
Dit is de tekst van de toespraak die Toni Rietveld uitsprak tijdens de uitvaart van Vincent van Heuven, op zaterdag 14 februari 2026.
Ik zal niet de enige zijn die erg geschrokken is van het verschrikkelijke nieuws dat Vincent gestorven is. Ik ga niet over mijzelf klagen, maar ik voel een echte, bijna existentiële leegte om mij heen, buiten en in mijn hoofd. Vincent en ik kennen elkaar al heel lang erg goed, zowel vanuit ons vakgebied als privé.
Privé: wij waren elkaars trouwgetuigen. Zijn kinderen speelden – lang geleden – met veel energie bij ons thuis.
Het vakgebied: wij kennen elkaar al minstens sinds 1979, het fonetisch congres in Kopenhagen, waar hij, vlak voordat ik een zaal betrad voor mijn lezinkje tegen mij zei ‘ik zal je niet sparen’. Het waren de eerste woorden die Vincent in het openbaar tot mij richtte; Vincent had daar toen al zijn twijfels over mijn inzichten, en dat is altijd zo gebleven (47 jaar lang). Ondanks dat hebben we samen al vier drukken van ons fonetiekboek achter de rug, en zouden we dinsdag deze week, de laatste details van een nieuwe, herziene versie samen hebben bekeken.
Buurman
Hij is weggevallen: het gaat echter niet alleen om Vincent, maar ook om zijn echtgenote Renée van Bezooijen die in juli vorig jaar is overleden en van wie we ook hier afscheid hebben genomen. Zij zijn er beiden niet meer. Misschien kunt u zich voorstellen waarom dit tot volledige mentale en fysieke leegte leidt als ik ook nog zeg dat ik de start van de verliefdheid tussen Vincent en Renée heb meegemaakt, op een congres in Aix en Provence. Bij heel veel levensstappen waren wij bij elkaar aanwezig.
Bij zijn laatste stap helaas niet. Wij zouden vrijdag j.l. beiden naar het afscheid van Charlotte Gooskens in Groningen gaan, een vriendin en collega van Renee en Vincent. Maar ik trof hem daar – tot mijn verbazing – niet aan. Mailtjes en telefoontjes werden niet beantwoord. Ik heb toen zaterdagavond Jean opgebeld. Die kent een buurman van Vincent, en die heeft Vincent gevonden.
Uithangbord
Vincent was niet een oude man die nog hier en daar kleine klusjes deed. Hij was een duizendpoot en dat bleef hij: zonder met de ogen te knipperen is hij in de jaren negentig van de vorige eeuw, samen met Louis Pols, de editor van een zeer interessant en verzorgd boek geworden over spraaksynthese in Nederland, zonder met de ogen te knipperen gaf hij statistiekles in exotische landen, zonder aarzelen stortte hij zich op vocoderspraak als hulpmiddel bij onderzoek naar wat mensen horen met een Cochleair Implantaat, hij was zeer actief in het merkenrecht, was actief in de forensische fonetiek en met veel bravour heeft hij een groot deel van zijn professionele leven gewijd aan onderzoek naar prosodische verschijnselen. Twee weken geleden heeft hij mij nog geattendeerd op een aspect van spectrale analyses waar ik me nog niet van bewust was: reassigned spectrograms. Kon nog net in het nieuwe fonetiekboek worden opgenomen.
Eigenlijk is Vincent een lopend uithangbord geweest voor de studie Fonetiek: als je fonetiek goed beheerst, dan kun je je in allerlei disciplines goed staande houden, dan wel daar een leidende rol in spelen. Dit klinkt allemaal zakelijk en wetenschappelijk. Maar nee, dat was niet zijn enige interesse. Hij was een actief lid van de Partij voor de Dieren (dat bond ons ook) en zat lange tijd in de steunfractie van deze partij in de Provinciale Staten.
Vroeger woonden Vincent en ik redelijk ver van elkaar: de afstand tussen Nijmegen en Sassenheim is groot (138 km), maar sinds alweer geruime tijd wonen, ik moet zeggen woonden we op een afstand van 17 km van elkaar in het heerlijke Friesland: Kubaard – Harlingen. Friesland is voor ons nu leger geworden, mijn leven is dat ook.
Mooie woorden, Toni!