglezen.
Aannames zijn cultureel bepaald
Wat als aannemelijk geldt, is niet tijdloos. Francis Bacon wees al op de idola: denkbeelden die voortkomen uit taal, traditie en menselijke neiging, en die ons denken sturen nog vóór we beginnen te redeneren. In die zin zijn aannames geen individuele misstappen, maar collectieve patronen.
In hedendaagse teksten — zeker in digitale omgevingen — worden zulke patronen versterkt door herhaling en selectie. Wat vaak verschijnt, lijkt vanzelf waar. De drogreden wordt daarmee geen incidentele fout, maar een terugkerende leesval.
Didactisch voorbeeld: drogredenen bij kritisch lezen
Tekstfragment
Het is logisch dat deze maatregel wordt ingevoerd. Iedereen ziet inmiddels dat er geen alternatief is.
Stap 1 – herken de drogreden
Beroep op de meerderheid en valse onvermijdelijkheid.
Stap 2 – expliciteer de aanname
Wat moet de lezer al aannemen?
- Dat ‘iedereen’ bestaat als relevante categorie
- Dat gebrek aan alternatief gelijkstaat aan noodzaak
- Dat ‘logisch’ een neutrale kwalificatie is
Stap 3 – kritisch lezen
De analyse verschuift van wat is fout? naar welk wereldbeeld wordt hier genaturaliseerd?
Tot slot
Redeneerleer blijft onmisbaar voor kritisch lezen. Het herkennen van drogredenen is daarbij een noodzakelijke vaardigheid. Maar wie daar stopt, ziet slechts het oppervlak van overtuiging. De werkelijke kritische beweging loopt achterwaarts: van conclusie naar redenering, van redenering naar aanname.
Drogredenen zijn geen eindpunt, maar richtingaanwijzers. Ze markeren de plek waar denken al gestuurd wordt — nog vóór het zich als redenering presenteert. Wie dat leert zien, leest niet alleen kritischer, maar ook aandachtiger voor taal zelf.
Heel interessant, die drie aannames, vooral de tweede, “Dat gebrek aan alternatief gelijkstaat aan noodzaak”: hoe vaak wordt daar overheen begrepen, hoe vaak worden die twee verward!
Het probleem voor mij met het begrip “drogreden” is, dat het lijkt of ze allemaal uit een boekje komen, “Drogredenen voor iedereen” of zo, of “handboek drogredeneren”, of Algemene Nederlandse Drogredenen, terwijl het gewoon redeneer- en denkfouten zijn. “Drogreden” is een veel te mooi en afschrikwekkende naam ervoor. “O, het is een drogreden!” Dan kun je zelfs nog denken dat het een stijlfiguur is. “Ja, goed hè?” Ik moet me althans altijd inprenten dat het redeneerfouten zijn, en na dit artikel kun je zelfs zeggen dat het verborgen redeneerfouten zijn, op grond van dubieuze aannames.
Nog even terugkomend op mezelf. Wat mij stoort aan het begrip “drogreden” is dat ze in de retorica allemaal een naampje hebben gekregen, en dat het erom lijkt te gaan, niet dat je ze herkent, maar dat je het juiste naampje erop kan plakken. Wat is er mis met vragen: waar zit hier de denkfout? waar zit hier de redeneerfout? Bij de vraag: welke drogreden is dat? hoe heet deze drogreden? gaat bij mij het deurtje van mijn hersenen al dicht. Want dat moet je geleerd hebben, terwijl je iets juist zou moeten doorzien, en dat kan als het goed is iedereen, door na te denken. LAten we het begrip “drogreden” bannen.
Ja, zo is het! Een reden waarom het tot een classificatie-oefening geworden is, lijkt mij dat je het dan gemakkelijker, ‘objectiever’, kunt toetsen. Maar dat is een slechte reden.
Dat gebrek aan alternatief gelijkstaat aan noodzaak. Amor fati tot het eigen lot. Waarom niet als er géén alternatief is? Geerten Meijsing en zijn verstrikte retorica dat levert niet mooie literatuur op.
Interessant en inzichtgevend artikel, waarbij ik denk: breid het kader gerust uit naar ‘kritisch luisteren’ ipv alleen ‘kritisch lezen’.
En helemaal als je kijkt naar de huidige ontwikkelingen (overgenomen van blog van Ernst-Jan Pfauth): “Econoom Tyler Cowen luidt het einde van het boekentijdperk in. Ik denk dat hij ten prooi valt aan technologisch determinisme. Maar Cowen heeft wel een punt dat we door YouTube, TikTok, en podcasts van een geschreven naar een mondelinge cultuur gaan. Het nadeel daarvan: als je iets vertelt, kom je met veel meer bullshit weg dan wanneer je argumenten moet uitschrijven (hoi Trump). Cowen: “De mondelinge cultuur is vaak vloeiender, lastiger te beoordelen en te verifiëren, gevoeliger voor geruchten en kent minder poortwachters. [..] Een orale cultuur maakt het moeilijker om objectiviteit en analytisch denken te ontwikkelen en vast te houden.”
Precies kunnen benoemen welke drogreden in een tekst gebruikt wordt is inderdaad niet echt belangrijk, dus je zou het woord ‘drogreden’ kunnen bannen, maar ‘drog’ doet wel afvragen welk moedwillig bedrog er achter het redeneren schuil gaat. Dat nauwkeurig bloot leggen en zo benoemen staat me wel aan.