
Denk iets dat je goed kent.
Zeg: ze kamt haar haar.
Herhaal het: zij haar haar
kamt. Doe er een spiegel
bij. Maak het vertrouwder
dan je waarmaakt: de eerste
sneeuw/het eerste riet. Hoe
ze plotseling haar hoofd
naar voren of naar achteren
wierp. Zeg dat ze haar haar
kamde; zich naar voren of
naar achteren werpt. Terwijl
het sneeuwde of riet werd;
zich de eenbes verzwartte;
en zij haar haar kamt.
Hans Faverey (1933-1990)
•• Abonnees van Laurens Jz Coster krijgen ieder dag gratis een gedicht in hun mailbox.
Laat een reactie achter