
Wanneer stop je met lezen? Mij is dat zelden duidelijk. Ik lees verschillende boeken naast elkaar, en op een bepaald moment besef ik dat ik naar een zeker boek eigenlijk nooit meer grijp. Dat ik, als ik er nu naar zou grijpen eigenlijk op de eerste pagina zou moeten beginnen, om weer echt te weten waar het over ging. Dat ik daar geen zin in heb, maar dat laatste druk ik weg. Ik houd niet van boeken niet afmaken.
Deze maand had ik het wat dat betreft moeilijk, er waren allerlei boeken die me niet lagen. Man neemt vrouw van Eva Hofman, bijvoorbeeld, dat ook nog als ondertitel heeft Aantekeningen uit het patriarchaat, dat het voor een oude witte man natuurlijk al helemaal lastig maakt om het weg te leggen, of jezelf toe te geven dat het boek misschien wel bewijst dat met name het epitheton oude op jou van toepassing is en het onmogelijk maakt om dit boek te kunnen begrijpen. Het begint zo:
‘Kutwijf!’ Ik bevind me in drie werkelijkheden. De Sarphatistraat in februari-koud Amsterdam, linkerhandschoen uitgetrokken, tintelende handpalm tegen mijn cappuccino. Dat is het fysieke, de tweede realiteit ligt in mijn rechterhand. Ik scan een krantenartikel terwijl ik langs de mensen, bomen, wegversperringen in mijn periferie stap.
Dat is onmiskenbaar een pakkend begin. Het probleem, voor deze lezer, is vervolgens dat al die verschillende werkelijkheden de hele tijd allemaal naast elkaar blijven bestaan, niet alleen in het openingsessay, maar in alle stukken voortdurend door elkaar lopen. Het is een feministisch plamflet, maar het gaat tegelijkertijd over allerlei dingen, zoals in dit geval, het leven in parallelle wereld door media en ‘hoeveel informatiestromen een mens kan verwerken’. Je moet dat als lezer voortdurend bijhouden, en deze lezer vindt dat heel lastig. De beschreven situatie (de derde informatiestroom is overigens dat er in Hofmans oortjes ook nog een podcast klinkt) is ook voor oude witte mannen in het werkelijk leven helemaal niet zo herkenbaar, maar al die stromen van iemand anders volgen, dat is in ieder geval voor mij wel een beetje veel gevraagd. Over de podcast wordt bijvoorbeeld verteld:
Het stemgeluid dat halfdronken en lijzig door mijn koptelefoon klinkt, ken ik inmiddels als neoconservatief op het fascistische af, maar dit is een oude aflevering en toen waren ze nog niet zo ver. De twee New Yorkse podcastpresentatrices profileerden zich als tegendraads, dat wel, maar van het soort dat op Bernie Sanders stuurt.
Hier worden allerlei details gegeven (hoezo halfdronken? wie is dan eigenlijk die stem? wat is er met dat stemgeluid sinds die oude aflevering gebeurt? Wat is de oppositie tussen tegendraadsheid en op Bernie Sanders stemmen? En waarom moet ik als lezer daar allemaal kennis van nemen? Op geen van deze details wordt verder ingegaan. En zo worden we voortdurend getracteerd op allerlei raadselachtige mededelingen, waarvan vooral niet duidelijk is wat die precies met het patriarchaat te maken hebben.
Chaos
Ik raak van zoiets in de war, want ik ben toch gewend om ervan uit te gaan dat details op de een of andere manier iets bijdragen aan het betoog. Natuurlijk kan ik ook best af en toe een detail aan waarvan de functie volkomen duidelijk is, maar in dit proza worden zoveel van zulke details over me uitgestort, dat ik niet meer weet wat ik ermee aan moet. Vooral omdat ik het allemaal natuurlijk óók nog moet combineren met mijn eigen werkelijkheden – ik lees meestal in de trein, en daarin gebeurt natuurlijk ook voortdurend van alles.
Het is een beetje het bezwaar dat ik altijd heb gehad tegen bepaalde vormen van postmodernisme: dat het de chaos van de werkelijkheid zo treffend weergeeft dat het niet meer past in mijn eigen chaos.
Nogmaals, dit is geen kritiek op Hofman. Ik heb geen enkele reden om haar te bekritiseren. Ze heeft heel duidelijk niet voor mij geschreven, maar er is mogelijk een generatie lezers die zich hierdoor juist heel erg voelt aangesproken. Maar ik ben op ongeveer een derde gekomen en geloof niet dat het me ooit lukken zal verder te komen.
De harde feiten
| Gelezen | Gekocht of gekregen | Nu aan het lezen |
| Hale Amus. Turkish Express Nicolaas Beets. In mijn dichten is mijn hart Margot Brouwer. Sterrenstof zijn wij Ellen Deckwitz. Metamorfosen Sepp van Dijk. Super Simple, Very Tasty Joke van Leeuwen. Plooi u in tweeën Nisrine Mbarki Ben Ayad. Oeverloos Ian McEwan. What We Can Know Sylvia Serfaty. Des équations personelles Anne Vegter. Projectmedewerkers J.J. Voskuil. Meneer Beerta | Evi Aarens. Fausta Maria Barnas. Tussen mij Joke Brasser. Oude teksten voor jonge lezers Geerke van der Bruggen. Sprekende uitspraken Margot Brouwer. Sterrenstof zijn wij Sepp van Dijk. Super Simple, Very Tasty Joke van Leeuwen. Plooi u in tweeën | Evi Aarens. Fausta A.H.M. Romein-Verschoor. Vrouwenspiegel |
Soms inderdaad een warrige stijl:
“Het stemgeluid dat halfdronken en lijzig door mijn koptelefoon klinkt, ken ik inmiddels als neoconservatief op het fascistische af, maar dit is een oude aflevering en toen waren ze nog niet zo ver.”
-> oké, dat begrijp ik
“De twee New Yorkse podcastpresentatrices profileerden zich als tegendraads, dat wel, maar van het soort dat op Bernie Sanders stuurt.”
-> oké, dat begrijp ik niet: “op Bernie Sanders sturen”? Wat is dat? Of bedoelt ze “op Bernie Sanders aansturen”? Dan zou ik het wel begrijpen.
Nazicht leert dat Eva Hofman werd geboren in 1995. Toen bestond in de buitenlucht zonder apparatuur ‘scannen’ nog niet in de betekenis die ze er nu aan geeft (‘Ik scan een krantenartikel terwijl ik langs de mensen, bomen, wegversperringen in mijn periferie stap.’). Oudere generaties zouden het hebben over ‘diagonaal lezen’, ‘grasduinen door’, enz. En jongere generaties over ‘scrollen’? Haar aanduiding ‘fysiek’ daarbij zou voor mensen anno 1995 zelf onnavolgbaar zijn geweest. Tegelijk roept heden ‘cappuccino’ andere associaties op dan toen.
Projectie van mevrouw Eva Holman, speculatieve fictie, het heden in het verleden verpakken / backlash. Uiteindelijk blijft het belevingen.
Hofman schrijft voor Gen A en dus zal het wel loslopen.
Kut / wijf*, bevind ik mij in een nog een andere werkelijkheid. Tegelijk kut / wijf / werkelijkheid of liever werkelijke werkelijkheid. Leven in een parallellen werelden, betekent dat er meerdere versies zijn die elk moment tegelijkertijd kunnen plaatsvinden. Vaak is de schrijver er zich niet van bewust. Hoewel dit auto / fictieve / wetenschappelijk leven ook wordt gebruikt in poëzie en proza, is er tot op heden één wetenschappelijk bewijs voor geleverd: El Jardín de Senderos que se bifurcan van Jorge Luis Borges 1941. Er zal ná AI een kwantummechanica-computer zijn die Borges gelijk geeft. De jeugd zal dan geen proza lezen? Maar we genezen rap van deze tijd! (*wijf is een zelf.)
Ik denk niet dat het postmodernisme is eerder posttraumatische duizend en een nacht.
Eerlijk gezegd snap ik het probleem niet. Het is nogal experimenteel, maar het is zeker niet erger dan FInnegan’s Wake van je-kent-‘m-wel.
Oh De Red Scare Podcast. Anna en Dasha. Ik heb daar nooit naar geluisterd, maar als je bij een bepaalde culturele niche hoort herken je ze direct in deze verwijzing. Extreem online links, zeg maar. Dat is ook een generatiedingetje, natuurlijk, maar de meeste jonge mensen zullen hier ook overheen lezen. “Tegendraads” aan Red Scare was dat ze pro-bernie maar anti-woke waren. Mijn inzichten over waarom “anti-woke links” binnen een paar jaar is verworden tot neoconservatisme op het fascistische af bewaar ik voor een andere website.