
Een interessante oproep, van een groep collega’s uit Amsterdam en Rotterdam, in het Journal of Deaf Studies and Deaf Education. Ze willen meer aandacht voor het onderwijs in gebarentaal voor ouders van dove kinderen.
Meer dan 90% van de dove en slechthorende kinderen heeft horende ouders. Je zou denken dat het inmiddels wel vrij breed geaccepteerd is dat het verstandig is als die ouders zich gebarentaal eigen maken. Gesproken taal is voor hun kinderen letterlijk ver weg en omdat ieder kind zo vroeg mogelijk zo veel mogelijk taalaanbod moet hebben om zich goed te ontwikkelen, is gebarentaal dan de beste mogelijkheid. Toch zijn er helaas nog altijd zorgverleners en andere ondersteuners die het advies geven aan die jonge ouders om zich zoveel mogelijk te richten op het Nederlands, omdat het kind daarmee beter vooruit zou komen.
Altijd hetzelfde misverstand! Alsof het leren van de ene taal de andere in de weg zit. Terwijl de route naar het Nederlands via gebarentaal veel gemakkelijker is dan een waarbij een kind op zichzelf is aangewezen om de ingewikkelde taak te volbrengen om Nederlands te leren. Via gebarentaal leren ze juist beter Nederlands.
Ondersteunen
De meeste jonge ouders hebben tevoren natuurlijk niet nagedacht over de mogelijkheid dat hun kindje weleens slecht zou kunnen horen, dus ze zijn geneigd aan te nemen dat zo’n hulpverlener er verstand van heeft.
In Nederland speelt er, schrijven de onderzoekers, nog een andere kwestie. Gebarentaalcursussen worden gedekt door de zorgverzekering. Dat is op zich prettig, maar het betekent wel dat ze zij aangewezen op een beperkt aantal aanbieders van cursussen. Bovendien wordt gebarentaal ermee gemedicaliseerd: het lijkt een soort hulpstuk voor gehandicapten, in plaats van de rijke taal met een eigen cultuur die de Nederlandse Gebarentaal feitelijk is.
Het cursusaanbod blijft bovendien over het algemeen steken bij het beginnersniveau. Er zijn maar weinig meer gevorderde cursussen, en in de bestaande cursussen leer je vooral woordjes, en heel weinig over de grammatica. Het gevolg is dat ouders binnen een paar jaar ver achterlopen bij hun kinderen en deze dus ook nauwelijks nog kunnen ondersteunen.
Verrijkt
Een groot probleem bij dit alles is ook nog dat kinderen op een bepaald moment vaak weigeren om nog te gebaren. Dat is overigens een bekend verschijnsel dat je ook bij migrantenkinderen ziet: vanaf een bepaald moment willen ze alleen nog Nederlands gebruiken, omdat dit de dominante taal is in de omgeving en ze niet anders willen zijn dan hun vriendjes.
Er moet dus nog wel wat gebeuren, zeggen de onderzoekers. Er zouden meer Dove rolmodellen moeten zijn die trots gebarentaal gebruiken om kinderen te laten zien dat gebaren helemaal niet gek is. Ouders zouden goed en deskundig moeten worden voorgelicht over voor- én nadelen van het gebruik van gebarentaal en bovendien een rijker palet aan cursussen aangeboden moeten krijgen.
Dat betekent allemaal vooral dat de samenleving als geheel de gebarentaal meer zou moeten omarmen – dat er niet alleen tijdens de corona-periode, maar altijd prominent gebarentaal te zien is. Dat meer mensen bekend zouden raken met de rijkdom van die taal, die niet alleen de moeite waard is om te leren als je toevallig kinderen hebt die erbij gebaat zijn, maar die je leven altijd verrijkt.
Laat een reactie achter