• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

De e klinkt hard én zacht

20 februari 2016 door Marc van Oostendorp 3 Reacties

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (60)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?


Door Marc van Oostendorp

Iets minder dan één op de vijf letters in een Nederlandse tekst is een e en de letter is daarmee op afstand de meest voorkomende. Dat geldt in ieder geval voor tal van tellingen voor het Nederlands van rond de millenniumwisseling, maar er lijkt me weinig reden om te denken dat het anders lag in de achttiende eeuw, toen er bijvoorbeeld ook nog uitgangen voor naamvallen en woordgeslachten werden geschreven die allemaal natuurlijk ook een e hadden.

Wie een kunststukje wil flikken, moet daarom een sonnet schrijven zonder e schrijven, zoals Albertus Frese (1714-1788) deed – zoals veel 18e-eeuwers sprak hij daarbij overigens van klinkdicht, wat in dit geval natuurlijk ook een passender woord was; zijn naam kortte hij bij publicatie af tot A.F., zodat ook daarvan geen problemen te verwachten waren:


Thans volgt dit Klinkdicht, dat U klaar aantoond, ja bondig,
Dat ik daar in ontwyk alzulk voornaam Vocaal,
Als gantsch onmisbaar is voor ons, in Hollands Taal,
By Schryf- of Drukkunst, zo voor mondig als onmondig!

Gun my uw aandacht thans, op dat ik U aankondig,
Dat zulks kan mooglyk zyn; maar, valt myn Stuk wat schraal
In Styl, in Maat, in Rym, ontbloot van smuk of praal,
Omschuldig my, zo ik noodzaaklyk daar in zondig!

Tot staaving van myn Woord, zo nam ik dan in acht:
Dat, schoon Hy duidlyk klinkt, by d’uitspraak, Hart of Zach,
Hy nochtans in myn Dicht was van rondsöm onlydlyk.

Gy lacht! doch waar gy’t oog ook stuurd, of acht moogt staan,
Hy is onzich baar in dit Vaars: dus blyft Hy staan,
Zo lang, tot dat Hy plaats ontfangt, of is onmydlyk.

Een reden waarom die e zo veel voorkomt, noemt Frese zelf: hij klinkt zowel hart als zacht. Althans, ik heb geen idee wat Frese precies met die termen bedoelt – het volkomen vanzelfsprekend gebruik van dit soort impressionistische termen over taalklanken is van alle tijden –, maar het is niet moeilijk vast te stellen dat de e voor verschillende klanken staat: die in het, die in wet en die in weten, en bovendien gebruikt wordt voor het weergeven van nog weer heel andere klanken, zoals in roet, riet en reit). Veel van die klanken, en in ieder geval die uit het en weten, horen zelf weer tot de meest voorkomende.

Een klinkdicht zonder e kan alleen in het enkelvoud staan, omdat zowel werkwoorden als veel zelfstandig naamwoorden in het meervoud natuurlijk een uitgang –en nemen. Frese had bovendien het geluk dat hij in de achttiende eeuw leefde en de eerste persoon enkelvoud inmiddels zijn uitgang verloren had, zodat hij niet ik ontwyke of ik zondige hoefde te schrijven, zoals voorgangers nog zouden hebben gemoeten, terwijl hij anderzijds nog af en toe mocht smokkelen door d’uitspraak te schrijven. of duidlyk. Bij een waagstuk als dit klinkdicht komt het aan op zoveel details dat dit op deze manier in geen enkele andere periode geschreven had kunnen worden.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: 18e eeuw, 196 sonnetten, sonnet

Lees Interacties

Reacties

  1. Wouter Steenbeek zegt

    20 februari 2016 om 10:40

    Leuk, zo'n achttiende-eeuwse drs. P! En wij maar denken dat zulke taalspelletjes typisch iets van na 1900 zijn… Bedoelt de dichter met 'hart en zacht' niet gewoon de scherplange en zachtlange ee, waartussen in de achttiende eeuw nog volop verschil werd gemaakt?

    Frese heeft trouwens nog meer geluk: de combintie ae was intussen verouderd geraakt, zodat hij overal aa kon schrijven. De vorm vaars voor vers klinkt me erg dialectisch in de oren, maar dat hoeft voor een achttiende-eeuwer, die leefde onder een minder strenge taalnorm, niet gegolden te hebben.

    Beantwoorden
  2. Marc van Oostendorp zegt

    20 februari 2016 om 11:36

    Ook voor de 18e eeuw konden de Rederijkers er ook wat van, hoor. Alleen was het sonnet toen nog een wat te verheven genre om het met dit soort frivoliteiten te mengen.

    Beantwoorden
  3. ja gruys zegt

    21 februari 2016 om 23:26

    "Vaars" was niet dialectisch. Volgens het WNT "heeft in de 18de eeuw vaars het overwicht" (op vers en veers).

    Beantwoorden

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Astrid Roemer • Steffi huilt

Het geeft niet Poes
het geeft niet dat we
sterven

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

WINTERMIDDAG

De engelen knopen licht aan elkaar,
de regenboog stijgt uit het dorre hout,
een vuur brandt in een wak boven de duinen.

Overal valt licht – tot witte hagel opspringt
van de met droge bladeren bedekte grond,
geschrokken vleugelloze insecten, engelen –
hun donzen huid smelt blank,
doorzichtig om een wit skelet –
zo straks nog bezig in het licht,
gescheiden nu, snel weggerold,
gekropen onder het gekruld bruin blad.

Bron: De Gids, november 1958

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

31 januari 2026: Glanzende geheimenis / Hemelse vreugde – over P.C. Boutens 

31 januari 2026: Glanzende geheimenis / Hemelse vreugde – over P.C. Boutens 

12 januari 2026

➔ Lees meer
25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

8 januari 2026

➔ Lees meer
17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

7 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1884 Herman Buiskool
1939 Jacques Hamelink
1948 Saskia Daalder
sterfdag
2015 Wam de Moor
➔ Neerlandicikalender

Media

In gesprek met auteur Jeroen Theunissen

In gesprek met auteur Jeroen Theunissen

12 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Ik zie op tegen interviews…

Ik zie op tegen interviews…

11 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
%d