– Confucius, wat zou u doen als u geroepen werd om een land te besturen?
– De taal goed gebruiken. Als de taal niet goed gebruikt wordt, zeggen de woorden niet wat ze moeten zeggen. Dan blijven de dingen die gedaan moeten worden ongedaan.
Wilt u weten hoe de overheid zich tot de burgers richt? Luister dan eens een parastatale organisatie, een algemene nutsvoorziening waarvan de staat (mede)eigenaar is. Luister eens op perron en in wagon. Hier het resultaat van een half uur.
Door beperkingen in materiële inzet worden er vandaag minder treinen ingezet op het traject naar Den Helder.
Minder treinen. Daar zijn vier oorzaken voor: blaadjes op de rails, een ongeluk, machinist in de file, treinstel defect. Tja, nu zou er in dit geval moeten worden omgeroepen dat er minder treinen rijden omdat … er minder treinen beschikbaar zijn. Dan maar wat vage woorden waaruit de reizigers zelf wel kunnen afleiden wat de oorzaak is. Toch wordt er iets verhuld. Is het een besluit van de directie om minder materieel in te zetten? En waarom moest dat dan? Of is het een langdurige planningsfout waardoor nieuwe treinen te laat besteld zijn? Of misschien een fout bij de treinenfabriek? Dat wil of kun je allemaal niet zeggen. Dan maar een onpersoonlijke formulering. Met als gevolg: verbale stoom uit een ouderwetse woordlocomotief.
Hoe anders is de verbaliteit in de trein. Het lijkt wel of tegenwoordig elke conducteur het verschik wil maken door persoonlijk taalgebruik.
Goedemorgen! Ondanks alle regen en narigheid wensen wij u samen met ons een ongelooflijk gezellige dag.
Dit suggereert heel slechte weersomstandigheden. Maar op het perron miezerde het licht. Let ook op hoe inclusief het taalgebruik is. De conducteur doet het niet alleen, maar sámen met zijn collega’s. En wij reizenden mogen dan met het hele team een ‘ongelooflijk gezellige dag’ hebben. Wij reizenden kennen dit NS-team helemaal niet, en krijgen toch deze ongelooflijk gezellige uitnodiging, Voor een hele dag. Inderdaad een lang traject, maar niet meer dan twee uur toch, hier vanaf Amsterdam-Amstel.
Wij gaan op veler verzoek voor u stoppen te Amsterdam-Centraal, Amsterdam-Sloterdijk, (…nog negen haltes …), waarna wij uiteindelijk onze eindbestemming zullen bereiken in Den Helder.
Hoezo, op ‘veler verzoek’! Ik hoef alleen maar naar Heerhugowaard. Nou ja, dat ‘veler verzoek’ is dan wel weer grappig ouderwets. En waarom al die twaalf stations opnoemen? Ik wil nu graag in deze stilte-coupée ook intercom-rust. Bovendien hangen er handige routeschermen in de wagons. Intrigerend is dat er in Den Helder nog een eindbestemming lijkt te zijn.
Enkele minuten later:
Goedemorgen! Zoals beloofd, de volgende stop is Amsterdam-Centraal. Kijk goed om u heen of u bij het verlaten van de trein geen eigendommen hebt laten liggen. Als u gezellig blijft zitten, dan kom ik straks bij u terug.
Zoals beloofd? Er valt niets te beloven! Gewoon dienstregeling. Moeten wij als reizigers nu dankjewel zeggen? En dan die opmerking over ‘Denk bij het verlaten van de trein …’ Dit dringend advies kan ik gewoon niet opvolgen. Waar moet ik goed om mij heen kijken? Als ik buiten sta, op het perron? Maar dan kan ik niet goed zien of ik in de trein spullen heb laten liggen.
Taalgebruik is ook een kwestie van maat houden, zowel zakelijk als persoonlijk. Wij reizigers kunnen toch respectvoller worden aangesproken. Bijvoorbeeld zo:
Helaas zijn er vandaag minder treinstellen beschikbaar. (…) U bevindt zich in de stoptrein naar Den Helder. Deze trein stopt op alle tussenstations. (…) Wij naderen Amsterdam-Centraal. Denkt u bij het verlaten van de trein aan uw eigendommen.
Laat een reactie achter