
Als je me voor ik aan dit stukje begon had gevraagd of de oude Grieken een woord voor bieslook (Allium schoenoprasum) hadden, dan had ik geantwoord: vast wel, want bieslook komt in Griekenland in het wild voor. Misschien hadden ze zelfs wel een mythe over een schone jongeling, Bieslokos, die door een gril van de goden gedoemd is tot in der eeuwigheid gesnipperd door de omeletten van Hades te worden geklutst. Maar nee: Grieken eten geen bieslook, of toch niet veel, en uit het Oudgrieks is er geen woord voor bekend. Maar uit het Nieuwgrieks wel. En dat woord, schoinopraso, is een leenvertaling uit het Nederlands.
Dwaalsporen
Er is beweerd dat schoinoprason (de klassieke vorm van schoinopraso) wel degelijk levend Oudgrieks is geweest. Michel Adanson schrijft het in Familles des plantes (1763) toe aan de eerste-eeuwse kruidenkenner Dioskourides. Heinrich Marzell stelt in zijn Wörterbuch der deutschen Pflanzennamen (1943) dat Aristophanes het gebruikte. En Helmut Genaust suggereert in zijn Etymologisches Wörterbuch der botanischen Pflanzennamen (1996) met een verwijzing naar het oudheidslexicon Der kleine Pauly (1964) dat het woord in het daarin besproken tijdperk al voorkwam. Maar uit de Pauly blijkt dat niet en bij Dioskourides en Aristophanes heb ik schoinoprason niet teruggevonden, noch bij enige andere klassieke schrijver.
ChatGPT, dat ik bij wijze van experiment te hulp riep, leidde me op zowel eerder betreden als gloednieuwe dwaalsporen. Kwam schoinoprason in het Oudgrieks voor? Jazeker: in de Acharniërs van Aristophanes, regel 1005: ‘ὄρνιθας δὲ καὶ χηνίσκους καὶ λαγῷα καὶ σχοινόπρασον’. Toen ik tegenwierp dat dat daar helemaal niet staat, kwam ‘Chat’ onverstoorbaar met een nieuwe vindplaats. In de Tafelgeleerden van Athenaios, boek zoveel alinea zoveel in de Casaubon-nummering, daar stond het woord wél. Weer een hallucinatie. En de trip ging verder: Dioskourides. Galenos. Hesychios van Alexandrië. Steeds met op het oog aannemelijk citaat en tot op de regel nauwkeurige bronvermelding. Uiteindelijk kwam hij, nadat ik zijn ‘intelligentie’ had ingesteld op ‘onderzoeksniveau’, bij zinnen en gaf hij toe dat schoinoprason nergens voorkwam.
Hole pijpkens
De oudste echte vermelding van het woord die ik heb kunnen vinden staat in het Cruydtboeck (1554) van de zestiende-eeuwse Mechelse arts Rembert Dodoens. Die voert daar onder de naar knoflook stinkende planten een ‘geſlacht van Pareye’ (‘prei’) op dat ‘in plaetſe van bladeren/ dunne teere cleyne hole pijpkens ghelijck cleyne bieſekens’ had en daarom in het Nederlands Bieſloock heette.
Biezen zijn de ronde, holle stengels van bies, moerasplanten uit de cypergrassenfamilie waar matten en manden van werden gevlochten. Onder look verstond Dodoens uitsluitend knoflook (Tam Loock of Loock zonder meer), slangenlook (Wildt Loock) en daslook (Das Loock). Bieslook was geen look, het heette alleen maar zo.
Een soort prei
Dat het Grieks en Latijn geen woord voor bieslook hadden was Dodoens niet ontgaan, maar die lacune in de wetenschapstalen was zo gevuld: ‘In Latijn oft Griecx en heuet gheenẽ naem die bekent es. Ende daer om hebben wy tſelue naer den duytſchen [= Nederlandse] naem in Griecx ende Latijn Schœnopraſum ghenaemt.’
Schoinos is inderdaad Grieks voor ‘bies’. Maar prason betekent niet ‘knoflook’ (dat is skorodon) – prason betekent ‘prei’. Dodoens had bieslook best *schoenoscorodon kunnen noemen. Maar in het Grieks hoefde hij zich niet te voegen naar een volksmond die dit kruid voor een soort knoflook versleet. In het Grieks werd het wat het in zijn visie op de schepping wás: biesprei.
Twee eeuwen later nam Carl Linnaeus, de vader van de moderne wetenschappelijke plantennaamgeving, Dodoens’ schoenoprasum over als soortnaam voor bieslook, dat sindsdien Allium schoenoprasum heet. Via Linnaeus zal het vervolgens wel in het Nieuwgrieks zijn beland. Het komt al voor in het Teutſch⸗Neugriechiſches Woͤrterbuch van Karl Weigel uit 1804, maar als ik Weigel goed begrijp was zowel het woord als de plant toen niet algemeen bekend. Hij geeft weliswaar Σχοινόπρασον als vertaling van Schnittlauch, maar voegt daar een verduidelijking aan toe die Dodoens tevreden zal hebben gestemd: ‘είδος πράσου’ – ‘een soort prei’.
Dit artikel is ook verschenen op vernoeming.nl.
Laat een reactie achter