
Amelia is met haar twee zoons en man op een vakantiepark terwijl ze longontsteking heeft. Omdat ze haar huis heeft onderverhuurd aan een Frans gezin, moet Amelia haar ziekte uitzitten in dit Drentse asbesthuisje. Af en toe neemt ze brokjes xtc om het allemaal wat draaglijker te maken. Tijdens een van haar onrustige nachten ziet ze dat het huis van haar vader online te koop staat en terwijl ze de foto’s bekijkt, dwalen haar gedachten af naar vroeger. Aan de hand van die herinneringen, vermengd met wat korte beschrijvingen van het ‘nu’, komen we te weten wat Amelia’s leven kenmerkt en wat het betekent dat haar vaders huis te koop staat.
We lezen dat ze opgroeide in Drenthe, als soort van enig kind van twee westerlingen die naar het oosten vertrokken met een culturele interesse maar ook denigrerende houding tegenover het Drentse volk. Omdat Amelia zelf niet in de Randstad geboren was, stond ze eigenlijk een-nul achter in haar ouders’ optiek.
Vol droge humor, die in dit werk nog beter is dan in haar vorige roman, Een opsomming van tekortkomingen (niet alleen droog, maar ook goed!), beschrijft Ine Boermans hoe het leven van Amelia zich heeft gevormd en vooral wat de impact van haar vader daarop was en is. Omdat Boermans’ vorige roman ook veel vertelt over een vader-dochterrelatie, is het soms wat zoeken: Amelia is niet de Ine uit Een opsomming van tekortkomingen, maar lijkt er wel enorm op. Misschien is alles wel waar. Wie zal het zeggen?
Dat maakt in principe ook niet uit en we kunnen het boek als je het mij vraagt maar het beste lezen als een losstaand verhaal waarin zelf verhalen worden doorgegeven. Zo lezen we over de beloftes die Amelia steeds moet doen van haar moeder en de ontwikkeling daarin. Als studente moest ze eens beloven dat ze zich niet moet laten glad trommelen als de grillige Drentse zwerfkei die ze is:
‘Jezus, mama,’ zei ik. ‘Oké, ik zal me niet glad laten trommelen. Ik zal altijd een grillig soort grind blijven.’
Op zo’n zelfde manier probeert ze haar zoons ook iets te beloven, maar dat pakt anders uit:
‘Nou, dat kunnen we niet beloven, hoor. Wat is een sekte? We kunnen niets beloven als we niet eens weten wat een sekte is.’
Los van dat dit heel grappig is, is het slechts een voorbeeld van hoe in dit boek ervaringen en karakters effect hebben op de volgende generatie of hoe ze toch blijken te zijn doorgegeven. Zware en emotionele aspecten uit het leven worden luchtig verteld, wat ervoor zorgde dat ik het las met een weemoedige glimlach.
Laat een reactie achter