
Wie veel Nederlands spreekt, maakt tientallen keren per dag zonder er veel bij na te denken een klankje dat niemand die Nederlands schrijft normaliter ooit op papier zet: een kort klikje met de stembanden, vlak voor een klinker aan het begin van een woord, dat je vooral goed hoort als je een woord met een zekere nadruk zegt. De glottisslag, wordt dat klankje wel genoemd, en fonetisch schrijf je het met een ʔ-teken: ʔappel, ʔeiland, ʔeet.
De glottisslag is het spook onder de medeklinkers: hij is er wel, maar volkomen doorzichtig. De Duitse foneticus Holger Mitterer, die aan de Universiteit van Malta werkt, schreef er een overzichtsartikel over in het tijdschrift Laboratory Phonology. Leve het onderzoek naar het op het oog onbeduidende! Miterer conclusie is verrassend: zelfs in talen waar de glottisslag een volwaardige medeklinker is, en wél geschreven wordt, merken mensen hem nauwelijks op. Terwijl hij in talen waar hij niet geschreven wordt, toch telt is bij het luisteren.
Zware functie
Neem het Duits. Daar hoor je de glottisslag duidelijker dan in het Nederlands – met een Duits accent heeft Theater een veel duidelijker klikje tussen de e en de a. De meeste taalkundigen beschouwen die glottisslag desalniettemin ook in het Duits niet als een echt onderscheidende klank. Het lijkt vooral lastig helemaal uit het niets met een klinker kunt beginnen. Toch laten Mitterers experimenten zien dat hij voor Duitse luisteraars wél iets doet. Wanneer je hem wegknipt uit opnames, wordt het voor hen veel lastiger om het woord te herkennen. Apfel is echt iets anders dan ʔapfel.
Dat die glottisslag maar zo zwak is, is overigens opmerkelijk, schrijft Mitterer, want Duitstaligen gebruiken hem steeds vaker om genderneutraal te spreken: Professorinnen betekent ‘vrouwelijke hoogleraren’, maar Professorʔinnen ‘hoogleraren van alle genders’. Kan zo’n zwakke klank zo’n zware functie wel aan?
Zwak
In het Maltees, een van de twee officiële talen van Malta (naast het Engels), is de situatie op het eerste gezicht anders. Daar wordt de glottisslag namelijk wel degelijk geschreven: met de letter q. Het woord qattus (kat) begint er bijvoorbeeld mee, dat klinkt dus als attus. Maar ook in het Maltees functioneert het als een klikje dat sprekers automatisch toevoegen voor een klinker, net als in het Duits en het Nederlands. En Maltese luisteraars worden wel afgeleid als ze ineens attus horen, maar minder dan wanneer je pakweg een m van het begin van een altees woord zou weglaten.
Het zou interessant kunnen zijn om dit experiment te herhalen voor het Nederlands. We gebruiken hem in onze taal vooral bij nadruk, als om aan te geven: nu komt er iets belangrijks. ‘Ik houd niet van peren, maar van :ʔappels!’ Hij zegt iets over hoe de zin in elkaar zit, en niet over wat de woorden betekenen. Maakt dat nog verschil?
Als zelfs in het Maltees, waar de glottisslag wordt uitgeschreven, zo zwak is, hoe zit dat dan in onze taal, waar hij zelfs maar zwak klinkt? Hier duikt het spook zelfs niet altijd even duidelijk op. Kijken we er dan niet meestal doorheen?

De afbeelding komt uit de paragraaf over de glottisslag in de Algemene Nederlandse Spraakkunst.
Zo heel zeldzaam is de glottisslag toch niet in het Nederlands? Je hebt hem bijvoorbeeld nodig om ‘be-oog’ en ‘be-aam’ uit te spreken.
Mogelijk wijst onderzoeken van gedichten iets uit? De glottisslag zou een vorm van alliteratie opleveren (volgens bijvoorbeeld literatuur over skaldenpoëzie) en dichters zouden dus daarvoor kunnen kiezen vanuit hun klankgevoel met herhaling van beginklinkers in beklemtoonde posities.
Bij mijn weten werkte het zo in Oud-Germaanse poëzie! Woorden die in de spelling begonnen met (beklemtoonde) klinkers allitereerden op elkaar.