
Inmiddels zijn ze er, de lezers die opgehouden zijn met hedendaagse fictie. De literatuur is blijven steken in variaties en nog eens variaties op de gang van zaken, die we toch eigenlijk niet willen prolongeren. Dit is geen veroordeling, want het kan eigenlijk niet anders, in een omgeving waarin de economische belangen ons op de nek zitten, ons als mens negeren en geen moment toestaan voor reflectie. Zonder stil te staan, kunnen we niet weten hoe we er als mens aan toe zijn, en wat we nodig hebben, laat staan hoe de literatuur eraan toe is en wat deze nodig heeft.
Hiermee is meteen het probleem gesteld. Wie weer een omvattend wereldbeeld wil bieden, dus tot en met de destructie van het economisch systeem, niet alleen van de natuur maar niet minder van de mens, en liefst ook openingen hieruit, zal toch midden in de stroom op de rem moeten staan, de tijd nemen om bij de dingen stil te staan en de diepte in te gaan. Zo veel tijd en zo veel diepte, dat je ook de dimensie van de intuïtie bereikt. Intuïtie leidt je, als je het geduld opbrengt, tot het geheel – het geheel van ingevingen, verborgen betekenissen, andere waarden, herzieningen, inclusief het eigen stevig gefundeerde weten dat je inbrengt uit ervaring. Betekenis krijgen de dingen pas in de totale samenhang.
Hoe je dat voor elkaar bokst, alle tijd voor reflectie in deze chaos, is aan de schrijver. Hier gaat het niet om het persoonlijke gevecht, maar om de rijkdom in het vooruitzicht te stellen van dit avontuur – de rijkdom uit het ervaren leven.
Een onvoorziene weg
De weg door onbekende wildernis laat zich, anders dan die van de vertrouwde ratio, natuurlijk niet uitstippelen. Ter verleiding hier een voorbeeld van hoe zulke onvoorziene, maar zegenrijke wegen zich kunnen voordoen. Het kan gebeuren dat je, omdat je het schrijven opvat als vak, ook je reservoir van mogelijke beeldspraak wilt uitbreiden. Geen genoegen zal je dan nemen met willekeurig van de straat geraapte beelden, maar vertrouwd wil je je maken met de in de cultuur gewortelde metaforiek. Zo stuit je op het boek Archetypen van psychoanalyticus C. G. Jung, over de oerbeelden die hun waarde hebben bewezen. Zonder deze aanleiding had je vast nooit dit boek gezien, want tijdens je studie had je al meteen begrepen dat heel dat vak psychologie niet te vertrouwen is, zoals het de stoornissen van de mens toeschrijft aan die mens, en niet aan de tang van het maatschappelijke systeem die ze teweegbrengt.
Maar nu vrijwaart het gebruik voor literaire doeleinden je. Je koopt het boek, en – je bent zelf verkocht. Dit gaat over het menszijn, over de grondbehoefte jezelf te leren kennen. De week erna schaf je het tiendelig verzameld werk aan en in de volgende jaren lees je dat helemaal. Het begeleidt je ontplooiing en, anders dan voorzien, doet het dat ook met het schrijven. Het is Jung die je leert dat je ook in je werk tot in je diepste vezels zelf in het geding bent. Dat heeft ermee te maken dat hij, wat weinig bekend is, het individueren als de zin van het leven centraal stelt. (Laat er geen misverstand over bestaan: individualisme is tegengesteld aan individueren.) Het gaat erom jezelf vrij te spitten uit de bezetting van je hoofd door de tijdgeest, om niet meer vanuit je ego maar vanuit jezelf, je individualiteit, te kunnen leven. Dit is niet alleen een belang voor jezelf, maar de kracht die dit vraagt maakt je tot een onmisbare factor voor de maatschappij. ‘Er bestaat geen genezing van de wereld die niet bij het individu zelf begint.’ (Jung)
Betrokkenheid bij jezelf is onmisbaar voor een continu bewustzijn. Maar daarvoor moet je stilstaan bij de dingen en dat is, zoals gesignaleerd, het probleem: het minste stilstaan wordt ons radicaal afgenomen, we moeten levenslang door scrollen, we moeten leveren. Zonder ruimte voor reflectie vinden we nooit vaste grond.
De vuurbrenger
Langs deze intuïtieve weg bevestigd in je zorgen stuur je het ene na het andere artikel de wereld in, om te laten zien hoe we onszelf voort laten jagen, ons uitleveren aan verslavingen, en intussen ons als junks door angst laten regeren, ja machteloos regeerbaar maken – richting milieuramp. Het is onverdraaglijk. Hoe wel de kracht te vinden?
Dit is de tijd dat je pad wordt gekruist met iemand die in al zijn eenvoud indruk maakt als een persoonlijkheid. Het is een oude sloper uit de bouw. Hij gunt je zijn verhaal, dat je gefascineerd vorm geeft in de biografie: Jij vuurbrenger. Hoe heeft hij tot een vrije persoonlijkheid kunnen worden, is de rode lijn voor het verhaal. Deze laat hem zien als iemand die ‘ijzerenheinig’ elke confrontatie aangaat, met de bazen, maar ondanks een oorlogstrauma, altijd in de eerste plaats met zichzelf. Iemand die elke dag oplet dat hij niet verbittert, maar dat mensen iets aan hem kunnen hebben, niet in het minst oprechte lol in de kroeg. En iemand die dan vlak voor zijn voorgenomen dood de prachtige conclusie tot je kan uitspreken, die je iedereen zou gunnen: ‘Ik ben niet ontevreden over mezelf. Als je open staat voor de mensen en je kan ze iets geven – daar gaat het toch om.’
De levensles die deze ontmoeting je schenkt is dat, willen we opgewassen zijn tegen de maatschappelijke crises waarvoor niemand ons behoedt, het om te beginnen goed is dat we ons eerlijker tot onszelf verhouden. Eerlijkheid geeft de kracht die we nodig hebben.
Waarachtigheid en smartvreugde
Je besluit om heel deze urgentie nu eens uit te werken in een boek. Dit wordt het essay: Waarachtigheid – Een uitnodiging tot zelfbeleid. Hierin zet je uiteen hoe slecht we toegerust zijn, doordat de samenleving onze krachten misbruikt voor prestaties, in plaats van ons te leren krachten in te zetten voor een zelfbeleid: de leiding te nemen over onszelf. Nu is het aan de orde om, haaks op de tijdgeest, weer belangstelling te wekken voor ons binnenleven en er rekening mee te houden. Je eerlijk te verhouden tot jezelf en tot de wereld – waarachtig. Dankzij deze nieuwe betrokkenheid ontdek je wat je niet bent en wat wel. En daarvoor kan je onwankelbaar staan. ‘Stabieler word je door niet alleen open te staan voor het gewenste deel van jezelf, maar voor het geheel dat je eigenlijk bent.’
Onder leiding van je intuïtie wordt de urgentie van zelfkennis intussen alleen maar groter. Je merkt dat je geen zin meer hebt om het uit te leggen, je vindt de brutaliteit om het nu alleen nog kortweg te stellen: zo zijn wij eraan toe en dit is wat ons staat te doen! Dit wordt het volgende essay: Smartvreugdemens – Een uitnodiging tot beleven. Als we nu maar de beheersing opbrengen, roep je uit in een opeenvolging van terzinen, om de dingen, van smart tot vreugde, tot ons te laten doordringen, werkelijk vanbinnen te ervaren, brengen we het ook in het groot tot een goede omwenteling – zegt deze terzine:
De omwenteling door de klimaatcrisis eist stabiliteit.
Eist nog meer inbinden.
Samenpersen tot het urgente.
Bu en Iedje
Dan heb je je ei gelegd en je plicht gedaan. Tijd voor iets leuks. Je permitteert je om verworven inzichten te gebruiken om je eigen verhaal te vertellen, autobio. Niet vrijblijvend, natuurlijk wel in maatschappijkritische context, en op basis van ‘het eigen gefundeerde weten uit ervaring’, in de vorm van een ideeënroman. Deze krijgt de titel Bu en Iedje. Alle vrijheid nu, denk je.
Maar weer ziet de voorzienigheid dat anders. Bij het onderzoek naar die context voor je ideeënroman ziet zij kans je weer een nieuwe impuls aan te dragen, net nu je denkt dat je het leven wel kent. Deze keer is het een heruitgave van een werk van Marcuse – Eros en cultuur – die je aandacht trekt en in het vervolg daarvan slaat heel het van mededogen doortrokken gedachtegoed van de Frankfurter Schule, waarvan je de ultieme klappen vroeger kennelijk hebt ontlopen, alsnog toe. Ook zij neemt het op voor de individualiteit, en, nog meer vergeten, ze wijst de economie aan als de vermorzelaar. Ze laat je afdalen naar de diepste kring van die verborgen onderwereld van het systeem, waar, zo snel mogelijk na de geboorte, de stoornissen tot stand worden gebracht die daarna aan het rendement ter beschikking staan.
De ernstigste misvorming wordt veroorzaakt door het frustreren van die legitieme behoefte om wat je doet ook tot je door te laten dringen, je bewust te maken. Zo werd je voorheen mens. Pas bezinning brengt je tot ontplooiing en tot daadkracht. Maar helaas, bezinning kost geld. ‘Wie denkt dat het individu met huid en haar geliquideerd wordt, denkt nog te optimistisch.’ (Adorno)
De stille moordenaar
Tot nu toe weet je in je werk verstoringen bij mensen vooral aan hun gebrek aan zelfbeleid. Nu heb je te verstaan gekregen dat het anders is. Het is de economie die de mens kapot maakt. En we weten het niet, want daarvoor zouden we moeten kunnen stilstaan. Dit is de andere wereldramp die zich voltrekt.
Deze rake klappen geef je expliciet door in het korte essay Economie: de stille moordenaar. Al onze menswaardigheid wordt ons in het belang van het snelle geld ontnomen, door je om te smeden tot een verdienmodel, en je voor het overige af te schrijven als een kostenpost. Niks stilstaan, niks zelf ervaren, niks jezelf vrij spitten, niks waarachtigheid, niks weet hebben van een onderwereld, niks maatschappelijke factor zijn. Productie zal je hoofd zijn, winst zul je opbrengen, een andere zin heeft je leven niet. Voor de economie ben je helemaal niemand.
Weg van het spervuur
Hoe nu met de literatuur? Deze werkelijkheidsslag doordringt je ook als schrijver ervan hoe restloos je je moet zien los te maken van de actualiteit, om die te kunnen doorzien en er iets van waarde tegenover te stellen. Zo wordt dan de context van dat levensverhaal: de situatie voor en na de catastrofe. De oude Bu is van ervoor. Zij vertelt aan de jonge Iedje die van erna is, hoe onder het primaat van de economie het een gevecht was om als jezelf iets teweeg te kunnen brengen. Over het algemeen waren mensen niet meer tot verandering in staat. De jonge Iedje kent alleen de schoongespoelde wereld van na de omwenteling, met de vrijheid om je als mens te ontplooien en zo van waarde te zijn voor de omgeving.
Wil de schrijverij haar verantwoording nemen in deze van alle kanten bedreigde samenleving, dan dient zij weer een dergelijke tocht vanaf de bodem van het maatschappelijk systeem aan te gaan om vanuit een ander perspectief te kunnen spreken. Hoe? Dit zoek je uit in het opstel dat de titel krijgt Weg van het spervuur – naar een literatuur van verlossing. Het spervuur is de agressie vanuit belangen die je de hele dag op je afgeschoten krijgt. Hoe kan je literatuur inzetten om van dat geweld te verlossen en weer een ander bestaan voorstelbaar te maken? Dat begint, zoals gezegd, bij de schrijver zelf, die de inspanning moet opbrengen zich helemaal, ja restloos, vrij te maken, om de pageturner die het leven is niet te blijven herhalen. Die zich vastbesloten verlangzaamt omdat de schrijver weet dat de allerminste tijdsdruk zich al uitspreekt in dor hout. Die concentratie van lezers durft te eisen om bezinning mogelijk te maken. Die ze gelegenheid biedt ’tot in hun diepste vezels’ de eigen persoonlijkheid te laten meespreken. Die met een vriendelijke vertelomgeving vertrouwen wekt.
En zo leidt intuïtie je ook tot de katharsis voor je ideeënroman: ja, misschien is er een wereldramp voor nodig, maar een einde kòmt er aan de economische dictatuur. Verlost van bezit en macht zijn we vrij om als verzameling van ware individuen het leven vorm te geven – voor dan en voor de eeuwigheid.
Laat een reactie achter