
Maandagavond kreeg rapper Sef een Edison voor zijn soloalbum Lieve monsters. Twee weken eerder sleepte hij ermee ook een 3FM-award in de wacht. Na de enthousiaste recensenten en hoge luistercijfers volgen nu dus de euforische vakjury’s. De leden van de Edisonjury noemden Lieve monsters niets minder dan een ‘meesterwerk’ en ‘het logische resultaat van jaren zoeken, durven en reflecteren’. Maar wat is dan dat resultaat? Wat maakt Lieve monsters zo goed?
Op zijn vorige twee albums was de Sef tegen. Hij was tegen het systeem, hij was tegen het kapitalisme en hij was tegen de natiestaat. Lieve monsters klinkt anders. De rapper is niet opeens voor iets, niet echt althans. Tegelijkertijd hoor je op Lieve monsters je ook niet het verschroeiende revolutionaire vuur. Wat je wel hoort, is iets heel anders: een worsteling met wat antropoloog Ernest Becker ‘de worm in de kern’ noemde.
Grote woorden. Maar ik denk dat ze de verklaring zijn voor Sefs succes.
Ditjesendatjesnummers
Sef is de artiestennaam van Yousef Gnaoui. Hij begon rond 2009 met het uitbrengen van ditjesendatjesnummers. Het waren lekkerehits, bangers zelfs, maar ze gingen nog over de kleine zaken in Sefs leven:meisjes, designerkleding en dat je van zijn Nikes af moest blijven. In die eerste nummers hoorde je hier en daar al hoogcultuurreferenties en ingenieuze woordspelletjes, maar qua thematiek werd het nergens zwaar.
Dat veranderde met het album El Salvador (2020). Hierop rapte Sef over vluchtelingenpolitiek (‘Heilige papieren’) en het verlies van zijn geloof (‘Mekka’). Die serieuzere lijn zette hij door op Ik Zou Voor Veel Kunnen Sterven Maar Niet Voor Een Vlag (2023) en, samen met Abel van Gijlswijk van de punkband Hangyouth, op de albums IJSLAND (2024) en IJSLAND 2 (2026). Sef brak op IJSLAND met zijn eerdere verheerlijking van consumentisme. In plaats daarvan zet hij vol in op systeemkritiek. ‘Ik wil Prada met je stelen / Manifestos hardop lezen / Wil jij de rijken met me eten?’
Lieve monsters heeft nog veel, veel meer gravitas. ‘Ik denk dat een groot deel van dit album,’ zo zei Sef in een interview met 3 voor 12, ‘draait om angst. Sommige angst is reëel, sommige angst is irreëel, sommige angst is […] moeilijk te plaatsen tussen één van die twee.’ Maar je zou in Lieve monsters ook de kern van álle menselijke angst kunnen herkennen. Het album gaat namelijk over sterfelijkheid.
Schluss
Op Lieve monsters is Sef geobsedeerd met het levenseinde. Zo stelt hij dat je wel wat zachter mag zijn voor jezelf, want je bent maar fragiel, ‘van je botten tot je ziel’. ‘Hoelang jouw hart nog verder klopt, is lastig meetbaar’. Dat onvermijdelijke slot van het mensenleven komt op meerdere nummers langs. Maar meer nog dan de individuele, kleine dood, is Sef bezig met het grote einde van de mensheid.
Dat einde, zo betoogt hij, hebben we te danken aan onze eigen hybris. We waanden ons ‘supersterren’, wolkenkrabberbouwende goden, die nooit genoeg hadden. Maar dat komt ons duur te staan. Zo zingt zangeres Froukje in het refrein van Sefs ‘Oeps’:
Goed nieuws, we gaan
Heb jij het al gehoord?
Oeps, te laat
De toekomst gaat niet door
We kunnen vechten en bevriezen
We hebben toch niks te verliezen
Ik hef het glas op onze soort
De toekomst gaat niet door
Dat het einde nadert is tot daaraan toe, maar nu blijkt het ook nog eens allemaal geen betekenis te hebben gehad. Froukje zingt het al: ‘We hebben toch niks te verliezen.’ Sef rapt op hetzelfde nummer het volgende:
Het is misschien het einde van een era, is dat eigenlijk wel erg?
Op z’n tijd gaat alles dede, maar de aarde gaat wel verder
Ja, de wereld draait door, zelfs zonder nieuwe kerk [Nieuwkerk]
Er zijn ook geen dino’s meer, en die waren supersterk
Op de tijdschaal der dingen, zo stelt Sef, is de mensheid niks. Als zelfs metersgrote reptielen die in het Krijt over de aardkloot sjokten het niet overleefden, wat zijn dan onze kansen?
Sef is hier een kosmisch nihilist. ‘Het universum heeft geen plannen,’ zegt hij op het titelnummer, ‘wij zijn een piepklein element’. De rapper benadrukt dat de wereld in tijd en ruimte niet alleen eindeloos uitgestrekt is, maar ook nog eens onverschillig over onze aanwezigheid.
Wat blijft er dan over? Kunnen we zelf ons eigen draaiboek opstellen? Ook daar moeten we ons geen illusies over maken, aldus Sef. Zo vertelt hij de luisteraar op ‘Voor alles bang’ dat hij vreest
… voor de toekomst, het verleden
En voor wat die met z’n tweeën stiekem met elkaar bespreken
Voor wat hebben ze in petto
Voor de poppen waar ze roekeloos en harteloos mee spelen
Mensen zijn dus niet meer dan speeltjes waarmee het lot zich vermaakt. Wij, arme schepselen, hebben geen inspraak in wat ons overkomt. Die laatste boodschap benadrukt Sef ook nog eens op het titelnummer van het album, waarin hij wijst op de onbedoelde gevolgen van onze acties.
Je kan alles goed bedoelen en alsnog alles vernielen
We doen allemaal ons best, maar we zijn allemaal debielen
En de tijd gaat langs ons heen, net een motor in de file
Of het goedkomt met de zielen wordt nog effe kielekiele
Terwijl hij op het vorige album nog aanklachten tegen het systeem en zijn rijke winnaars rapte, wijst hij hier naar universeel, menselijk tekort. Sefs mensbeeld is mistroostig. We zijn fragiel maar toch arrogant, ambitieus maar toch kortzichtig. Anders verwoord: we klooien maar wat aan.
Verdedigingslinies voor stervelingen
We klooien maar wat aan in een onverschillige kosmos en uiteindelijk gaan we allemaal in een kist. Dat is geen fijne vaststelling. Beter nog, volgens psychologen is het een realisatie die mensen koste wat het kost willen vermijden. De antropoloog Ernest Becker noemde de dood ‘de worm in de kern’ die aan ons knaagt als aan het klokhuis van een appel. Volgens hem werpen we allerlei psychologische verdedigingslinies op om die worm maar niet te hoeven erkennen. Navolgers van Becker werkten zijn theorieën uit en gingen ze empirisch testen. Het resultaat was terror management theory (TMT).
Volgens TMT streven alle mensen onsterfelijkheid na. Geconfronteerd met de onvermijdelijkheid van onze dood willen we op een manier ons eeuwig leven veiligstellen. Om die reden, zo stellen onderzoekers, willen we onderdeel zijn van een cultuurgemeenschap die ons zal overleven. Denk: natie, religie, beschaving. Vervolgens willen wij van waarde zijn binnen die gemeenschappen. We hopen dat datgene dat wij doen in ons leven uiteindelijk in een groter, eeuwig plan paste. Zo leven we, via de eeuwige groep, toch door nadat de worm ons heeft opgesnoept.
Uit TMT-experimenten blijkt onder andere dat mensen die net herinnerd zijn aan hun dood meer waarde hechten aan de dogma’s van hun religie, aan de superioriteit van hun natie en aan de symbolen die erbij horen. Dat gaat om vlaggen, om crucifixen, om korans, maar gek genoeg ook om merken. Proefpersonen die net herinnerd zijn aan hun sterfelijkheid willen namelijk meer geld uitgeven aan luxe fashion brands en dure auto’s.
Wat heeft dit met Sef te maken?
Alles en niks. Sef heeft namelijk zijn verdedigingslinies opgegeven.
Onbeschermd
De merkkleding heeft Sef al afgezworen op het album IJSLAND. Prada is er niet meer om mee te pronken, maar om te stelen. Op een eerder album liet hij ook de natiestaat achter zich. Voor een vlag, zo rapte Sef, zou hij niet sterven want het is een ‘symbool voor een stuk grond, door iemand bedacht’. In plaats daarvan wil hij, buiten de gevestigde naties, wapperen met zijn eigen vlag ‘van een land dat niet bestaat’.
Geloof dan? Ook dat heeft Sef verworpen. Hij liep voor zijn vader zeven rondjes om de Ka’aba, zo getuigt hij op het nummer ‘Mekka’. Op dat moment was hij zijn religie echter al verloren. Dat dat verlies blijft knagen blijkt op Lieve monsters. In het nummer ‘Genoeg problemen’ zegt Sef het letterlijk: ‘Voel een leegte in de vorm van G-O-D’. Op het nummer ‘H-E-L-P’ rapt hij over de hoop ‘dat er meer is dan / wat het hoofd weet dan / wat het oog zien kan’. Hij wil wel, maar geloven lukt niet meer.
En de revolutie? In een essay in De Groene Amsterdammer bespreekt Arnon Grunberg uitgebreid het werk van Ernest Becker. Religie, zo citeert hij de antropoloog, is een warm bad waarin je je opwarmt tegen de kilte van de dood. ‘Maar dat,’ betoogt Grunberg, ‘geldt uiteraard ook voor ideologieën, zelfs de revolutie kan zo’n bad zijn.’ Voor Sef is echter ook die revolutionaire tobbe inmiddels lauw. Het openingsnummer van Lieve monsters, ‘Pacifist’, begint dan ook met deze vaststelling: ‘veel gezegd, niet veel betekend / misschien wel helemaal niks’.
Nu hij alle symbolische vestingwallen tegen de sterfelijkheid heeft neergehaald, staat Sef in zijn uppie op de koude, lege vlakte van het bestaan. Zonder God, zonder vlag, zonder sneaker.
Wat overblijft is muziek. Verdomd goede.
Laat een reactie achter