
Ik werk aan een universiteit die zich na enig gesoebat met de bisschoppen nog steeds katholiek mag noemen. Maar ze heeft nu besloten om afscheid te nemen van het idee dat dingen ook nog betekenis kunnen hebben. Dat lijkt me de enige conclusie die je kunt trekken uit het artikel over de nieuwe ‘strategienota’ van de Radboud Universiteit in universiteitskrant Vox.
Het meest illustratief is misschien wel het einde, uitgesproken door ‘interim-directeur Strategie en Transitie’ Tim Ferwerda:
Dashboards met de belangrijkste resultaatindicatoren bieden inzicht in de ontwikkeling van onze doelen. Daarbij kijken we niet alleen terug, maar ook vooruit: welke middelen zijn nodig om doelen te bereiken, waar lopen initiatieven tegenaan en welke ondersteuning is nodig?
Dat is geen taal van iemand die geïnteresseerd is in vrij academisch onderzoek, in de zoektocht die de wetenschap. Dat iemand met een belangrijke functie aan de universiteit over dashboards met resultaatindicatoren begint, kan ik alleen zien als een teken dat er een nieuwe universiteit is ontstaan: één die niet probeert betekenis te geven aan de eigen woorden, maar ook geen belangstelling meer heeft voor de mens als iemand wiens leven al millennia een zoektocht naar betekenis is.
Stilzwijgend
Blijkens het artikel in Vox wil de Radboud Universiteit zich de komende jaren profileren op vijf ‘strategische zwaartepunten’: de ‘werking van het brein’, ‘waardengedreven AI en digitalisering’, ‘fundamenten van ruimte en materie’, ‘duurzame gezondheid’, en ‘ongelijkheid en emancipatie’. De taal waarin dit streven door vertegenwoordigers van de universiteit wordt verkondigd is die van consultants. Wendbaar. Weerbaar. Katalysator. Netwerkorganisatie. Implementatie. Een vocabulaire dat veronderstelt dat de werkelijkheid overzichtelijk en bestuurbaar is. Er is geen aanwijsbare inhoud, meer er zijn alleen ‘zwaartepunten’ en een managementproces.
Die logica valt beter te begrijpen als we het mensbeeld analyseren dat uit de vijf thema’s naar voren komt. Wie vijf thema’s in de ruimte van de wetenschap aanwijst als belangrijk, geeft daarmee onherroepelijk iets prijs van haar idee over wat de mens is. Dat beeld is in dit gevaal kil en technocratisch: de mens is een apparaat, waar wetenschappers nog wat aan kunnen sleutelen. Er is geen ruimte voor het beeld dat de mens ook nog een binnenkant heeft.
Ik ga ze even langs. Met “de werking van het brein” verschijnt de mens in de eerste plaats als biologisch systeem. “Wij zijn ons brein.” Denken, spreken en voelen zijn in wezen hersenprocessen. Begrijp me niet verkeerd, dat is een legitieme invalshoek, en het heeft onderzoekers op de Nijmeegse campus wetenschappelijk veel succes gebracht. Problematisch wordt het wanneer zij stilzwijgend tot fundament van menswetenschap wordt verheven, en er geen andere manieren om naar de menselijke geest te kijken naast worden gezet.
Achterstandsprofiel
Met “waardengedreven AI en digitalisering” wordt de mens dan weer tot gebruiker van technologie, tot dataproducent en -consument. Ja, het is “waardengedreven”, maar daarmee wordt. ethiek is niet meer dan een bijlage bij techniek. Bovendien: misschien is de enige waardengedreven AI wel géén AI – die discussie is kennelijk al een gepasseerd station.
“Duurzame gezondheid”, dan – wie kan ertegen zijn? Hier moet bedacht zijn dat al het medisch onderzoek (behalve dat voor tijdelijke gezondheid) moet worden gesteund. Ziekte is geen studie als existentiële ervaring, geen cultureel fenomeen of talig geconstrueerde werkelijkheid, maar vooral een technisch probleem. Achter deze formulering zit het beeld van de mens als lichaam dat gemonitord en verbeterd moet worden.
De meest menselijke term is misschien nog ‘ongelijkheid en emancipatie’. Maar ook hier dreigt de mens vooral te verschijnen als lid van een groep, als datapunt in een achterstandsprofiel, als object van interventie, en als agent die geacht wordt zijn positie binnen de bestaande orde te optimaliseren.
( ‘emancipatie’).
Betekenisproductie
Met geen van deze thema’s (of met fundamenteel onderzoek naar ruimte en materie, die ik hier even laat rusten) is iets mis. Het probleem is niet wat er wél staat, in dat rijtje van vijf, maar wat er ontbreekt – de mens als wezen met een geest, als iemand die de wereld interpreteert en betekenis geeft, die verhalen maakt, morele dilemma’s formuleert en zichzelf historisch begrijpt. Iemand met een binnenkant.. Maar geen van de disciplines die deze mens bestudeert – de geschiedenis, de geschiedenis, de kunstgeschiedenis, de filosofie, de letterkunde – krijgt een duidelijke plaats in de ‘strategie’.
Een universiteit die ooit uitging van de gedachte dat de mens meer is dan meetbaar gedrag en biologische processen, spreekt nu uitsluitend nog de taal van systemen, sturing en optimalisatie. De katholieke universiteit heeft haar ziel verkocht en de geest meteen ook in de aanbieding gedaan.
Minder dashboards, meer betekenis – dat zou óók een strategie zijn.
Haha, ja, het lijkt meer het beleidsplan van het Instituut voor Toegepaste Cybernetica, samen te vatten als Hoe maken we zo snel mogelijk van de machine een mens en van de mens een machine.