• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

De neerlandistiek: een echt vak

10 maart 2015 door Marc van Oostendorp Reageer

Door Marc van Oostendorp


De neerlandistiek, dát is pas een vakgebied! Dat is de strekking van een lekker dwars artikel van Gert-Jan Johannes in het nieuwe boek The Practice of Philology in the Nineteenth Century Netherlands. Johannes neemt er het ontstaan van de neerlandistiek voor zijn rekening, en komt tot een opvallende conclusie: we mogen dan tegenwoordig wel denken dat de betavakken pas echte vakken zijn, met hun eigen methodologie en nauw omlijnde vakgebied, maar eigenlijk zijn dat maar de knotwilgen onder de disciplines. Juist de historisch gegroeide kronkeligheid en veelvormigheid en voortdurende wendbaarheid maakt van geesteswetenschappen zoals de neerlandistiek pas een echt vak.

Johannes laat zien dat die veelvormigheid er vanaf het begin bewust is ingebracht. De eerste officiële hoogleraar Nederlands, Matthijs Siegenbeek (1774-1854) had formeel alleen de Nederlandse welsprekendheid tot leeropdracht, maar hij was vastbesloten het daar niet bij te laten en nam allerlei taal- en letterkundige onderwerpen ter hand.

Pas in de loop van de negentiende eeuw werden er pogingen gedaan om het vak ‘wetenschappelijker’ te maken.
Dit gebeurde vooral door het te laten aansluiten bij de in die tijd internationaal zeer sterk opkomende historisch-vergelijkende (Indo-Europese) taalwetenschap: een neerlandicus moest Gotisch en liefst ook Sanskriet leren om iets waard te zijn, en hield zich vervolgens vooral met Middelnederlandse teksten bezig.

Verdacht

Toch bleef het vak altijd flexibel – het is bijvoorbeeld sinds het midden van de negentiende eeuw altijd op de een of andere manier verbonden gebleven met het schoolvak, en volgens Johannes werd het ook duidelijk door die verbintenis beïnvloed. Hij wijst erop dat veel literatuuronderzoekers schoolboeken schreven en taalkundigen zich met de spellingwet bleven bemoeien ook al was het wetenschappelijke primaat allang verschoven van de geschreven naar de gesproken taal. Bovendien deden neerlandici hun best om leesbaar te blijven schrijven.

Dat is allemaal wel een wat rooskleurig beeld van het vak. Dat er al sinds decennia geen geleerden meer zijn die in hun publicaties de grenzen van de verschillende subdisciplines overstijgen, maakt de gedachte dat de neerlandistiek zo’n modeldiscipline wel een beetje verdacht. Het is vooral in zijn breedte een mooi studiepakket voor bachelor-studenten. Bovendien blijven de willekeurige grenzen van het vak (waarom Nederlands? waarom je onderzoek laten ophouden bij door de politiek bepaalde landsgrenzen? en waarom alleen taal- en letterkunde en geen andere cultuurvormen?) bij menigeen knellen.

Maar dat doet alles natuurlijk weinig af aan het mooie portret dat Johannes schetst van het vakgebied.

Huismus

Zoals de hele bundel van Van Kalmthout en Zuidervaart interessant is om te lezen. Iedereen heeft natuurlijk zijn eigen voorkeuren – ik sla meteen het hoofdstuk open waarin Jan Noordegraaf op zijn karakteristieke heldere manier uiteenzet hoe de taalkunde in de loop van de eeuw weggroeide van de filologie, en hoe taalkundigen ook steeds nadrukkelijker begonnen te stellen dat ze géén taalkundigen waren – maar eigenlijk zijn alle hoofdstukken interessant. De geschiedwetenschap staat bijvoorbeeld van alle subdisciplines voor mij het verst weg, maar de biografische schets die Jo Tollebeek maakte van de gezworen huismus Jo Fruin, die de eerste hoogleraar geschiedenis in Leiden werd maar ondanks al zijn gestudeer nauwelijks publiceerde, is om te smullen.

Samen laten de studies vooral zien hoe de filologie – in de renaissance waarschijnlijk de belangrijkste en meest wetenschappelijke van alle wetenschappen – in de negentiende eeuw door een veelvoud van nieuwe wetenschappelijke inzichten uiteen wordt gescheurd. Alleen in de studies van individuele talen en literatuurgeschiedenissen blijft er nog iets van een eenheid bestaan. Of we die restanten nu nog steeds als hét toonbeeld van wetenschappelijke disciplinevorming moeten zien of niet, samen geven de bijdragen aan deze bundel ook stof tot overdenken voor wie de tegenwoordige woelingen in het onderzoek probeert te overzien.

Ton van Kalmthout en Huib Zuidervaart (red.) The Practice of Philology in the Nineteenth Century. Amsterdam: Amsterdam University Press, 2015. Bestelinformatie bij de uitgever.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: 19e eeuw, filologie, geschiedenis van de neerlandistiek, taalkunde

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Sara Mychkine • Mijn moeder droomde niet

De tranen van mijn moeder zou iedereen moeten huilen, dushi,
de tranen van de wanhoop, de hikkende revolte die werd
verzwegen.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

EIKJE

De kou heeft hem verschroeid, maar hij,
ontplooid, bleef aan de zomer trouw,
open en strak,

een eikje dat zijn blad behield,
bruin en verdord, maar eetbaar bruin
en leefbaar dor.

Bron: Het Zinrijk, 1971

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

7 maart 2026: Themadag Standaardnederlands

7 maart 2026: Themadag Standaardnederlands

1 februari 2026

➔ Lees meer
11 maart 2026: ‘Tussen oorlog en cultuur. Ede, 1600-1800’ 

11 maart 2026: ‘Tussen oorlog en cultuur. Ede, 1600-1800’ 

31 januari 2026

➔ Lees meer
23 febrewaris 2026: Nordfriesland in Kiel III: Wissenschaftliche Perspektiven auf eine vielfältige Region

23 febrewaris 2026: Nordfriesland in Kiel III: Wissenschaftliche Perspektiven auf eine vielfältige Region

31 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1929 Rudy Cornets de Groot
➔ Neerlandicikalender

Media

Feitenvrij: wat is de macht van de pen?

Feitenvrij: wat is de macht van de pen?

2 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Waar komen spreekwoorden vandaan?

Waar komen spreekwoorden vandaan?

1 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Maud Vanhauwaert en Nina Geerdink over Johanna Hobius

Maud Vanhauwaert en Nina Geerdink over Johanna Hobius

31 januari 2026 Door Fleur Speet Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
%d