
De Nederlandse poëzie is rond 1100 begonnen met een liedje in het Engels. Het is al lang bekend dat Hebben olla uogala werd neergeschreven in een klooster in Kent, en wel vermoedelijk door een Vlaamse monnik, maar de laatste jaren begint het idee steeds meer post te vatten dat de tekst dat indertijd diende om een nieuw gesneden pen uit te proberen, waarschijnlijk een spel was met talen, een tekst die zowel in het Nederlands als het Engels van die tijd leesbaar was.
Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hic
anda thu uuat unb\i/[ạ]dan uue nu
Het betrof Nederlandse woorden die ook door de Britten precies zo konden begrepen worden, zoals deze reconstructie van de tekst in het Oud-Engels uit die tijd illustreert:
Haven alle voʒeles (heora) nestas agunnan hit ne se ic
ande þu, wat onbidaþ we nu
Het Nederlands en het Engels lagen in die tijd helemaal nog niet zo ver uit elkaar en waren waarschijnlijk met enige moeite onderling begrijpelijk. Toch zijn hier waarschijnlijk niet toevallig die woorden gekozen die in het Engels en het Nederlands veel op elkaar leken.
Bijna duizend jaar later zou Hugo Brandt Corstius een naam bedenken voor dit literaire procédé: het xenogram. Hij wijdde er een heel hoofdstuk van zijn Opperlandse taal- en letterkunde aan, met voorbeelden zoals:
Over ever die per slot made at
Die ever at die aardvark, want die aardvark at die big, want die big at die hen, want die hen at die rat, want die rat at die mug, want die mug at die made in Japan.
Maar hier zijn weliswaar alle woorden óók Engels, maar de tekst als geheel kan alleen in het Nederlands worden geconstrueerd. Brandt Corstius schreef in dat hoofdstuk in Opperlands overigens al dat ‘hebban olla uogala’ een xenogram is, omdat de vertaling in het Latijn die er in het oorspronkelijke handschrift boven stond dat ‘ook qua uiterlijk verrassend’ leek op het Nederlands: ieder van de Nederlandse woorden heeft dus iets weg van de Latijnse:
;;;;;;; quid expectamus nunc ·
Abent omnes uolucres nidos inceptos nisi ego & tu
We hebben hier dus een tripel xenogram: het Vlaams, het Engels en het Latijn komen allemaal heel dicht bij elkaar. Voor puristen is dat misschien allemaal niet zo prettig – waar blijf je met je verhaal dat we ons moeten verzetten tegen het Engels als onze literatuur zo begonnen is – maar het opent juist ook fraaie perspectieven. De Britse auteur Michael Lysander Angerer heeft al betoogd dat in de Engelse ltieratuur de wederzijdse invloed tussen Engeland en de Lage Landen in deze periode beter bestudeerd moet worden – en dat geldt natuurlijk net zo goed in de Nederlandse.
Laat een reactie achter