• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Het heeft geen zin tegen iemand te zeggen dat hij niet moet vergeten te ijsberen

11 januari 2026 door Fabian Stolk Reageer

Over Het woord en de wereld van Piet Gerbrandy

Tot mijn schrik moet ik constateren dat ik nog niet volledig ben wat betreft het verzamelen (en lezen) van Gerbrandy’s essays. Zeker in het geval van Gerbrandy is zo’n omissie pijnlijk want deze classicus, dichter en essayist leest wél iedere tekst en ieder oeuvre waar hij over schrijft volledig en grondig. Een steeneik op de rotsen Meulenhoff, 2003), Omroepers van oproer (Contact, 2006), De jacht op het sublieme (De Bezige Bij, 2014) staan hier op de plank, maar Grondwater (Atlas Contact, 2018) ontbreekt er nog, om maar iets en nog niet alles te noemen want Gerbrandy’s bibliografie is lang, langer dan de opsomming achterin het onderhavige boek, die alleen werk omvat dat bij Atlas Contact (en/of Contact) verscheen.

Wat een kennis, wat een wijsheid, wat een rijke wijsheid en daarop gebaseerde fraaie speculatie. Speculatieve wijsheid, wijsheid die doorborduurt, verbanden legt, verder reikt dan de vele feiten. Inzicht. Uitzicht.

Debunking

Bijna halverwege Het woord en de wereld, een boek met drieëntwintig, ten behoeve van deze bundeling bijeengegaarde en aangepaste essays, die oorspronkelijk tussen 2018 en 2024 verschenen in uiteenlopende periodieken en boeken, las ik dat Gerbrandy in Arnhem een categoraal-gymnasiale opleiding heeft genoten, in mijn woonstee sedert enige jaren; dat moet in het Stedelijk Gymnasium geweest zijn, dat toen dicht bij mijn toentertijd nog toekomstige woonst lag, de huidige locatie is maar een ietsiepietsie verder; dat schept een band. In het betreffende stuk – ‘Waar waart gij, toen ik de aarde grondde?’ – gaat Gerbrandy vol op het orgel over de wormstekige, of moet ik zeggen: uiterst schrale kwaliteit van het middelbare en hogere gymnasiale onderwijs in Nederland. Ik zat als gepatenteerde alfa-neerlandicus al lezend meewarig instemmend te knikken, met enig recht omdat ik van dezelfde jaargang ben als Gerbrandy, al heb ik volgens sommigen betrekkelijk weinig recht van knikken omdat mijn gymnasium in Zeist er slechts een binnen een scholengemeenschap was, niet categoraal.

Opmerkelijk mag het heten dat Gerbrandy als oud-gymnasiast met een indrukwekkend vanzelfsprekend gezag deze typering van het gymnasiale onderwijs aan het papier weet toe te vertrouwen. Deze (gesettelde, witte, westerse, heteroseksuele, hoog-culturele) man heeft zijn diploma evident gebruikt als startlicentie voor een aansluitende, verdiepende, levenslange studie en professie om zoveel kennis en inzicht te vergaren dat hij de paradox die in deze debunking schuil lijkt te gaan, met verve en luister heeft opgeheven.

Stadia

In een ander stuk weet hij, in een handomdraai, een van de grondslagen van het christelijk geloof om zeep te helpen, overigens zonder tegelijk de christelijke cultuur, de overgeleverde traditie met het badwater van zich te werpen. Iets dergelijks, een innemend lankmoedige houding, blijkt uit zijn essay over Herman Gorters studie De groote dichters. Nagelaten studiën over de wereldlitteratuur en haar maatschappelijke grondslagen (1935), een boek waar hij met intense aandacht over schrijft, waar hij het fundamenteel mee oneens is, maar waarover hij met geen syllabe neerbuigend of depreciërend op neerziet.

Niet alle essays zijn voor mij even interessant (mij ontbreekt in enkele gevallen het relevante referentiekader nu eenmaal, met dank aan mijn scholengemeenschap) maar het merendeel is dat wel, en dat op prikkelende wijze omdat Gerbrandy een essayist is van de soort die de lezer niet in de steek laat maar stevig mee voert langs de stadia van zijn betoog. Nooit eerder zag ik, bij wijze van voorbeeld, een overtuigende uiteenzetting met een als schier vanzelfsprekende tussentijdse conclusie als deze:

Het sonnet, kortom, is de blues van de Europese lyrische traditie.

Thematiek

In dat licht is het niet gek in één essay zowel Martinus Nijhoff als Robert Johnson geciteerd te zien worden; ik had nog nooit gehoord van Robert Johnson (1911 – 1938) maar hij ‘was [blijkens Wikipedia] an [invloedrijke] American blues musician and songwriter’.* Referenties van dit type zijn extra krenten in de voedzame pap van Het woord en de wereld, net als, maar op een andere manier dan, de volgende bewering, die, in de context van het essay over de terloopse eenvoud van Martin Reints, niet uit de lucht komt vallen maar mij desalniettemin onverwacht door een grijze vrijdagochtend heen heeft geholpen:

Het heeft geen zin tegen iemand te zeggen dat hij niet moet vergeten te ijsberen. 

Tegen het eind van de bundel, kwam ik, aan het begin van de tweede alinea van een essay over H.C. ten Berge, een notitie tegen die me uit de brand hielp bij het piekeren over de vraag wat nu een goede weergave zou zijn van de onderliggende thematiek van de gehele bundel:

De vroegste filosofen waren dichters, en dichters zijn altijd denkers geweest. Poëzie onderzoekt ‘wat het is te zijn’, om een formulering van Aristoteles te lenen.

Daarmee is meteen die wereld uit de titel verklaard: de essays gaan niet over activistische poëzie of iets dergelijks, maar over taal en teksten waarmee dichters en denkers zich een inzicht banen in het zijnde en (zoals het volgens Wikipedia in een eerdere bundeling van Gerbrandy heet) literatuur en existentie. De fundamentele intertekstualiteit van al het denken en dichten is met dit citaat impliciet ook erkend. Al de lange lijnen die Gerbrandy trekt tussen oudheid en actualiteit (of moet ik zeggen: laat-postmoderniteit) doen de titel en ondertitel van deze bundel volledig recht. Of andersom.

Jazzmusici

De essays behandelen zeer uiteenlopende onderwerpen, onder heel veel andere: poëzie als symbiose, Lucebert en diens geheim, het belang van algemene vorming, de betoverende poëzie van Annemarie Estor, Luceberts ‘Romeinse elehymnen’, het oeuvre van Sasja Janssen, wat een versregel geslaagd maakt, Herman Gorter en de canon van de poëzie, de paradoxen van het sonnet, Gorters Mei, Obe Postma, Martin Reints, H.C. ten Berge en Hans Faverey. Ik had bijna geschreven: met zo’n classicus heb je geen neerlandici meer nodig.

Het laatste essay, over ‘De poëzie van Hans Faverey als ontologische allegorie’ deed me, hoe meer ik het einde naderde, de vrees om het hart slaan. Het stuk sluit af met een citaat, de laatste strofe van het slotgedicht van Faverey’s laatste dichtbundel, Het ontbrokene (1990):

Laat de god die zich in mij verborgen houdt
mij willen aanhoren, mij laten uitspreken,
voor hij mij met stomheid slaat en mij
doodt waar ik bij sta, waar jij bij staat.

De ondertitel van deze essaybundel van Gerbrandy luidt: Duidingen van een dichter. Dat kan beduiden dat hij deze essays heeft geschreven als dichter, meer dan als classicus of essayist. Dat mag duidelijk zijn voor de meeste van de essays die ik hierboven opsomde, maar de overige hebben toch echt meer weg van werkstukken van een classicus. Misschien stelt hij zich vooral in de traditie waar hij eerder op wees: ‘Dichters zijn altijd denkers geweest.’ En dichters onderzoeken ‘wat het is te zijn’. Dat doen ze, zeker als ze essayeren, het liefst via het werk van andere dichters en denkers en filosofen, en, zeker als ze Gerbrandy heten, ook via jazzmusici.

Een dichter als Gerbrandy weet natuurlijk donders goed dat dit van in de ondertitel ambigue is. Er kan sprake zijn van: duidingen die worden gedaan door een dichter, maar ook van: duidingen die betrekking hebben op een dichter, in casu: Piet Gerbrandy zelf. In al deze essays zegt Gerbrandy enerzijds iets over het betreffende onderwerp van de tekst (vaak in de titel of ondertitel ervan aangegeven), maar anderzijds zeggen al deze essays onontkoombaar iets over de dichter Piet Gerbrandy zelf.

Ik mag toch hopen dat het afsluitende Faverey-citaat geen referentie is aan een eigen dichterlijk en/of essayistisch stilzwijgen. Daar wil ik nog lang niet bij staan.

*Ik voel de dreiging van de gruwelijke doem der goden boven mij samentrekken als ik eraan denk dat Gerbrandy er ooit achter zou komen dat ik deze bron van node had voor nadere info en metterdaad gebruikte. Johnson stierf al op zijn 27-ste maar had postuum veel invloed. Het verderfelijke Spotify (kan er ook nog wel bij) heeft naast het origineel een lijst covers van alleen al ‘Ramblin’ On My Mind’, het  nummer waar Gerbrandy uit citeert. 

Externe inhoud van Spotify

Deze inhoud wordt geladen van Spotify en plaatst mogelijk cookies. Wil je deze inhoud bekijken?

Piet Gerbrandy. Het woord en de wereld. Duidingen van een dichter. Atlas Contact, Amsterdam-Antwerpen, 2025. Bestelinformatie bij de uitgever.

Dit stuk verscheen eerder op Klasse!

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: 21e eeuw, essay, letterkunde, Piet Gerbrandy

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Johannes Antonides van der Goes • Aan juffrouw Suzanna Bormans, ziek zijnde

Waar is dat blozend rood geweken,
Dat aangename rozebloed,
’t Geen eedle zielen kon ontsteken,
Om uwe waarde, in minnegloed?

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

Mijn landgoed is niet groter dan
mijn eigen huid, de omvang van
mijn schoen, de omvang van mijn vuist,
ik gaf het namen in de kleur van regen,
ik keek er dwars doorheen, vluchtige stof
en zag de horizon, de lengte van
mijn armen, van mijn benen.

Bron: Het Zinrijk, 1971

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

8 januari 2026

➔ Lees meer
17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

7 januari 2026

➔ Lees meer
16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

4 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1992 Theo Weevers
➔ Neerlandicikalender

Media

Ik zie op tegen interviews…

Ik zie op tegen interviews…

11 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Buitenleven van Willem Sluiter

Buitenleven van Willem Sluiter

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d