• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Zwoesj-zwoesj

30 januari 2026 door Marc Kregting 5 Reacties

The Leader of the Luddites, 1812. Bron: Wikimedia

Voor W.N.

Ziezo, de papers van het eerste semester zijn weer van punten voorzien. Een monsterinspanning die ik al jaren met liefde doe. Deels uit nieuwsgierigheid naar de jongste ontwikkelingen in taal, deels omdat het me een plicht lijkt waarvan ik zowaar het nut zie. In een tijd waarin ‘mentaal welzijn’ geen pleonasme is staan studenten onder druk, naar verluidt de grootste EVER, en ze verdienen het om adequaat begeleid te worden. Door steun, maar evengoed door schoolmeesterlijke correcties.

De plicht van het punten geven (quoteren, in het Vlaams) had ik al bijna met de term ‘essentieel’ bekroond, ware het niet dat ChatGPT daar als pepernoten mee blijkt te strooien. Met het noemen van de Artificieel Intelligente intrigant beken ik meteen maar dat ik de plicht ditmaal deprimerend vond en de sensatie onderging een vergeefse, om niet te zeggen bespottelijke inspanning te hebben geleverd.

Natuurlijk, sporadisch was ik weer groos en van mijn melk wanneer een student voortreffelijk schreef en iets te melden had. Maar ik betrapte me er voor het eerst op, dat ik bij het nalezen niet meer aan het leren was maar aan het wantrouwen. In plaats van dat ik studenten met mijn betweterigheden kon stimuleren, was ik hen aan het controleren. Fraude of geen fraude, dat is voor de Hamnetten in de docentenstiel de kwestie geworden.

In de praktijk komt het er zo’n beetje op neer dat iedere door mijn laserogen ontwaarde tricolon – een retorische drieslag met een geschiedenis van heb ik me jou daar – een stigma van mijn digitale markeerstift te verduren krijgt. En als de gedachtestrepen uit de vorige zin me te breed zijn en door geen wit worden omgeven, dan komt er nog zo’n fluogeel litteken bij. Onder meer de uitdrukking ‘Onderzoek toont aan’ verwekt inmiddels mijn argwaan en de notoir bluffende ‘niet alleen, maar ook’-constructie. Zelfs voorzetsels staan onder verdenking. Kreeg ik al de pestpokken van ‘rond’ als er ‘aan’ of ‘over’ werd bedoeld, mijn treurigste ontdekking van 2026 is alvast dat ChatGPT ‘in’ heeft vervangen door ‘binnen’.

Zware concurrentie aan het front, ongetwijfeld, maar ik ervaar de regulier geworden polyetherfrase ‘binnen deze context’ als een belediging. Al was het omdat ik er toch van wil blijven uitgaan, dat studenten hun papers herlezen voordat ze die inzenden. Zo’n realiteit blijkt niet langer haalbaar. En mogelijk begrijp ik dat wel. De druk die studenten beleven komt allicht inderdaad van sociale media, en misschien van familie die hoge verwachtingen heeft én zich zorgen maakt over de financiën. Maar volgens mij is er iets aan dit noodpakket toegevoegd.

Het betreft de zogeheten academische studie. Daartoe moet ik aan mijn publiek passend Nederlands bijbrengen. Omdat het bestaat uit toekomstige kunstenaars mag hun taal persoonlijk zijn. Haast gebruikte ik de term ‘creatief’, maar die is door de communicatie-industrie naar de kloten geholpen. En studenten voelen dat. Ze worden ook onzeker van gepraat door taaldeskundigen uit een jonge niche die symposia, enquêtes en acties spuwt en waarin mede pedagogen en kwaliteitscontroleurs zitting hebben. Hun zogeheten dialogen gaan dan over ‘meertaligheid’ en ‘inclusie’, over reacties op dt-fouten, van veroordelend over relativerend naar vergoelijkend.

Naast dit evangelisme horen en lezen studenten een bokitotaaltje van docenten die verklaren ChatGPT te gebruiken voor hun lessen en voor hun examenvragen en correcties en becijferingen. Het zou me niet verbazen dat tussen hun ETCS-fiches al de kerncompetentie ‘goed leren prompten’ te vinden is. Als het afschrikwekkend gebetonneerde pad naar goede taal in ijltempo alsmaar drassiger wordt, wat let de studenten dan nog zelf exclusief ChatGPT te gebruiken?

Believers

Laat ik eerst even zeggen dat ik niet weet waar ik het over heb. Bij ons thuis blijft de deur voor AI potdicht. Enerzijds weiger ik in mijn hoedanigheid van zich per fiets en trein verplaatsend groen riddertje dat het niet kan verkroppen dat de klimaatcrisis wordt verergerd door vrienden als ChatGPT. Anderzijds weiger ik als marginaal auteur wiens Nederlandstalige blog, een steigertje voor gezapigheid, steeds vaker scheepsladingen bezoekers krijgt uit de Verenigde Staten, Singapore en Hongkong, en soms rechtstreeks van chatgpt.com.

Blijf met je scrapefikken van mijn ideeën en emoties! Multinationaliseer mijn kennis niet! En betaal me om te beginnen voor mijn rechten!

Ook heb ik op mijn hogeschool ongevraagd als mailfunctie AI-samenvatten gekregen. Daar heet de vriend Ko Piloot. Een testje wees uit dat hij redelijk werk levert, maar niet wereldschokkend en met één blunder die mij onslim en respectloos leek. Al langer kan ik bij de mail op antwoordsuggesties klikken, maar die zijn gesteld in een reliblij communicationalisme (‘Top, bedankt!’). Het zal van mij wel ouderwets en inefficiënt time management zijn, maar wanneer ik mensen te eten krijg schotel ik hun geen opgewarmd blik hondenbrokken voor.

Wanneer anderen AI gebruiken, bekruipt me huiver die ik tracht te dragen. Ik houd me voor dat er bijvoorbeeld nieuwe medicijnen mee worden ontworpen tegen ziektes die ongeneeslijk heetten. Bovendien is het niet aan mij iets te verbieden. Het dunkt me aan de wet om restricties te stellen aan schadelijk gedrag. Maar als medemensen me persoonlijke berichten en analyses mailen die ze door een algoritme hebben laten opstellen, voel ik me moreel bedot. Ik zou het fijner vinden wanneer ze hun praktijken zouden voortzetten op Mars, onder de geïnspireerde financiële leiding van meneer Musk.

Ik begrijp nog steeds niet hoe AI zo stilzwijgend en vanzelfsprekend in het dagelijks leven wist door te dringen. En al helemaal niet in het onderwijs. Daar beweren we jongeren op te leiden tot ‘kritische burgers’ en leven we tussen curricula waarin het woord ‘dekolonisatie’ een stamgast is. Tegelijk hebben we ons afhankelijk gemaakt van uitheemse servers van monopolisten. Niet eens bewust, maar door vermijding van elke voor de hand liggende ethische discussie en terloops akkoord te gaan met kilometerslange teksten vol gebruikersvoorwaarden.

Daar ben ik niet alleen verbaasd over. Eigenlijk ben ik ook verdrietig en bovenal boos. Dus deed het deugd om van datawetenschapper Paola Verhaert uit haar toegankelijke boek Technologie is politiek te begrijpen hoe tragisch het is dat believers op hun rug gaan liggen voor AI. Omdat ze, na de ‘digitale kloof’ van weleer die met ‘digitale vaardigheden’ moest worden overbrugd, wéér ‘onvermijdelijk’ zou zijn. Omdat deze mensen anders natuurlijk ‘de trein missen’. Dat is een metafoor, maar ik wil er toch even de hypothese aan toevoegen dat ze zelf significant vaak per auto en vliegtuig reizen.

De metafoor zelf is deel van een ideologie die bestaat bij de gratie van ‘uitdagingen’. Hun believers én CEO-goden doen alsof ze Hercules zelf zijn. Ik ben maar een watje, maar hun taal is evengoed slap. Alleen heeft ze zich zo hardnekkig in ons discours vastgezet dat beleidsmakers op hogescholen en universiteiten met droge ogen beweren dat ze uniform AI-beleid ‘uitrollen’. Alsof het een tapijtje is, om de ruimte te decoreren.

Blijkbaar is het besef hier niet meer actief dat AI economische belangen dient. En daar begin ik de reliblijheid van de AI-mailhulp al wat minder gratuit te vinden. Sterker, ze heeft haar oorsprong in een neoliberalisme dat, paradoxalerwijs samen met de taaldialoogniche, communicatie de nek heeft omgewrongen tot eenrichtingsverkeer dat domweg polariserend is. Zodat vakdocenten als ik in een spagaat worden gedwongen, wanneer ik me ontpop als collagemaker en uitsneden uit mededelingen op ons intranet als lesmateriaal gebruik.

WEIRD

Academisch België werd recent opgeschrikt door twee zaken waarbij AI geen glorieuze rol speelde: zowel Petra De Sutter (de huidige rector van de universiteit Gent) als Rik Torfs (de voormalige rector van de KULeuven) had gefoefeld met citaten. Ongemak was er wel de zachtste reflex er, veel vaker regeerde leedvermaak. Voor mij jeukte het dat Torfs in een reactie het genre van het essay geschikt achtte voor flexibel misbruik – dat wetenschap niet zou aankleven. Zou ‘goed leren prompten’ daar inderdaad de hostie zijn voor een onzondiger eeuwigheid? Wat doen we dan met de ondermaatse taal die ChatGTP uitslaat?

Niet alleen vind ik AI een nepleraar doordat hij zelf slechte voorbeelden aanlevert, volgens mij schiet hij ook als redacteur tekort. Want zo iemand stelt juist vragen bij woorden, zinnen, passages, waarop de auteur kan antwoorden met verfijningen of complete herzieningen. In feite doet de niet gek lang vóór Chat opgeleverde digitale Leuvense Schrijfhulp dat, maar dat instrument, ondubbelzinniger gefinancierd door de overheid, wordt bij mijn weten amper gebruikt. Te tijdrovend? Schrijven hangt immers samen met lezen. Ik kan daarom een recente observatie van Wiel Kusters bijvallen dat steeds vaker onderwerp en persoonsvorm incongruent zijn. Daarin voert het gevoel de boventoon.

Moeiteloos zou zo’n foutje te herstellen zijn door oefening. Door geredigeerde teksten tot zich te nemen. Dat daar, conform het idee van de diplomademocratie, niets elitairs aan is, bewijst Ester Naomi Perquins Tot alles in beweging komt. In die recente roman volgde het hoofdpersonage als meisje de HAVO en toen wilde een oudere, cultureel doorspekte man haar bijkneden. Maar uit alles blijkt dat ze superslim is en wordt opgeleid door haar zintuigen waarin haar taal vervolgens neerslaat. Ik las dat boek bewust traag ’s avonds na het quoteren, en voelde me getroost. Wie de moeite neemt om zorgvuldig de werkelijkheid te lezen, wint taal. Als kind benoemt het meisje het geluid dat auto’s achter een geluidswal produceren als ‘zwoesj-zwoesj’. Later, als cipier in een gevangenis, in een geweldige passage over geuren, ontdekt ze dat een verse zelfmoordenaar anders ruikt dan rotting. Veeleer vaag, ‘zelfs vermengd met de geur van urine’, naar zwavel. Academisch waarnemen, academische taal.

Als we van studenten iets willen, is het wel dat ze zelfstandig denken. Daartoe moeten ze een proces doormaken van vallen en opstaan. Van proberen dus, voor mijn part beckettiaans falen. En schrijven is toch gewoon hardop denken? En nu leren ze van hun hogescholen en universiteiten om efficiënt te outsourcen? Quoi? Serieus? Ze zouden er wel een maatschappelijk-politieke trend mee volgen die al zo lang klopt in het hart van het publieke bestuur, tot op de dag van vandaag, dat ze aanvoelt als ‘het nieuwe normaal’. Ik las er onlangs een studie over, die me aangreep: De consultancy-industrie door Mariana Mazzucato & Rosie Collington.

De afgelopen weken tijdens het quoteren waren er momenten dat ik hoopte alsnog berouwvol en gelovig te worden. Dan kon ik namelijk bidden. O goden van de academische wetenschap, schenk me tien dt-fouten in één minuut in plaats van elk kwartier de uitsmijter over een kunstenaar die ‘op het snijvlak van waanzin, berusting en overmoed een krachtig protest creëert tegen’ de huppeldepupsigheid die het algoritme bij elkaar heeft weten te diagnosticeren. Niet dus.

Dat maakt het extra onrechtvaardig dat er evengoed studenten bestaan die wel zelf proberen te schrijven en te denken – en teksten kunnen inleveren die op het eerste gezicht veel zwakker zijn. Ze krijgen dan een lager punt dan de idiote kortetermijn-studenten die zich richting de grens van het toelaatbare bewegen door in hun verantwoording op te biechten ChatGPT te hebben gebruikt ‘voor de spelling’. Ja sorry, ik druk me mild uit en vind die studenten idioten. Van mij mogen ze, met het laatste restje liefde, het allerhoogste punt en een diploma. Als ik ze dan maar niet meer hoef te zien en beslag leg op hun kostbare tijd.

Een minder pragmatische oplossing zou zijn om de druk op het fenomeen ‘academisch’ te verlichten met een spiegel. Wellicht zijn er minder mensen geschikt voor dan die nu het hoger onderwijs bevolken, en zouden ze er verstandiger aan doen om zich aan te sluiten bij het structureel onderschatte legioen van ‘praktisch geschoolden’ die makkelijker werk vinden.

Ondertussen worden er nog altijd taaldebatten gevoerd over verengelsing. Achterhoedegevechten! ChatGPT leert aan dat er niets anders is dan Engels. Ik gok: 95% van de geraadpleegde bronnen die in de papers van het semester werden opgegeven. Dat zorgt voor een monocultuur, een andere dan die waarvoor in mijn studentenjaren werd gevreesd. Toen lazen velen Franse poststructuralisten in het Engels. Inmiddels zijn er best wat Nederlandse vertalingen, maar die blijven ongeraadpleegd. Minder makkelijk te krijgen op pdf of nog niet gescrapet? De vermelde invasie op mijn blog kon ik dan ook niet waarderen. Ik mag daardoor eindelijk officieel WEIRD zijn(Western, Educated, Industrialized, Rich, Democratic), daar is wel een prijs voor betaald die we vroeger ‘de toekomst’ noemden.

Pejoratieve toestanden

Waarom zo grumpy? Verschuil ik me achter ‘het milieu’ en ‘de globalisering’ om angst voor innovatie te verhullen? Ik herinner me toch dat AI bijvoorbeeld die geweldige medicijnen weet te ontwerpen? In het kalme boek AI, wat niemand ons vertelt, dat net als Verhaert in 2025 verscheen, gaf techniekfilosoof Lode Lauwaert allerlei historische parallellen met mijn grondhouding. Ik schoot in de lach – ik ben zo’n kwast die de wereld al zag vergaan toen de stoomtrein in het landschap opdook. Zulke azijnpisserij situeert Lauwaert in de geschiedenis, met bevreesde wegwuivingen tot en met pakweg internet en de iPhone. Alsnog naar excuses zoekend voor mijn intuïties boeide het me dat hij ze verbindt aan het brein. Net als de natuur zijn we gewend aan lineaire ontwikkeling (1,2,3,4,5) en evolueren we gewoontegetrouw stapsgewijs. Maar revoluties zoals AI pakken exponentieel uit (1,2,4,8,16).

Toch redt Lauwaert die retorisch smadelijke positie van Luddiet. Nuchter stipt hij aan dat er zonder hosanna en consultancyoptimisme geen investeerders zouden komen voor peperduur onderzoek dat AI vereist. Dat, zoals we weten, in de Verenigde Staten door de Trump-miljardairs over de rug van burgers wordt gefixt. Ook bestaat er zoiets als FOMO en hebben we evengoed andere angsten: dat we zouden achterblijven bij de jongste ontwikkelingen. En dus ‘de trein missen’. Daarom is het zinvol naar Lauwaert te luisteren als hij meedeelt dat Artificiële Intelligentie kan ‘chanteren, manipuleren en liegen’. In het ergste geval, bewijst hij, heeft dat catastrofale effecten voor de planeet (klimaat, kernaanvallen) en haar bewoners (virussen). Op dit moment hebben de honorabele geleerden daar geen controle over  – ze kunnen risico’s vooralsnog niet uitsluiten.

Een gebrek aan controle tekent zeker de omgang met het Nederlands bij mijn studenten. Met alle respect voor hun beheersing van het Engels, ik las vooral een soort terugvertalingen die de docent verbannen naar de vluchtstrook. Het Engels klinkt te luid wanneer ze schrijven over ‘context’, en over ’contributie’ (in de exclusieve betekenis van inbreng) en over ‘connectie’ (in de exclusieve betekenis van verstandhouding). Het Nederlands lijkt er neutraler door geworden, verlost van pejoratieve toestanden, en dat is precies het punt. Deze uitgepuurde taal toont louter nog een hegemonische ideologie, in wat Lauwaert ‘waardenvergrendeling’ noemt.

Af en toe kijkt Lauwaert ook door een glazen bol. Dan voorspelt hij dus wat er gaande zal zijn. In zijn boekgebeurt dat met diverse jaartallen. Zoals 2057, waaruit ik dit licht: ‘Onderwijsinstellingen gebruiken op AI gebaseerde leersystemen om de prestaties van de studenten real time te monitoren en curricula aan te passen aan hun capaciteiten’. Klinkt dat goed? Maatwerk? Ik was toch opgelucht om in de roman van Ester Naomi Perquin te vernemen over een briefje dat een gevangene op zijn deur had geplakt: Komt heden stemmen in mijn hoofd.

Dit stuk verscheen eerder op De honingpot

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: kunstmatige intelligentie

Lees Interacties

Reacties

  1. Robert Walter Joseph Kruzdlo zegt

    30 januari 2026 om 17:50

    Komt heden stemmen in mijn hoofd. Zo zie je maar hoe leeg het daar is en de grijze massa, waar het om gaat, niet mee doet er, dit lichaamsdeel ook een binnenbrein heeft. Gelukkig maar. Je kunt er geen stemmen horen.

    Retorica vernietigt de schoonheid en de kennis die nog gevonden moet worden.

    Beantwoorden
  2. Mark D zegt

    31 januari 2026 om 08:01

    Bravo, prachtig stuk. Wat betreft het ironisch-oprechte “Laat ik eerst even zeggen dat ik niet weet waar ik het over heb”, de vakkennis spat er vanaf en is een verademing vergeleken bij de geautomatiseerde gedachteloosheid waar ChatGPT-gebruikers prat op gaan.

    Beantwoorden
  3. Marc Kregting zegt

    31 januari 2026 om 13:06

    Toch snap ik oprecht niet hoe het komt dat Neerlandistiek bij eervolle overnames van mijn blog altijd de kwetsbare prilste versie kiest. Daar zitten meestal nog tik- en spelfouten in (blijven herlezen, raad ik mijn studenten aan!) en blunders (kijk eerst even na wat een vreemd betekent voordat je het naar buiten brengt, is een andere tip).
    Zo voer ik bij publicatie van het bovenstaande op de automatische piloot bij een naam: dat de legendarische agressieve aap in Rotterdam Bonobo heette. Wel drong binnen het halfuur een naar soort schaamte in mijn lichaam dat plots wist: hij heette Bokito! Ik herinner me nog: oef, gelukkig heeft geen hond dat gezien.
    Gelieve dus pal boven de eerste tussenkop voor ‘bonobotaalje’ te lezen: ‘bokitotaaltje’

    Beantwoorden
    • Redactie Neerlandistiek zegt

      31 januari 2026 om 14:22

      Excuses! We hebben het aangepast.

      Beantwoorden
    • Robert Walter Joseph Kruzdlo zegt

      31 januari 2026 om 15:26

      Maar het is ook zo, dat het literairariteit was: een docent die nooit vergeet dat hij terzelfder tijd zelf literatuur maakt.

      Beantwoorden

Laat een reactie achter bij Robert Walter Joseph KruzdloReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Elise Vos • Het bewaren van een mens

uit je botten bouwde ik
twee nieuwe lichamen
profeten van een oud geloof
een tweeling die bestond
uit goed en kwaad

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

VOORUITGANG

Precisie is de grondslag van de moderne industrialisatie.
– Zo is de poëzie nog ergens goed voor.

Bron: Barbarber, januari 1968

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

27 maart 2026: Culturele verbeeldingen van het Waddengebied

27 maart 2026: Culturele verbeeldingen van het Waddengebied

23 februari 2026

➔ Lees meer
13 maart 2026: Westerse boeken met een Japans tintje

13 maart 2026: Westerse boeken met een Japans tintje

23 februari 2026

➔ Lees meer
28 februari 2026: Lezing Die Wrede Een met die Rode Baard en sy viervoetige jambes

28 februari 2026: Lezing Die Wrede Een met die Rode Baard en sy viervoetige jambes

22 februari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1966 Arie Bouman
➔ Neerlandicikalender

Media

Waarom voelt prima zo passief aggressief?

Waarom voelt prima zo passief aggressief?

23 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek 1 Reactie

➔ Lees meer
De Twintigers: Juicy

De Twintigers: Juicy

22 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Safae el Khannoussi Translation Project

Safae el Khannoussi Translation Project

21 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d