• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Henrieke ziet Henrieke

23 augustus 2013 door Marc van Oostendorp 2 Reacties

Voeg!  Korte cursus over de syntactische theorie van Chomsky voor Twitteraars verklaard


Door Marc van Oostendorp

Volgens Chomsky kan de zinsbouw van menselijke taal – iedere menselijke taal – begrepen worden als het resultaat van één simpele operatie Voeg die twee elementen samenneemt (de en vrouw wordt {de, vrouw}). De volgorde van de woorden doet er daarbij niet toe: die wordt pas belangrijk wanneer je de woorden uitspreekt.

De gedachte dat het niet gaat om woordvolgorde, maar om de structuren die Voeg maakt, kan ook inzicht geven in allerlei andere taalverschijnselen. Chomsky en zijn aanhangers hebben veel studie gemaakt van zinnen als de volgende:

Henrieke heeft zichzelf gezien.
Henrieke heeft haar gezien.
In de eerste van die zinnen is Henrieke zowel degene die ziet, als degene die gezien wordt, bijvoorbeeld in de spiegel. Dat is niet het geval in de tweede zin: het woord haar kan naar iedere (liefst wel al eerder genoemde) vrouw verwijzen. Maar niet naar Henrieke. 

In de volgende zinnen zit weer een bijzin ingebed in de andere:
Henrieke denkt dat Bert zichzelf gezien heeft.
Henrieke denkt dat Bert haar gezien heeft.
In de eerste zin kan zichzelfonmogelijk op Henrieke slaan: Bert is degene die gezien wordt, niet Henrieke. Dat ligt anders in de tweede zin, waar Henrieke wel degene kan zijn die gezien wordt (al is dat niet verplicht, de zin kan ook betekenen dat Bert een heel andere vrouw gezien heeft.)

Voor het persoonlijk voornaamwoord haaren het wederkerend voornaamwoord zichzelfligt het verschillend is het verschil tussen hoofd- en bijzin kennelijk belangrijk. Als zichzelfin een bijzin staat, kan het alleen verwijzen naar een ander woord in diezelfde bijzin: wel naar Bert en niet naar Henrieke. Een andere manier om dat te zien is door te constateren dat de volgende zin onmogelijk is:
Henrieke denkt dat ik zichzelf aan het bekijken ben.
Zo’n zin is gemakkelijk te begrijpen: zichzelfkan logischerwijs alleen verwijzen naar Henrieke. Als je naar ik zou willen verwijzen, zou je mijzelfgebruiken. Toch zal niemand hem ooit zeggen; zelfs kinderen of volwassenen die onze taal aan het leren zijn, zullen die fout niet maken. In plaats daarvan gebruiken we een andere zin:
Henrieke denkt dat ik haar aan het bekijken ben.
Die zin is als je hem goed bekijkt, onhandiger dan de variant die we niet gebruiken, bijvoorbeeld omdat hij dubbelzinniger is – haar kan behalve op Henrieke ook op willekeurig welke andere vrouwelijke persoon slaan. Toch geven we er de voorkeur aan. Dat is nu de kracht van de innerlijke grammatica: zichzelf moet verwijzen naar een naam of een naamwoord dat volgens de Voeg-operatie voldoende dichtbij staat. En de hoofdzin is kennelijk al te ver voor een woord in de bijzin.

Persoonlijk voornaamwoorden zijn zo’n beetje het spiegelbeeld van wederkerend naamwoorden. Ze kunnen juist naar van alles en nog wat verwijzen, behalve naar dingen die te dicht bijstaan. En wat ’te dichtbij’ is voor een persoonlijk voornaamwoord is juist precies dichtbij genoeg voor een wederkerend voornaamwoord. In beide gevallen betreft het door Voeg gemaakte structuur, waarin het ene taalelement is ingebed in het andere, en niet de vraag of het ene woord links staat van het andere. Daar hadden we het gisteren over: links en rechts doen er volgens Chomsky niet toe in de zinsbouw.

Nu zou je op basis van deze voorbeelden nog kunnen denken dat je de ‘afstand’ tussen een voornaamwoord en hetgene waar dat voornaamwoord naar verwijst (het antecedent) kunt ‘meten’ in hoeveel woorden er tussen de twee instaan. Tussen zichzelf en zijn antecedent mag geen ander woord staan dat naar een persoon verwijst; vandaar dat de zin ‘Henrieke denkt dat ik zichzelf bekijk’ fout is: ik staat daar tussen Henrieke en zichzelf in en blokkeert als het ware het zicht van de een op de ander.

Dat het zo simpel niet is, blijkt uit zinnen als de volgende, waar zichzelf best op Henrieke kan slaan, ook al staat er van alles tussen:

Henrieke geeft Bert een foto van zichzelf. 

Deze zin heeft (minstens) twee betekenissen: de geportretteerde kan Henrieke zijn, of Bert. Dat laat in ieder geval zien dat Bert hier het zicht van zichzelfop Henrieke niet ontneemt. De reden is dat hier echt maar één zin is, waar alle woorden instaan. Op het moment dat zichzelf een keuze moet maken, zijn Henrieke en Bert beide nog beschikbaar. (Omgekeerd kan ‘Henrieke geeft Bert een foto van haar’ alleen betekenen dat de foto van een derde persoon is. Ook in dit soort zinnen zijn zichzelfen haar dus weer helemaal elkaars tegengestelde.)

‘Dichtbij’ betekent dus min of meer ‘in dezelfde zin’, waarbij bijzinnen als aparte zinnen gelden. Het heeft niets te maken met waar die woorden precies staan, het gaat ook hier weer niet over links of rechts. Ook dat laat weer zien dat een zin meer is dan een reeks woorden: er zit structuur in — het soort structuur dat wordt toegekend door Voeg.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: Noam Chomsky, syntaxis, taalkunde, Voeg

Lees Interacties

Reacties

  1. Bob de Jonge zegt

    23 augustus 2013 om 15:59

    Een alternatieve analyse is mogelijk door 'zich(zelf)' de betekenis 'verwijzend naar de prominentste entiteit bij het (vervoegde) werkwoord' te geven. Je hebt dan verder niks anders nodig; de context voert dan vanzelf naar de juiste referent. Zie García 1975 en 2009.

    Beantwoorden
  2. Marc van Oostendorp zegt

    23 augustus 2013 om 17:18

    Dat komt natuurlijk op een bepaalde manier op hetzelfde neer, gegeven het feit dat er een soort een-op-een-relatie bestaat tussen vervoegde werkwoorden en zinnen.
    In uw zin 'je hebt verder niks anders nodig' zit misschien verborgen dat u vindt dat Garcia's verklaring op de een of andere manier 'eenvoudiger' is, maar dat lijkt me moeilijk te bewijzen. Een Chomskyaan zou erop wijzen dat alles in de analyse die ik hier – natuurlijk vereenvoudigd – gegeven heb, uit dingen die we onafhankelijk van deze feiten toch al weten over de operatie Voeg.
    De cruciale vraag is dan waar de onafhankelijke motivatie is voor, bijvoorbeeld, de taalverwerver, om te besluiten dat de restrictie er een is op vervoegde werkwoorden.

    Beantwoorden

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Dean Bowen • een leugen doorspookt …

een leugen doorspookt de welving waarin je jezelf thuis waant, dus verlaat je het huis in een poging terug te vinden wat je in kinderlijke onschuld moest achterlaten.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

UITZICHT

Het uitzicht is een landschap takken en een grijze lucht
met plekken licht weerspiegeld in een ruit waarop ik kijk
en echte lucht daarboven, strook waarin een vogel vliegt.
In het weerspiegelde vliegt het donker. [lees meer]

Bron: Hollands Maandblad, februari 1974

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

27 februari 2026: Vriendenlezing – Leren met boeken

27 februari 2026: Vriendenlezing – Leren met boeken

24 februari 2026

➔ Lees meer
1 maart 2026: Voorleesmarathon uit het oeuvre van Astrid H. Roemer

1 maart 2026: Voorleesmarathon uit het oeuvre van Astrid H. Roemer

24 februari 2026

➔ Lees meer
27 maart 2026: Culturele verbeeldingen van het Waddengebied

27 maart 2026: Culturele verbeeldingen van het Waddengebied

23 februari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1770 Adam Simons
➔ Neerlandicikalender

Media

Sinte Franciscus Leven van Jacob van Maerlant

Sinte Franciscus Leven van Jacob van Maerlant

24 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Waarom voelt prima zo passief aggressief?

Waarom voelt prima zo passief aggressief?

23 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek 1 Reactie

➔ Lees meer
De Twintigers: Juicy

De Twintigers: Juicy

22 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
%d