• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Het bewijs dat we woorden niet na elkaar denken

22 augustus 2013 door Marc van Oostendorp Reageer

Voeg!  Korte cursus over de syntactische theorie van Chomsky voor Twitteraars verklaard


Door Marc van Oostendorp

Gisteren heb ik uitgelegd hoe zinnen in het minimalisme van Chomsky worden gevormd door precies twee woorden of woordgroepen (de en vrouw; mijn en oude vader) samen te voegen, in een groep te plaatsen. Dat schrijven we dan als volgt op:

– {de, vrouw}
-{mijn, {oude, vader}}

Belangrijk hierbij is dat de volgorde van de woorden er niet toe doet. De groep {de, vrouw} is precies hetzelfde als de groep {vrouw, de}, zoals de verzameling van een rode en een groene bal dezelfde is als die van een groene en een rode bal.

Het idee is dat in onze gedachten die volgorde er niet toe doet. Het gaat er niet om of het lidwoord voor of achter het zelfstandig naamwoord staat, het gaat er alleen om dat die twee woorden bij elkaar horen.
Pas als we gaan praten wordt de volgorde belangrijk, bijvoorbeeld omdat we met onze mond nu eenmaal niet twee woorden tegelijkertijd kunnen zeggen.

Maar die volgorde is dus een eigenschap van het praten, niet van de zinnen in ons hoofd. Een gedachtelezer ziet de vrouw en vrouw de op dezelfde manier.

Hier is een van Chomsky’s favoriete voorbeelden (door mij naar het Nederlands vertaald) gaat over vragen. Je maakt in het Nederlands een vraag van een mededeling door het verbogen werkwoord voorop te plaatsen. Van Jan loopt op straat maak je Loopt Jan op straat, van We hebben lekker gegeten, Hebben we lekker gegeten. 


Hoe zit dat nu met de volgende vraag:
1. – Kunnen adelaars die zwemmen, vliegen?
Wélk verbogen werkwoord is hier voorop geplaatst in de zin over adelaars? De zin heeft een bijzin die een eigen verbogen werkwoord heeft. In totaal zijn er dus twee verbogen werkwoorden. Met andere woorden, met welk van de volgende twee stellende zinnen correspondeert de bovenstaande vraag?
2. – Adelaars die kunnen zwemmen, vliegen.
3. – Adelaars die zwemmen, kunnen vliegen.
Iedereen die Nederlands spreekt zal het erover eens zijn dat de vraag gaat over de tweede zin, niet bij de eerste. Zelfs kleine kinderen (nou ja niet de allerkleinste, want die kunnen nog geen bijzinnen maken) weten dat. En ook in andere talen die op deze manier vragen maken, correspondeert het equivalent van vraag 1 met het equivalent van zin 3, niet met dat van vraag 2.

De regel is dus kennelijk niet: ga van links naar rechts door de zin, neem het eerste verbogen werkwoord en plaats dat naar voren. Zo zou je van zin 3 de vraag in 1 maken. Dat zou een simpele grammaticaregel zijn, een computer kan hem zo leren. Toch is er geen enkele taal die zo werkt; menselijke taal werkt altijd zoals het Nederlands en kiest het verbogen werkwoord uit de hoofdzin.

De regel is dus niet kies het meest linkse werkwoord. De regel is: kies het werkwoord waar de minste haakjes omheen staan. Kijk maar:
{{ adelaars, { die, { kunnen, zwemmen }} }, { kunnen, vliegen }}
Je maakt het gezegde van de hoofdzin (kunnen zwemmen) en voegt dat samen met het onderwerp (adelaars die kunnen zwemmen) dat op zijn beurt weer is samengesteld uit het zelfstandig naamwoord adelaarsen de bijzin ‘die kunnen zwemmen’ (die op zijn beurt ook weer is samengesteld).

Nu gaan we tellen: om het kunnenin de bijzin staan vier paar haakjes, om dat in de hoofdzin staan er twee. De regel is: kies altijd het verbogen werkwoord met de minste haakjes eromheen. Dat werkwoord wordt dus vooraan geplaatst:
{ Kunnen {{ adelaars { die { kunnen zwemmen }} } { (kunnen) vliegen }} }
Bij het bepalen welk werkwoord ertoe doet, beschouw je een zin dus niet simpelweg als een ongestructureerde rij woorden: je ontleedt de zin in groepjes van telkens twee en beziet van ieder woord hoeveel haakjes eromheen staan. Wanneer je kunt kiezen welk woord je vooraan plaatst, kies je altijd de woorden met de minste haakjes.

De alternatieve regel, die uitgaat van zin 2 maakt daarentegen gebruik van de begrippen links en rechts. Er is dus, volgens Chomsky, geen enkele menselijke taal die dat soort regels ooit gebruikt. De reden daarvoor is dat er geen links en rechts zijn op het moment dat we zinnen in ons hoofd maken. We hebben alleen Voeg!

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: Noam Chomsky, syntaxis, taalkunde

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Maya Wuytack • de toekomstige

de voorvoelde
‘ik zag haar
door de kamers
van haar hart rennen’

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

EIKJE

De kou heeft hem verschroeid, maar hij,
ontplooid, bleef aan de zomer trouw,
open en strak,

een eikje dat zijn blad behield,
bruin en verdord, maar eetbaar bruin
en leefbaar dor.

Bron: Het Zinrijk, 1971

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

7 maart 2026: Themadag Standaardnederlands

7 maart 2026: Themadag Standaardnederlands

1 februari 2026

➔ Lees meer
11 maart 2026: ‘Tussen oorlog en cultuur. Ede, 1600-1800’ 

11 maart 2026: ‘Tussen oorlog en cultuur. Ede, 1600-1800’ 

31 januari 2026

➔ Lees meer
23 febrewaris 2026: Nordfriesland in Kiel III: Wissenschaftliche Perspektiven auf eine vielfältige Region

23 febrewaris 2026: Nordfriesland in Kiel III: Wissenschaftliche Perspektiven auf eine vielfältige Region

31 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1929 Rudy Cornets de Groot
➔ Neerlandicikalender

Media

Feitenvrij: wat is de macht van de pen?

Feitenvrij: wat is de macht van de pen?

2 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Waar komen spreekwoorden vandaan?

Waar komen spreekwoorden vandaan?

1 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Maud Vanhauwaert en Nina Geerdink over Johanna Hobius

Maud Vanhauwaert en Nina Geerdink over Johanna Hobius

31 januari 2026 Door Fleur Speet Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
%d