Over ‘De functie van onschuld’, de Frans Kellendonklezing 2026 van Edward van de Vendel

Wat is kinderliteratuur en waar staat zij voor? Die twee vragen probeert Edward van de Vendel, auteur van een indrukkend oeuvre voor kinderen, jongeren en volwassenen, te beantwoorden in zijn Frans Kellendonklezing. Kellendonks poging tot een kinderboek wijst Van de Vendel af. Hoewel Bruna zijn manuscript weigerde en Kellendonks kinderboek nooit in druk is verschenen, weet Van de Vendel vrijwel zeker dat de in 1990 overleden schrijver het genre niet serieus genoeg nam. Een kinderboek is geen ‘boekje dat over een giraf gaat of over een beertje dat net als een mens doet’, stelt Van de Vendel. Een goed kinderboek maakt indruk op de lezer en heeft de potentie een ‘Lievelingsboek’ te worden en levert een ‘Leeservaring’ van ‘Levensbelang’ op.
Formulefictie verwerpt Van de Vendel. Uit berekening schrijven voor jonge lezers is niet onschuldig. Hij noemt geen namen als hij het heeft over influencers die verhalen laten schrijven door ghostwriters. Niet de jeugdliteratuur wint als deze schrijfproducten kinderjuryprijzen winnen en in de Bestseller 60 terechtkomen, maar de commercie. De adem in het kinderboek moet kloppen, waarmee Van de Vendel ‘intentie, waarachtigheid, relevantie’ bedoelt.
Slachtoffer van formulefictie worden jonge lezers en kinderboekenschrijvers die wel worden genoemd: Bibi Dumon Tak, Jan Paul Schutten, Annet Huizing, Anna Woltz, Guus Kuijer, Joke van Leeuwen, Pim Lammers, Annet Schaap, Simon van der Geest, Yorick Goldewijk Zij schrijven boeken die blijvende indruk maken, vanuit een juiste intentie. Dit zegt Van de Vendel niet, maar ik weet uit ervaring dat formulefictie ook na de basisschool domineert. De ‘Kluitman-novelle’, thrillers van 100 pagina’s, wordt vaak als hoogst haalbare lectuur voor leerlingen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs gezien en wordt door sommige leraren Nederlands zelfs aanbevolen voor de bovenbouw havo en vwo. Iedereen blijft dus lijden als kinderen te weinig bezielde boeken lezen. Ook het oeuvre van Kellendonk lijdt onder het gebrekkige leesniveau dat formulefictie oplevert. Mystiek lichaam staat op het bijna onbereikbare niveau 6 van Lezen voor de lijst. Ik vermoed dat Kellendonk zelf niet heeft ingezien van welk belang goede jeugdliteratuur is.
Dat Van de Vendel zelf, als vertaler van de reeks De waanzinnige boomhut, ook bijdraagt aan de verspreiding van formulefictie, vertelt hij overigens niet in zijn Kellendonk-lezing. De waanzinnige boomhut-delen bereiken net als de boeken van de influencer en de ghostwriter steevast de Bestseller 60. Niemand heeft schone handen, maar Van de Vendel stelt gelukkig eindeloos veel schoonheid tegenover de lelijkheid.
Voorhoofdje
Het gaat niet alleen om het ontwikkelen van een goede smaak, taalplezier en een taalvaardigheid die uitstijgt boven AVI- en referentieniveaus. Voor Van de Vendel staat er meer op het spel. Hij wil dat aardigheid, onschuld en zachtheid door de kaften van kinderboeken sijpelen en ook in het echte leven een rol gaan spelen. Intentie blijft daarbij belangrijk. Een politicus als Martin Bosma die gedichten van Leo Vroman, Rutger Kopland en Sholeh Rezazadeh voordroeg in de Tweede Kamer is hypocriet. Bosma beweerde ook dat er in Nederland ‘omvolking’ plaatsvindt en dat Nederlanders vreemden in hun eigen land zijn geworden. In verkeerde handen stuurt de poëzie de ‘onvriendelijkheid’ niet bij.
De menselijkheid die in de politiek, op de sociale media en aan de talkshowtafels vaak ontbreekt, is in de verhalen van Edward van de Vendel, Astrid Lindgren, Annet Schaap, Pim Lammers, Annet Huizing, Jan Paul Schuttten en talloze andere kinderboekenauteurs wel terug te vinden. Helpt die menselijkheid, die enthousiaste adem, die vriendelijke bezieling tegen de wreedheid in de wereld? Die vraag beantwoordt Van de Vendel met een gedicht van Herman De Coninck:
Zoals je tegen een ziek dochtertje zegt:
mijn miniatuurmensje, mijn zelfgemaakt
verdrietje, en het helpt niet;
zoals je een hand op haar hete voorhoofdje
legt, zo dun als sneeuw gaat liggen,
en het helpt niet:zo helpt poëzie
Edward van de Vendel. De functie van onschuld (Frans Kellendonk-lezing 2026). Vantilt, 2026. Bestelinformatie bij de uitgever.
Laat een reactie achter