Een wereld van fantasie en werkelijkheid: hoe meer je zoekt, hoe verder je verdwaalt

Er zijn geen vragen meer, geen troeven. Geen monster dat mij bewoont. Ik ben dertien. Al vier maanden en tien dagen. En die maanden waren groot en boos en scherp. Ik hoef er niets van te vergeten, maar zo zal dat gaan. Je kunt niet kiezen wat je vergeet. Ik zal later niet meer weten wat voor kreng ik was, hoe kwaad. En hoe dat kwam. Ik zal gaan twijfelen aan alles wat ik zag en wist en wilde. Aan wie ik was. Nu weet ik het meeste nog, hoewel de randen niet zo scherp meer zijn. Zo zit ik in elkaar, zegt. Dr. Schlotz. Maar ik eet geen aarde meer en leef meestal alleen nog in mijn eigen hoofd. En als het slechte huist in mij, dan is het het mijne, het mijne alleen.
Al vanaf de eerste bladzijden van Kind van de aarde waarschuwt Anne Eekhout dat de werkelijkheid aan verandering onderhevig is: wat je nu weet, zal vergeten worden en of de waarheid later wel goed herinnerd zal worden is maar de vraag. Dat is niet verwonderlijk, want ook in haar eerdere werk – in het bijzonder in Mary – speelt Eekhout met de soms flinterdunne lijn tussen fantasie en werkelijkheid en hoe nu eigenlijk wordt bepaald wie je bent of worden zal.
Verhalenverteller
Het vertelperspectief is één van de opvallendste middelen waarmee Eekhout je hierover aan het denken zet. De roman is geschreven in de ik-vorm, waarin we het verhaal ervaren door de ogen en gedachten van de dertienjarige Lucy Applewhite. Lucy lijkt een redelijk gemiddelde puber: ze gaat naar school, heeft vriendinnen, wordt af en toe belaagd door de queen bee van de school. Ook de adoratie van The Beatles, ontluikende seksualiteit in contrast met het vasthouden aan haar liefste knuffels en poppen zijn nog niet zo bijzonder voor een dertienjarige.
Lucy’s ik is echter allesbehalve begrensd. Ze beweert toegang te hebben tot de gedachten, herinneringen en ervaringen van anderen, zelfs van vóór haar eigen geboorte. Daarmee zien we haar gedachten al snel als die van een alwetende verteller, vooral omdat we zeer gedetailleerde beschrijvingen krijgen van de andere personages, hun levens en verlangens. We krijgen bijvoorbeeld een zeer helder beeld van de levens van Lucy’s moeder Isobel en zuster Florence, één van de nonnen van haar katholieke school, en zij lijken zich in de loop van de roman verder te ontwikkelen tot complexe personages met hun eigen verhaal. Daarmee functioneert Lucy dus tegelijkertijd als personage en als alwetende verteller, zonder dat duidelijk wordt of zij wel betrouwbaar is. En dat is wél een belangrijke vraag. Het is namelijk goed mogelijk dat dit voortkomt uit Lucy’s eindeloze verbeelding of haar psychische instabiliteit: waarvoor zijn anders de hartjespillen die ze steeds moet slikken? Lucy stelt zelf dat zij daadwerkelijk een heks of monster is, ontstaan tijdens de verkrachting van haar moeder. De woede die ze in zich heeft, kan toch alleen maar van de duivel zijn?
Droste-effect
In het Parool vertelde Eekhout in een interview door Vivian de Gier dat zij lang twijfelde over het perspectief:
Ik begon met een alwetende verteller en heb alle perspectieven uitgeprobeerd, want ik wilde deze roman nou eens niet vanuit een ik-verteller schrijven – dat doe ik al best vaak. Ik zat het eindeloos om te werken, een jaar geleden dacht ik nog: ik weet niet wat ik aan moet met dit boek. Pas toen ik mijn verzet tegen een ik-verteller losliet, begon het te stromen. Een verhaal laat zich niet dwingen.
Dat kan natuurlijk een verklaring zijn, maar ik geloof toch ook dat het spel dat Eekhout met de lezer speelt, onderdeel is van haar thematische keuzes: de kunst van het fantaseren, van het verhalen vertellen, van fictie. Ook in Mary verweeft ze dit onderwerp op kundige wijze in de werkelijkheid van de door haar uitgeplozen archieven.
Voor de lezer ontstaat zo een prachtig Droste-effect dat je laat nadenken over hoe verhalen eigenlijk bepalen hoe je de wereld om je heen beleeft. Eekhout laat dit bijvoorbeeld zien door te beginnen en eindigen met het concert van The Beatles in het Shea Stadium en de keuze voor de naam van de protagonist. Een duidelijke datum en plek, een tot de verbeelding sprekende setting. Zelfs als je zelf nog niet geboren was, zoals ik, weet je genoeg om je er een voorstelling van te maken. En anders levert de roman deze voorstelling wel: puberale adoratie van de oorspronkelijke boyband, naadloos vervlochten liedteksten binnen Lucy’s interne monoloog en alle gesprekken over de kaartjes die gekocht moeten worden: de pagina’s ademen dat jeugdige, die onbezonnenheid.
Waar die tijdsgeest dan vertrouwd lijkt en dicht tegen de werkelijkheid schuurt, wordt Kind van de aarde tegelijkertijd als gothic novel gepresenteerd: een spannend gewelddadig verhaal met bloed en de dood, een prominente plek voor het getal dertien en veel aandacht voor het bovennatuurlijke en het taboe. En: gemodelleerd naar Rosemary’s Baby. Hoe diep dat motief wérkelijk gaat, kun je pas zien als je bereid bent om je flink te verdiepen. Zonder al te veel weg te willen geven, kun je de invloed van Levin en Polanski terugzien aan de binnen én buitenkant van Kind van de aarde. De Morovian, de pinkring, Ann-Greta en natuurlijk de start van Lucy’s leven; over alles is nagedacht. Hierdoor biedt deze roman een diepere laag aan de geoefende lezer.
Vrouwelijkheid
De manier waarop Eekhout Lucy als schepper van verhalen opvoert, door minutieus de levens van Isobel en zuster Florence te schilderen vanuit haar perspectief, en zij zelfs inzicht geeft in wat er speelt in de levens van toch ogenschijnlijk minder belangrijke personages, ervaar je opeens ook hoe onze eigen werkelijkheid zich opdringt in dit fictieve verhaal.
Alle vrouwelijke levens in Kind van de aarde komen namelijk alleen maar voor binnen beperkende machtsstructuren: die van gender, van geld, van religie, van familie. Seksualiteit wordt bijvoorbeeld consequent getoond als iets dat vrouwen overkomt, in plaats van dat het door henzelf wordt vormgegeven. Isobels relatie met haar regisseur, Maureens obsessie met slankheid, Beatrices zoektocht naar een andere liefdesvorm; steeds opnieuw laat Eekhout zien hoe vrouwelijk verlangen botst met maatschappelijke verwachtingen. Iets dat ook in deze tijd nog steeds actueel is. Wanneer de vrouwen in Kind van de aarde uiteindelijk andere, eigen keuzes proberen te maken maken, suggereert dat geen bevrijding in absolute zin, maar wel een voorzichtige verschuiving van het opgelegd narratief.
Een ander tot in detail uitgewerkt element vond ik hoe de maan en aarde in dit verhaal verbonden zijn. Lucy’s ontstaan ging gepaard met geweld; het afbreken van een stuk van het zijn, zoals Darwin en Dwaine het ontstaan van de maan beschrijven op – jawel – bladzijde 13. Motieven als aarde, geaard zijn, het begraven worden benadrukken de zoektocht naar de identiteit van het bestaan. Daartegenover staan concrete elementen als de maan en maanbloem, zwangerschap en menstruatie. Ook zij verwijzen voor mijn gevoel naar het zijn, de cyclus van het bestaan, met de vrouw als centraal middelpunt.
Uiteindelijk lijkt Kind van de aarde voor mij daarom vooral te laten zien hoe mensen – en in het bijzonder vrouwen – willen ontdekken wie zijn echt zijn. Hoe zij verhalen construeren om te overleven, omdat zij leven in een geconstrueerde werkelijkheid. Of Lucy nu echt een heks is of niet, belangrijker is dat haar verhaal laat zien hoe identiteit ontstaat uit een voortdurend samenspel tussen wat je is verteld, wordt aangedaan en wat je jezelf toestaat te geloven. Voor mij heeft deze roman in ieder geval een ruimte geopend waarin werkelijkheden naast elkaar kunnen bestaan, elkaar beïnvloeden en waar je als lezer zelf op ontdekkingstocht kan. Maar wees gewaarschuwd: hoe meer je zoekt, hoe verder je verdwaalt in de wereld die Anne Eekhout tussen werkelijkheid en fictie geschapen heeft.
Mooie recensie! Deze gaat op mijn te-lezen-lijst, dank je wel!
Graag gedaan 🙂