
Een van de interessantste nieuwe ontwikkelingen in de taalwetenschap van de afgelopen vijftien jaar is die van de dierentaalwetenschap. Er zijn mensen die denken dat voor die tijd taalkundigen dierentaal beneden hun waardigheid achtten, maar naar mijn overtuiging is het anders. Natuurlijk erkennen taalkundigen al heel lang dat er een relatie moet zijn tussen dierentaal en mensentaal, maar de instrumenten van de taalwetenschap waren lang nog niet verfijnd genoeg om enerzijds recht te kunnen doen aan de verschillen tussen mensentaal en dierlijke communicatie en anderzijds aan de overeenkomsten.
Inmiddels wordt er zowel door taalkundigen als door biologen hard gewerkt om een en ander in kaart te brengen. Vaak doen ze dat in nauwe samenwerking. De meest productieve en interessante geleerde, in ieder geval aan de taalkundige kant, is hier de Fransman Philippe Schlenker. Hij is iemand die een brede kennis van de literatuur – omdat er zo verschillende vakken bij betrokken zijn, moet je veel literatuur bijhouden – paart met een helder overzicht over het geheel.
Kreet
Recentelijk publiceerde hij samen met een groep medewerkers een kort artikel waarin hij de contouren uiteenzet van een nieuw vakgebied, de dierentaalkunde. Dat bestaat volgens hem uit maar liefst vier. Ik geef steeds een van de karakteristieke vragen voor zo’n deelgebied.
- Formele dierentaalkunde: die beschrijft wat de kleinste bouwstenen (‘woorden’) zijn van dierentaal en op wat voor manieren die kunnen worden samengevoegd (‘grammatica’s) tot grotere gehelen (‘zinnen’), en wat voor betekenissen er aan die bouwstenen en grotere gehelen verbonden zijn.
- Vergelijkende dierentaalkunde: die de verschillende vormen dierencommunicatie met elkaar vergelijkt: zijn er overeenkomsten in hoe pakweg dolfijnen en wolven elkaar roepen?
- Dierenpsycholinguïstiek: wat zijn de cognitieve en andere vaardigheden waarover dieren moeten beschikken om de communicatiesystemen te kunnen gebruiken zoals die in de formele en de vergelijkende dierentaalkunde in kaart hebben gebracht? Het is (bij mijn weten) duidelijk dat dieren die gebruik maken van longen met complexere geluiden kunnen communiceren dan dieren zonder longen. Maar er zijn natuurlijk veel subtielere voorbeelden, ook over de bouw van de hersenen.
- Evolutionaire dierentaalkunde: hoe zijn de communicatiesystemen ontstaan? Als er overeenkomsten zijn tussen hoe pakweg paarden en vogels communiceren, komt dit dan doordat de gemeenschappelijke voorouder van paarden en vogels al zo communiceerde? Of hebben ze op verschillende momenten een soortgelijk systeem ontwikkeld?
Mij lijkt dit een degelijk kader voor dit zich nu zo snel ontwikkelende vakgebied. Er zijn natuurlijk nog wel andere manieren van naar (menselijke) taal kijken, zoals een historische (hoe ontwikkelt een taal zich in de tijd) of een sociologische (hoe gebruiken mensen taal in onderlinge relaties), maar ook voor voor de studie van menselijke taal leunen die zwaar op deze eerdere stappen. Aan de andere kant heeft een onderzoeker als Michael Tomasello carrière gemaakt met proberen de verschillende vormen communicatie van dieren (inclusief mensen) te begrijpen uit hun verschillende sociale vermogens.
En er zijn nu al allerlei heel ingewikkelde puzzels. Eén ervan is die van de evolutie. Het is als je erover nadenkt lastig te begrijpen hoe een communicatiesysteem ooit kan ontstaan. Stel dat er in een apensoort nog niet echt met tekens gecommuniceerd wordt. Nu bedenkt een aap een kreet die waarschuwt voor een slang (dat is een echt bestaande kreet in bepaalde apensoorten). Zij kan die kreet dan wel slaken, maar die andere apen begrijpen dat dan toch niet? Dat geldt nog sterker als er tekenen zijn dat aspecten van de communicatie aangeboren zijn: apen van dezelfde soort gebruiken overal dezelfde kreet voor die slang. De genetische aanpassing voor communicatie vindt dan toch eerst plaats in één aap – maar die heeft daar dan helemaal niets aan.
Die eerste pratende aap moet zich heel miskend en eenzaam gevoeld hebben. Dat is misschien de evolutionaire oorsprong van de poëzie.
Dit is zo interessant! Het boek Dierentalen van Eva Meijer is een aanrader als je hier meer over wilt weten.
Eva Meijer is leerling van Jakob von Uexküll, schatplichtig en steekt- zoals zo vaak in de wetenschap – zijn theorie in een nieuw vel! In haar boeken wemelt het van filosofische krenten waardoor je het brood mist. Haar favoriete theorie is: alles breder maken dan het is!
Genetische veranderingen bij een soort gebeurt nooit individueel. Toen de vis Tiktaalik roseae het land opkroop was hij niet de enige. Er zijn, denk ik, genetische tussenvormen die niet worden opgemerkt. Ik vraag mij af waarom de Umwelt van zeg een hond nog niet geëvolueerd is tot het nabootsen van de menselijke stem. Er is geen genetische behoefte voor een hond om iets terug te zeggen. (Honden.)
De hond is nog maar een paar tienduizend jaar of zo gedomesticieerd. In zo’n korte tijd kun je niet van een “wolventaal” naar een “mensentaal” evolueren. En soms proberen honden wel degelijk met mensen te communiceren, maar het is een soort die behalve klank ook lichaamstaal gebruikt. Hij kan zich bv tussen twee mensen wringen om ze uit elkaar te houden. Meestal is dat uit een vorm van jaloezie.
Er is iets mis met de link
https://users/mvanoostendorp/Downloads/schlenkerEtAl_26_Animal-L.pdf
De server wordt niet gevonden.
Peter, lichaamstaal bestaat uit twee woorden. Het is voor mij geen taal maar gedrag. Ik heb een mooi voorbeeld: In de Pyreneeën ergens in de buurt van Portbou zag ik een magere kalf. De kudde was vetrokken. Ik maakte contact met het kalf en wist gaar baar een waterbron te leiden. Ze dronk niet. Plotseling schuurde het kalf tegen mij aan. Ik ken dit gedrag. Ik was nu haar herder. Ik wilde mijn weg vervolgen en ha hoor ze jammer achter mij aan. Ik kon met haar naar het dorp wandelen als Fernández en de koe. Tot hier het verhaal. Honden doen dit ook: aanschuren, schuren maar om dit nu een taal te noemen?
Tikfouten komen door de kleine lettertjes van mijn telefoon. …begeleiden haar baar…