In de televisiekwis De slimste mens ging afgelopen maandag (9 maart) de tekst van het Kinderen-voor-Kinderenliedje ‘Op een onbewoond eiland’ over de tong, waarin Herman Pieter de Boer ‘fiets’ liet rijmen op ‘haidewiets’
Geen pietsie pech want je hoeft er niets
Valt er niet van je fiets
Ligt op je luie haidewiets
Op de vraag wat ‘haidewiets’ betekent, antwoordde juryvoorzitter Paulien Cornelisse dat dat woord alleen in dít nummer voorkwam; dat ze er nooit een breder gebruik van had gehoord.
Toch is het duidelijk dat Herman Pieter de Boer hier een intertekstueel knipoogje maakt naar het (mij al sinds mijn Kerkraadse jeugd) bekende, populaire Keulse carnavalslied ‘Heidewitzka, Herr Kapitän’ van Karl Berbuer (1936) met dit refrein:
Heidewitzka, Herr Kapitän
Mem Möllemer Böötche fahre mer su jän,
mer kann su schön em Dunkle schunkele
wenn üvver uns de Stääne funkele
Heidewitzka, Herr Kapitän
Mem Müllemer Böötche fahre mer su jän.
In vertaling: ‘Heidewitzka, kapitein, / wij varen zo graag met het Mülheimer bootje, / je kunt er zo fijn in het donker schommelen / als boven ons de sterren fonkelen’. Het Duits kent (sindsdien?) ‘Heidewitzka’ als een uitroep die aanspoort tot spoed of uitdrukking geeft aan een gevoel van verrassing of verwondering, al blijft de etymologie – betreft het een verbastering? – in nevelen gehuld.
Als Herman Pieter de Boer het Kölsche ‘Heidewitzka’ niet gekend mocht hebben, dan toch zeker wel de Nederlandse versie van Lajos Kovacs uit 1937, gezongen door Willy Derby:
Vroeger ging alles even kalm en bedaard
Wagen en paard, matige vaart
Of in de trekschuit bij een pijpje tabak
Zat men op zijn gemak.
’t Ging maar niet fijn, zo aan de lijn
Kwam je heel netjes waar je moest zijn.
Nu komt het leven als een stormwind geraasd
En heeft men altijd maar weer haast.
Heidewitska vooruit geef gas
Dat oude getreuzel komt niet meer te pas.
Geen afstand is vandaag een hindernis,
Als er maar benzine in het tankie is.
Heidewitska vooruit geef gas
Dat oude getreuzel komt niet meer te pas.
Duidelijk is het verband van De Boers tekst over een onbewoond eiland, waar je helemaal niets hoeft, met deze aansporing tot actie en snelheid. Heerlijk, zo’n plek waar je ver van de moderne tijd op je ‘luie haidewiets’ kunt liggen (zonder dat je daarvoor eerst van je fiets moet vallen).
En dan is er behalve Willy Derby ook nog Rijk de Gooyer, die het refrein aan het begin van de jaren 1960 bekendheid gaf door het te zingen in het radioprogramma ‘Specialiteiten Theater’, telkens ter afsluiting van door hem voorgelezen absurdistische tekstjes van Remco Campert: ‘Een typetje met een trillerig stemmetje, dat enge probleempjes opsomde en daarvoor dan als oplossing iets bood dat nergens op sloeg: het refrein van het lied Heidewietska, met zwaar en schetterend orkest. De probleempjes hadden als background een zeurderig orgeltje’ (Rijk de Gooyer, met medewerking van H.P. de Boer, Krentenbollen, kogels en klatergoud. Een fel-realistische levensroman, 1968).
Net als Wiel Kusters veerde ik op bij de onwetendheid van de eenvrouwskwissjury, want net als hij groeide ik in het Limburgse (Tegelen) met Heidewitzka op.
Zoete jeugd.
Als ik mevrouw Paulien Cornelisse zie/hoor zing ik uit volle borst Heidewitzka, Herr Kapitän!
Op St. Pieter Maastricht zongen wij dit lied met carnaval. Waarom? Het was 1959 in Café de Kojl. Een eindje verderop zaten twee leeuwtjes in een Villa. De slimste mens is voor domme met een hoog IQ.