
Ja-knikkend werk je je door de bladzijden van het boek. Wanneer je de inhoud van voor- tot achterplat hebt doorgespit, concludeer je: ‘Ja, dit is een zeer goed boek.’ Jij, als lezer, hebt al jouw overtuigingen erin bevestigd gezien en kan met hervonden brio de wereld weer betreden. Welkom in de echokamer van de literatuur.
Nieuwsgierigheid drijft de mens. Tout court. Het vormt de katalysator voor elke schrijver. Nauwgezet reconstrueert de proza-schepper de manoeuvres van de medemens in dat wat we de samenleving noemen, probeert individuele ideeën te vangen en deze vervolgens op schrift te plaatsen. In de afgelopen decennia is het uitgangspunt van de schrijver verandert. Niet langer wordt er een blik geworpen over de achterste zoom van de samenleving, maar wordt er vanuit het comfortabele, bevoorrechte centrum tekst gesmeed. De schrijver is verslaggever geworden van zijn of haar eigen persoonlijke bevindingen en de daaraan verwante perikelen met het boek als ventilerend kanaal voor de wereldvisie van de schrijver. En dit alles geconstrueerd vanuit een soort bevoorrechte, comfortabele ik-weet-wat-goed-is bubbel. Deze attitude heeft consequenties voor de Nederlandse literatuur.
Cirkel
Stel de samenleving eens als cirkel voor. De kern, het middelpunt, is De Consensus. Het is een bevoorrechte, vaak veilige plek, waar we het met elkaar eens zijn, waar waarden ronddolen die we beamen en waar meningen huizen die comme il faut zijn. Het is een huis met een goedgevulde koelkast, tal van afgesloten verzekeringen en een familiaire omgeving die jouw tirades over goed en slecht voor lief neemt. Maar hoe meer we uitwaaieren naar de rand, hoe dieper we de gemarginaliseerde gebieden betreden. Hier is het oppassen. Er heersen hier andere opvattingen, men leeft er anders. ‘Het zijn ook maar mensen,’ zeg je, en probeert zonder oordeel naar dit crapuul te kijken. Maar komen doe je er niet. Je kijkt wel uit waar je stapt.
Onze huidige schrijvers zijn geënt op het middelpunt. Hun schrijven voltrekt zich altijd vanuit dit gebied. Vaker voelen zij zich dapper om over andere gebieden in de cirkel te rapporteren, maar nooit zonder ingewoven te zijn in de maliënkolder van het morele midden. En met elke publicatie die ze verwezenlijken bevestigen zij het midden, klinkhameren het vaster op de grond en delen vervolgens aan zichzelf een schouderklop uit. Zij affirmeren in constante mate het gevestigde evenwicht, in plaats van het bevragen ervan. Elk verhaal dat zij leveren bevestigd de heersende mores van De Consensus. Critici, zelf ook bevangen door het midden, knikken goedkeurend naar deze literatuur en delen prijzen uit aan telkens dezelfde stem. Eigenlijk ontstaat in dat midden niets waaraan de samenleving echt iets heeft. Het brengt ons niet verder: geen nieuwe perspectieven, geen baanbrekende analyse, geen hemeltergend inzicht; geen progressie. We doen niets meer dan cirkelbewegingen maken, zijn gevangen in een keerlus.
De zelfkant
Aan de rafelranden, daar, in de banlieus van onze maatschappij, buiten de gegrondveste moraal, daar is nog speling. Buiten de gemeenplaats van het midden bestaan er plekken waar buitenstaanders ons met de neus op voorheen onbekende belevingen drukken. Het zijn vaak de outsiders, de zwalkenden, de nachtwandelaars die zich – nolens volens – tot Grote Tijdsgeesten ontpoppen. Zij kunnen zorgen voor kantelpunten bij de lezer, waarin onze convicties op losse schroeven komen te staan. Veel vaker dan bij Consensus-schrijvers, ontstaat er binnen deze rafelranden relevante literatuur. Literatuur die de mens op scherp zet, literatuur die de lezer eigen denkbeelden doet bevragen. Deze schrijvers zijn geen helden en ze beschouwen maatschappelijke waarden ver van voltooid. De relevante literatuur die zij creëren vormt een toetssteen voor de gehele literatuur.
Het eigen bewustzijn
Hedendaagse Nederlandse fictie schuurt dicht tegen verkapte autobiografieproza aan, met hier en daar een uitschieter vol vermaledijde navelstaarderij. Boekenwinkels puilen uit van papierwerk dat bol staat van affirmaties van dat bevoorrechte midden, De Consensus. In plaats dat nieuwe perspectieven ons worden aangereikt met allegorisch, perspectief-verschuivend werk, worden we getrakteerd op boeken die amper nog onder de noemer fictie vallen. Het ontbreekt vaak volledig aan verbeelding, u weet wel: dat onvatbare element waarin vernuft zich met verwondering verenigt.
De ijdele verhalen, opgetekend vanuit het eigen bewustzijn van de schrijver, worden gepubliceerd door uitgeverijen die geloven dat dit de vruchten zijn van de huidige tijdsgeest, wat misschien niet eens zo’n vreemde gedachte is. Door slimme marketing vinden de boeken gretig aftrek. Het publiceren van dergelijke boeken zorgt voor het overseinen van een opvatting aan de gehele literaire wereld: het is gangbaar om teksten te schrijven enkel vanuit het eigen bewustzijn. En zo vreet dit mastodontisch monster zich onze literaire wereld in. Verbeeldingloos schrijven is salonfähig geworden.
Tegenwoordig vormt autobiografieproza de voorhoede van de hedendaagse Nederlandse fictie. En daar stopt het niet. De schrijver bejegent zijn tot leven geblazen vehikels vooral als springplank voor een carrière, voor persoonlijke publiciteit. Of zoals Heere Heeresma het ooit beschreef ‘Al moeten ze er in hun blote kont voor op de buis.’ Ze worden tv-persoonlijkheden of columnisten en ontpoppen zich zodoende eensklaps tot sociologen, critici, cultureel antropologen en politiek waarnemers. Feitelijk zijn het journalisten geworden van De Consensus. Poortwachters van een eenzijdige, verbeeldingsarme kern. En terwijl fondsen en literaire platforms zich afvragen waarom het toch niet wil vlotten met kwalitatieve literatuur, verdort de kunstvorm in Nederland ondertussen tot een zinledig en navrant verschijnsel. Maar misschien kunnen we berusten in het feit dat een land de schrijvers krijgt die het verdient.
Het is mij uit het hart gegrepen
Dit nemen we maar beter ter harte, want literatuur lijdt gemakkelijk aan bloedarmoede en auteurs schrijven niet altijd ontregelende histories.