
1. Wie ben je, waar werk je en wat doe je met neerlandistiek?
Hallo, ik ben Rianti Manullang, geboren en getogen in Indonesië. Momenteel promoveer ik aan de Universiteit Leiden, bij LUCAS (Leiden University Centre for the Arts in Society), met een proefschrift over de Nederlands-Indische literatuur. Mijn onderzoek richt zich op de representatie van Indonesië in vergelijking tussen Nederlandse en Indonesische auteurs in verschillende genres, van de koloniale tot de postkoloniale periode. Met deze vergelijking probeer ik te begrijpen hoe twee verschillende perspectieven het verhaal over hetzelfde land en dezelfde geschiedenis vormgeven, en soms ook tegen elkaar verzetten.
Voorheen was ik ongeveer zeven jaar (2016–2023) werkzaam als docent bij de vakgroep Nederlands aan de Universitas Indonesia. Daar gaf ik verschillende vakken, variërend van Nederlandse taalvaardigheid tot Nederlandse literatuur en cultuur. Naast het lesgeven was ik samen met collega’s ook betrokken bij een aantal onderzoeks- en maatschappelijke projecten. De twee projecten die mij het meest zijn bijgebleven, zijn een onderzoek naar de gezamenlijke geschiedenis van Indonesië en Nederland, en de vertaling van de museumgids (van het Indonesisch naar het Nederlands) voor Multatuli Museum in Lebak, Banten: een concrete behoefte, aangezien dit museum vaak wordt bezocht door toeristen uit Nederland.
Naast mijn taken als docent binnen de vakgroep heb ik ook een tijdje gewerkt als coördinator van het Nederlands-taalprogramma bij het taalcentrum van de universiteit Lembaga Bahasa Internasional Universitas Indonesia. De deelnemers aan de cursussen Nederlands daar zijn zeer divers: van historici, antropologen, vertalers en diplomaten tot bedrijfsmedewerkers en middelbare scholieren. Ze leren Nederlands voor studie- of werkdoeleinden. Deze diversiteit heeft me doen inzien dat de belangstelling voor de Nederlandse taal in Indonesië veel groter is dan vaak wordt gedacht. Die observatie heeft mij ertoe aangezet om een stap verder te gaan: om online Nederlandse taalcursussen te ontwikkelen voor een breder publiek, onder andere via Skill Academy, een van de grootste online leerplatforms in Indonesië.
Daarnaast heb ik onlangs ook gewerkt aan de vertaling (Nederlands naar Indonesisch) van een geschiedenisboek, De vlinders van Boven-Digoel (2021) van Alicia Schrikker, dat in 2024 in Indonesië is verschenen. Eind 2026 verschijnt er waarschijnlijk nog een vertaalwerk, dat gaat over Bali en het verzet tegen het Nederlandse kolonialisme. Voor mij is de Neerlandistiek in Indonesië niet zomaar een beperkt academisch vakgebied. Het is een brug tussen twee landen, twee talen en twee manieren om dezelfde geschiedenis te interpreteren.
2. Waarom is de internationale neerlandistiek zo’n interessant vakgebied om in te werken?
Voor mij, als Indonesiër, biedt de Neerlandistiek in een mondiale context iets wat je in andere wetenschapsdisciplines zelden tegenkomt: dit vakgebied gaat niet alleen over het bestuderen van een vreemde taal en cultuur, maar helpt mij ook om mijn eigen land, Indonesië, beter te leren kennen. De Neerlandistiek is een reisgenoot geworden die mij inzicht geeft op mijn reis om mijn eigen identiteit, cultuur en geschiedenis te begrijpen.
De Nederlandse sporen in Indonesië zijn tot op de dag van vandaag nog steeds duidelijk zichtbaar: niet langer in de vorm van troepen die ons land fysiek bezetten, maar in de stadsarchitectuur, het rechtssysteem, woorden die in het dagelijks taalgebruik zijn opgenomen en een manier van kijken die diep in ons bewustzijn is doorgedrongen. Het Nederlandse kolonialisme mag dan officieel voorbij zijn, maar de erfenis ervan is nog niet volledig ontrafeld. Hier ligt de grootste relevantie van de Neerlandistiek: het is geen wetenschap over het verleden, maar een sleutel om het heden te begrijpen. Hierin schuilt ook de echte aantrekkingskracht: zien hoe de neerlandistiek juist in de voormalige kolonie groeit en zich ontwikkelt. Dit is niet zomaar een historische ironie, maar een rijke ruimte vol mogelijkheden. Door ons in dit vakgebied te verdiepen, kunnen we de achtergelaten sporen volgen, deze kritisch interpreteren en tegelijkertijd een collegiale relatie opbouwen — niet langer tussen kolonisator en gekoloniseerde, maar tussen twee landen die een gedeelde geschiedenis hebben en nu op gelijke voet staan als intellectuele partners.
De gelegenheid is groot en biedt veel mogelijkheden. Er zijn zoveel documenten uit de Nederlandse koloniale periode in Indonesië die waarschijnlijk nog niet volledig zijn onderzocht omdat er in Indonesië niet veel mensen het Nederlands beheersen. Elk ongelezen dossier is een stukje geschiedenis dat erop wacht om verteld te worden. In de literatuur en cultuur is die dynamiek eveneens aanwezig: talrijke Indonesische romans, films en kunstwerken hebben tegenwoordig vaak de koloniale geschiedenis als achtergrond, met complexe Indonesische en Nederlandse personages en een boeiende postkoloniale benadering – en dit alles wacht erop om onderzocht, geïnterpreteerd en in verband gebracht te worden met de schat aan kennis van de Neerlandistiek. Daarnaast zijn er nog de meer subtiele, minder zichtbare sporen: wetten die voortkomen uit het koloniale wetboek, straatnamen die herinneringen aan de koloniale tijd bewaren, alledaagse uitdrukkingen en zelfs denkwijzen die we onbewust nog steeds hebben overgenomen.
3. Wat zou iedereen volgens jou moeten weten over de internationale neerlandistiek?
Ten eerste: het Nederlands is niet alleen de taal van Nederland, of België, of Suriname. Deze taal strekte zich ooit uit over bijna een derde van de wereld en heeft sporen achtergelaten in Zuid-Afrika, het Caribisch gebied, Sri Lanka en natuurlijk Indonesië. Dit inzicht is een belangrijk uitgangspunt: de studie van het internationale Nederlands is meer dan alleen het leren van grammatica en woordenschat. Het is een deur naar een bredere wereldgeschiedenis, die verre van voltooid is.
Ten tweede: Nederland is een land met een buitengewone archiefcollectie. Miljoenen documenten uit het koloniale tijdperk, reisverslagen, briefwisselingen, administratieve rapporten, literaire werken en zelfs dagboeken zijn nog steeds in het Nederlands bewaard gebleven en nog lang niet allemaal onderzocht. Voor Indonesiërs in het bijzonder betekent dit dat een groot deel van de eigen nationale geschiedenis alleen toegankelijk is als we deze taal beheersen. Een onderzoeker die Nederlands kan lezen, beschikt over een sleutel die niet veel mensen hebben.
Ten derde: de studie van het internationaal Nederlandistiek is juist het meest relevant vanuit een perspectief buiten Nederland. Door de blik vanuit voormalige koloniën, vanuit diasporagemeenschappen of vanuit een andere culturele context ontstaan vragen die vanuit Nederland zelf niet zouden opkomen. Bijvoorbeeld: een Indonesische onderzoeker die Nederlandse archief- of literaire teksten leest, leest deze waarschijnlijk niet op dezelfde manier als een Nederlandse onderzoeker, en juist dat verschil in perspectief verrijkt dit vakgebied.
Ten slotte, en misschien wel het belangrijkste: internationale Neerlandistiek is geen beperkt vakgebied. Het raakt aan postkoloniale studies, literatuurgeschiedenis, taalkunde, vertaalwetenschap, en nog wat. Iedereen die geïnteresseerd is in de grote vragen over macht, taal en hoe geschiedenis wordt verteld, zal ontdekken dat dit vakgebied veel breder is dan het van buitenaf lijkt.
4. Wat voor teksten hoop je te gaan zien op Mondiaal Neerlandistiek?
Mondiaal Neerlandistiek is een platform dat ik me voorstel als een ontmoetingsruimte: een plek waar juist de stemmen uit de periferie centraal staan in het gesprek. Daarom zijn de teksten die ik daar het meest hoop te vinden, teksten die voortkomen uit een perspectief van buitenaf: van docenten die Nederlands doceren in voormalige koloniën, van onderzoekers die koloniale literatuur vanuit een andere invalshoek lezen, van vertalers die dagelijks een brug slaan tussen twee werelden.
Concreet hoop ik artikelen te vinden die ingaan op de uitdagingen en kansen van het onderwijs van Nederlandistiek in een niet-Europese context – hoe studenten in Indonesië, Suriname of Zuid-Afrika omgaan met Nederlandstalige teksten en culturele producten. En natuurlijk verslagen over vertaalprojecten, onderwijs en samenwerkingsverbanden tussen universiteiten binnen en buiten het Nederlandse taalgebied. Kortom: ik hoop dat Mondiaal Neerlandistiek een eerlijke weerspiegeling wordt van hoe breed dit vakgebied is. Niet alleen geografisch, maar ook intellectueel en emotioneel.

Laat een reactie achter