
Ergens in Plooi u in tweeën, het nieuwste boek van Joke van Leeuwen en een memoir volgens het omslag, is Joke op bezoek in Nederland. Ze heeft dan al een aantal jaar in Brussel gewoond met haar Nederlandse vader, moeder, broers en zus. Eenmaal in Nederland, blijkt Joke het systeem van het openbaar vervoer niet goed te snappen. Hoe je er precies voor moet zorgen dat je kaartje geldig is, is ingewikkelder dan hoe ze het inmiddels gewend is in België.
De conducteur in de Nederlandse tram gelooft haar niet, omdat ze zo overduidelijk met een Nederlands accent spreekt. Zo spreken mensen die lang in Brussel gewoond hebben niet. Er is trouwens een luisterboekversie van Plooi u in tweeën waarin je zelf kunt constateren dat Joke van Leeuwen meer dan 55 jaar na die anekdote nog altijd duidelijk Nederlands klinkt – een Nederlands Nederlands waarin de tijd een heel klein beetje is blijven stilstaan, zodat bijvoorbeeld al haar r’en nog rollen, maar desalniettemin een Nederlands dat alleen Nederlanders spreken. Een paar keer doet ze lokaal dialect na (Brussels en Antwerps), maar erg overtuigend wordt dat nooit.
Thuis
Dat de conducteur haar niet gelooft is een veelzeggend detail. Joke hoort niet bij Nederland, ze hoort niet bij België, ze kan alleen zichzelf zijn. Plooi u in tweeën gaat over een jong meisje dat te midden van allerlei tegenstellingen leeft: Nederlands-Vlaams, protestant-katholiek, man-vrouw, slim-niet zo slim, homo-hetero, kind-volwassene, het komt allemaal voorbij. Het boek eindigt met een ode aan Brussel, de stad waar ze inmiddels allang niet meer woont, maar waar ze zich thuis voelt door alle tegenstellingen:
En ik weet nog de weg in die stad van negentien burgemeesterssjerpen, met haar Kreupelenstraat, haar Wedijverstraat, haar Komediantenstraat en haar Getrouwheidsgang, die mooie, lelijke, vrolijke, treurige mengelmoesstad waar je thuis kunt zijn door er niet thuis te zijn.
Daarnaar verwijst natuurlijk ook de titel Plooi u in tweeën: ergens in al die tegenstellingen is de mens thuis, ergens tussen Kreupelenstraat en Getrouwheidsgang vindt ze haar thuis.
Onvertogen woord
In het boek moet de tiener Joke vooral lachen om die uitdrukking ‘Plooi u in tweeën’ dat de turnlerares tegen haar roept waar de Nederlandse gymlerares zou hebben gezegd ‘buig je dubbel’, of zoiets. Die andere betekenis van plooien, je aanpassen, komt natuurlijk naar voren en speelt een belangrijke rol in het memoir van een Nederlands meisje dat in de vroege jaren zestig in Brussel terecht komt. Het is de vraag of je je aan de twee polen van een tegenstelling tegelijkertijd kunt aanpassen.
Die worsteling tussen aanpassing en het omhelzen van de variatie zit ook in Jokes persoonlijkheid: eigenwijs, kiest ze voor het kunstenaarschap. Maar tegelijkertijd wil ze ook altijd behagen en zich plooien. Eigenlijk wil ze tekenen en schrijven, maar als mensen genoeg zeuren dat ze zoveel talent heeft, beklimt ze, ochtendmens, het podium voor een cabaretvoorstelling. Het boek dat ze als zeventiger schrijft wil ook wel graag behagen, een onvertogen woord valt er niet. De schrijfster blijft zich altijd plooien, al is het dan ook in tweeën.
Joke van Leeuwen. Plooi u in tweeën. Querido, 2026. Bestelinformatie bij de uitgever.
Laat een reactie achter