‘Een kutbundel’

Eind jaren negentig werd bij een grote uitgeverij een nieuwe commercieel directeur gekatapulteerd, afkomstig uit een andere bedrijfstak. Hij moest de winst in die suffe uitgeefwereld tot ongekende hoogten opstuwen. Nadat hij een maand had rondgekeken, riep hij het voltallige personeel bijeen. Overlopend van zelfvertrouwen meldde hij dat hij de oplossing had gevonden: ‘Voortaan geven we alleen nog bestsellers uit!’ De oude rotten in het vak reageerden met een mengeling van verbijstering en hilariteit. Binnen een jaar had de nieuwe directeur, wiens naam mij allang is ontschoten, het veld geruimd.
Aan deze waargebeurde anekdote moest ik denken bij het lezen van de ultradunne novelle De promotie van Herman Brusselmans. In het boek vertelt veelschrijver Walter Waterschoot dat hij om commerciële redenen een dichtbundel gaat schrijven ter afwisseling van zijn romans, al is hij geen liefhebber van poëzie. Maar ach, hoe moeilijk kan het zijn: ‘Je zet een gedicht of vijftig op papier, maakt daar een boek van en ’t is in orde. Als je ongeveer zeven gedichten per week schrijft, dan heb je je bundel klaar na circa zeven weken.’
Hiermee is de toon van de novelle gezet: het reilen en zeilen van het literaire bedrijf wordt onderkoeld hilarisch beschreven, ontdaan van iedere deftigdoenerij.
Evenbeeld
De ik-figuur voegt de daad bij het woord en pent telkens in drie kwartier een gedicht neer, geïnspireerd door zijn dagelijkse beslommeringen met vriendin, zoontje en hond. De gedichten behandelen een veelheid aan onderwerpen, zo blijkt uit de titels (de gedichten zelf worden op drie na niet vermeld). ‘Een muis vertelt’ gaat over dieren, ‘Kerstmis in de woestijn’ over eenzaamheid, ‘Zonen en facetten’ over zijn zoontje, ‘Er is in Palestina een tekort aan nagellak’ over het menselijk falen, en dan zijn er nog quasi-diepzinnige titels als ‘Waarom zijn de antwoorden op?’ en ‘Ieder begin is een teloorgang’.
Uiteindelijk komt de schrijver uit op eenenvijftig gedichten. ‘Is dat een belangrijk verschil met vijftig? Nee, belangrijke verschillen moet je heel ergens anders in de literatuur gaan zoeken.’ ’s Nachts in zijn slaap valt de auteur de titel voor de bundel te binnen, Poëzie bij wijze van gedichten: ‘Ik vond het niet de beste titel aller tijden, maar ook niet de minst slechte.’
Uitgever Rinus Boter van Uitgeverij Tornado in Amsterdam reageert enthousiast op die titel: ‘We maken er werk van, we verbijsteren de hele literaire sodemieterij’. En ook de tekst van de ‘novelle’ (‘juist, dichtbundel. Ik was even in de war’) kan rekenen op de steun van de uitgever: ‘Ik heb niet alle gedichten gelezen, maar de eerste vijf overtuigen mij dat we er iets bijzonders van kunnen maken, mede door de promotie’. En als de uitgever dan ook nog de titel verhaspelt tot Poëzie ten bate van gedichten herkennen intimi in deze uitgever onmiddellijk het evenbeeld van Mai Spijkers.
Onverkocht
Tijdens de drukproefcorrectie wordt de auteur voor het eerst met zijn eigen tekst geconfronteerd. Dat leidt tot de genadeloze conclusie dat het ‘absolute rotzooi’ en ‘een kutbundel’ is, ‘maar die mening moest ik voor mezelf houden’. Het komt, daarover zijn auteur en uitgever het stilzwijgend eens, aan op de promotie. Daarvoor heeft de uitgever het Antwerpse bureau ‘Boordom & Van Egiepten’ ingehuurd, ‘gisse jongens die uit de reclame komen’. Het zal geen toeval zijn dat de naam associaties oproept met hoofdpersoon Boorman, directeur van het Wereldtijdschrift, uit Elschots Lijmen. Deze ‘pipo’s’ geven de promotie in handen van een onervaren jonge medewerkster, ‘een onontgonnen diamant’, aldus Boordom.
Vanaf dat moment gaat het met zowel de productie als de promotie van de bundel van kwaad tot erger. Maar dat moet iedereen zelf maar lezen. In de slotscène verschijnt, volgens de wet van Tsjechov, een bijfiguur nog even op het toneel. Hierna sterft de dichtbundel een stille dood, ‘net als, zoals ik me voornam, m’n algehele literaire carrière, m’n leven in de letteren, m’n bestaan als hardwerkende auteur.’
Dat geldt misschien voor Waterschoot, maar hopelijk niet voor Brusselmans: geef mij maar meer zoals De promotie. Ik heb genoten van de consequent volgehouden pastiche die het hele werk doordrenkt. Zo is de flaptekst van De promotie in dezelfde exuberante toon geschreven als die van de fictieve dichtbundel, en heeft het boek een stofomslag dat, opengevouwen, een poster blijkt te zijn waarop in grote letters staat: ‘Nu in de boekhandel! Ieder onverkocht boek is er één te veel.’ In die slogan kunnen auteur en uitgever – of ze nu Waterschoot en Boter dan wel Brusselmans en Spijker heten – zich ongetwijfeld vinden.
Laat een reactie achter