
Onderzoek van neerlandici kan soms ook ingrijpen in hoe het toegaat in de supermarkt. In het tijdschrift Taalbeheersing beschrijven drie collega’s een groot onderzoek dat ze enkele jaren geleden uitvoerden en dat inmiddels door onder andere de Wereldgezondheidsorganisatie en de Voedsel- en Warenautoriteit en dat – natuurlijk samen met ander onderzoek – heeft geleid tot een verbetering in de manier waarop voedsel wordt gepresenteerd in de winkel.
Het gaat daarbij om informatie voor mensen die allergisch zijn. Zij kunnen natuurlijk kijken naar de ingrediëntenlijst, die wettelijk verplicht is en gereguleerd, maar daarnaast is er vaak een zogeheten PAL te vinden – een Precautionary Allergen Labeling, een voorzorgsallergenenetiket. Dat is een labeltje waarop bijvoorbeeld staat ‘kan pinda’s bevatten’. Die PAL is niet verplicht.
Eerlijk
Communicatie gaat over een boodschap, een ontvanger en een zender. Naar alle drie deden de taalbeheersers de afgelopen jaren onderzoek. Ze onderzochten bijvoorbeeld de labels zelf, en ontdekten dat die op allerlei verschillende manieren geformuleerd werden: behalve ‘kan pinda’s bevatten’ stond er bijvoorbeeld soms ook ‘kan sporen van pinda’s bevatten’ of ‘is gemaakt in een fabriek waar ook pinda’s verwerkt worden’. Die variatie maakt het onnodig lastig, en de ontvangers van de boodschap (de consumenten) gaan bijvoorbeeld op basis van die formuleringen denken dat het ene product wel meer pindadeeltjes zal bevatten dan de andere, zonder dat dit waar hoeft te zijn. Bovendien interpreteren die consumenten de afwezigheid van een PAL als geruststellend, en de aanwezigheid als een waarschuwing – terwijl het enige verschil is of de fabrikant de relevante informatie heeft willen geven. (Opvallend was dat mensen mét een voedselallergie producten met een PAL juist minder vaak als risicovol beoordeelden dan mensen zonder allergie, mogelijk doordat zij gewend zijn geraakt aan het negeren van als overdreven ervaren waarschuwingen.)
Ook de zenders (betrokkenen bij de fabrieken) bleken het gevoel te hebben dat de onduidelijke regels oneerlijkheid in de hand werkt: de fabrikant die geen PAL plaatst heeft –misschien geheel ten onrechte – een nadeel ten opzichte van degene die wel alles eerlijk meldt.
Expertise
De gecombineerde bevindingen leiden tot concrete aanbevelingen: gebruik één uniforme PAL-formulering, maak de PAL verplicht en risicogebaseerd, standaardiseer de opmaak en plaatsing, en bundel alle allergeneninformatie op één plek. Dat zijn de adviezen die langzaam maar zeker door lijken te dringen tot de supermarkt. Nederland heeft bijvoorbeeld sinds twee jaar een vaste standaardformulering (‘kan pinda’s bevatten’) en richtlijnen over bij hoeveel pindasporen die formulering op het pak moet komen te staan. Die maatregel was gebaseerd op adviezen van het WHO, die zich dus onder andere baseerde op het onderzoek van de taalbeheersers.
Een succes voor de neerlandistiek? Jazeker, al schrijven de onderzoekers aan het eind van het artikel ook dat het juist heel belangrijk is om in grotere teams samen te werken met medici en voedseldeskundigen. Maar misschien is dat ook wel de sleutel tot het succes: laten zien dat je iets zinnigs kunt bijdragen door met andere mensen met een heel andere expertise samen te werken.
Laat een reactie achter