• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Pas verschenen: Ene andre tale

7 maart 2013 door Viorica Van der Roest Reageer

Ene andre tale. Tendensen in de Middelnederlandse late ridderepiek. Onder redactie van An Faems en Marjolein Hogenbirk. Hilversum, Verloren, 2012. 318 blz. ISBN 978-90-8704-224-0. € 29,-

De meeste 19e– en 20e-eeuwse literatuurgeschiedschrijvers hadden niet veel goeds te zeggen over de late ridderepiek (ridderromans die gedurende de 14e eeuw ontstonden). Jonckbloet besprak deze periode onder de kop ‘verval der ridderpoëzie’ en  Kalff noemde de 14e-eeuwse ridderromans werken zonder veel literaire waarde. Deze negatieve waardering van de Middelnederlandse late ridderepiek en de vaak fragmentarische overlevering van de teksten, die overigens meestal erg lang zijn geweest en een complexe verhaalstructuur laten zien, hebben ervoor gezorgd dat er tot voor kort nog erg weinig onderzoek naar gedaan werd.

Faems en Hogenbirk hebben vanuit de wens om verandering in deze situatie te brengen in 2009 een congres georganiseerd waarbij door verschillende deskundigen uitgebreid van gedachten is gewisseld over mogelijkheden voor onderzoek naar de late ridderepiek in de Nederlanden. Deze bundel is het uiteindelijke resultaat van de, in de woorden van Faems en Hogenbirk, “verrijkende en stimulerende uitwisseling van ideeën” die op het congres plaats vond.

Er was al enige tijd een voorzichtige kentering te zien; moderne literatuurhistorici spreken niet meer van ‘slappe aftreksels’ van vroegere ridderepiek, maar van ‘kleurige mozaïeken’ (Van Oostrom in Stemmen op schrift) en ze gebruiken woorden als barok en vuurwerk om de sfeer van de Middelnederlandse late ridderromans te omschrijven. Deze positievere waardering is zeker gerechtvaardigd; uit de artikelen in Ene andre tale blijkt keer op keer hoeveel interessants er aan de 14e-eeuwse ridderromans te ontdekken is.

Faems doet in het inleidende openingsartikel een voorzichtige aanzet tot definiëring van de kenmerken van het corpus: de teksten zijn vaak lang (20.000 verzen is heel normaal) en hebben een complexe structuur met veel personages en veel avonturen. Wanneer er wordt gereisd, worden er langere afstanden afgelegd en doen de personages meer locaties aan dan in de 13e-eeuwse ridderepiek meestal het geval was. Ook worden er voor de verhaalstof in één roman steeds meer bronnen gebruikt, die vaak uit verschillende genres afkomstig zijn. Daardoor is het soms moeilijk om de 14e-eeuwse ridderromans bij een genre onder te brengen.

De lezing waarmee Janssens in 2009 het symposium opende, is opgenomen als tweede inleidend artikel in de bundel. Daarna gaan drie artikelen dieper in op de hernieuwde belangstelling voor de Alexanderstof in de 14e eeuw: Van der Meulen bespreekt de 14e-eeuwse ontwikkelingen rond dit stofcomplex in Europees perspectief, met bijzondere aandacht voor de rol die het hof van Holland en Henegouwen misschien gespeeld heeft in het verspreiden ervan. Reynders behandelt de fragmentarisch overgeleverde Roman van Florimont en de Roman van Cassamus. Zeer nuttig is ook de kritische editie met hertaling en toelichting van het Florimont-fragment in het artikel van Brandsma. In het volgende deel worden achtereenvolgens de romans Huge van Bordeeus (door Lens), de Borchgrave van Couchi (door Tersteeg) en Seghelijn van Jherusalem (door Claassens) in context besproken.

De laatste twee artikelen van de bundel betreffen de gehele ridderepiek, dus ook die van de 13e eeuw, met als doel om een vergelijking tussen 13e en 14e eeuw te kunnen maken. Biemans gaat in op de mogelijkheden voor vormgeving en samenstelling die er waren voor handschriften met epische teksten in de 13e en 14e eeuw. Aan het einde van het artikel volgt dan nog een schets van het mogelijke publiek van de 14e-eeuwse Middelnederlandse ridderepiek. Kestemont bekijkt in het laatste artikel van Ene andre tale de relatie tussen de 13e-eeuwse en 14e-eeuwse ridderepiek vanuit een interessante invalshoek: hij heeft onderzoek gedaan naar de frequentie van assonerende rijmen in Middelnederlandse ridderromans uit de 13e en 14e eeuw, om uit te zoeken of er een verband bestaat tussen de ontstaansdatum van een werk en de rijmzuiverheid ervan.

Faems en Hogenbirk wilden met het congres in 2009 en met deze bundel het onderzoek naar de Middelnederlandse late ridderepiek stimuleren. Ik denk dat ze erin geslaagd zijn om te laten zien dat hier inderdaad een boeiend en rijk onderzoeksterrein ligt, dat veel te lang ten onrechte is verwaarloosd. Alle bijdragen in Ene andre tale maken nieuwsgierig naar wat er in de toekomst allemaal nog ontdekt kan worden over de Middelnederlandse late ridderepiek.

Recensie door Viorica Van der Roest 

Ene andre tale is te koop bij de erkende boekhandels of rechtstreeks te bestellen bij Uitgeverij Verloren te Hilversum.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: Middelnederlands, Middelnederlandse ridderromans uit de 13e en 14e eeuw, Pas verschenen, recensies, ridderepiek

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Willem de Mérode • De visch

De vis was giftig, ik moet sterven.
De vis groeit in mij, ik verminder.
Zijn bek bijt en zijn vinnen steken.
Ik ving de vis, de vis ving mij.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Agenda

28 februari 2026: Lezing Die Wrede Een met die Rode Baard en sy viervoetige jambes

28 februari 2026: Lezing Die Wrede Een met die Rode Baard en sy viervoetige jambes

22 februari 2026

➔ Lees meer
6 maart 2026: Indische detectives en misdaadromans

6 maart 2026: Indische detectives en misdaadromans

20 februari 2026

➔ Lees meer
15-17 april 2027: Achter de verhalen

15-17 april 2027: Achter de verhalen

20 februari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
2022 Stijn De Paepe
➔ Neerlandicikalender

Media

De Twintigers: Juicy

De Twintigers: Juicy

22 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Safae el Khannoussi Translation Project

Safae el Khannoussi Translation Project

21 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Lange lijnen 5: Met Gaea Schoeters

Lange lijnen 5: Met Gaea Schoeters

20 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
%d