• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Genks en Jiddisj

2 oktober 2019 door Marc van Oostendorp 2 Reacties

Externe inhoud van YouTube

Deze inhoud wordt geladen van YouTube en plaatst mogelijk cookies. Wil je deze inhoud bekijken?

De afgelopen jaren heeft de zogeheten Citétaal een ongekende opgang gemaak, al is het alleen al in de media. Natuurlijk, overal gebruiken jongeren taalvormen die je straattaal kan noemen, maar in geen enkele stad is de cultus van de eigen straattaal zo groot als in Genk, in Belgisch Limburg.

Het opmerkelijke is dat die taalvorm zijn oorsprong heeft in alle steden in de mijnstreek, maar gaandeweg, en zeker het afgelopen decennium steeds meer geassocieerd is geraakt met Genk. Waarom dat zo is, is eigenlijk onduidelijk, maar inmiddels wordt zelfs vaker over ‘Genks’ gesproken dan over ‘citétaal’, schrijft Stefania Marzo in het nieuwe nummer van de International Journal of the Sociology of Language, dat helemaal aan de taal van mijnstreken over de hele wereld is gewijd.

Zich redden

De mijnen zijn onder andere interessant omdat er min of meer gesloten gemeenschappen werkten van mannen die weinig mogelijkheden hadden voor uitgebreid contact met de buitenwereld, maar die wel overal vandaan kwamen. In (Belgisch) Limburg is in de loop van de twintigste eeuw een betrekkelijk grote groep Italianen komen wonen. Zij vestigden in zogeheten cités, woongebieden die speciaal voor hen waren.

Van standaardtaal was op dat moment geen sprake. De Limburgers in België spraken niet of nauwelijks ABN, en de mijnwerkers spraken ook geen Italiaans, alleen hun locale dialecten die onderling sterk van elkaar verschilden. In zulke situaties ontstaat uiteindelijk altijd een gemeenschappelijke tussentaal, want mensen redden zich met elkaar.

Goossens

De afgelopen decennia zijn in eerste instantie vooral nakomelingen van die Italianen, die inmiddels helemaal Belg en Limburger geworden waren, zich gaan interesseren voor die taalkundige erfenis van hun voorouders. Ze zijn elementen ervan gaan integreren in hun taal, en die taal gaan gebruiken in, bijvoorbeeld, hiphop. Een voorbeeld is het nummer Wa make (Wat maak je? Een letterlijke vertaling van Che fai, hoe gaat het?) hierboven.

Maar die taal heeft vervolgens in de afgelopen jaren een steeds sterkere lokale basis gekregen, en wordt nu dus om de een of andere reden geassocieerd met Genk, en zelfs gezien als (modern) Genks dialect. (Het ironische is dat de grootste Limburgse dialectoloog ooit, Jan Goossens, in 1930 in Genk geboren is.)

Identiteit

Het doet een beetje denken aan het verhaal van het Joods Nederlands in Nederland: een dochter van een taal van migranten die hem lange tijd onderling bleven gebruiken omdat ze weinig contact hadden met de buren, het Jiddisch, en later een bron van woorden in het Nederlands dat nakomelingen die de nazaten van die migranten spraken (jatten, tof, goochem, je kent het rijtje wel). Tot het gaandeweg, na de Tweede Wereldoorlog langzaam geassocieerd raakte met één specifieke stad, het Amsterdams.

Het is ook niet lastig te begrijpen. Taalvormen worden altijd gebruikt om te laten zien tot welke groep je hoort en tot welke groep je wil horen. En zolang de stad waar je woont zo’n belangrijk onderdeel is van die identiteit, zal er daarom altijd een neiging zijn die vormen aan een bepaalde stad te verbinden. Zoals Amsterdam. Of Genk.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: citétaal, dialecten, identiteit, Limburgs

Lees Interacties

Reacties

  1. Liesbeth Lemmens zegt

    2 oktober 2019 om 08:19

    Even een aanvulling: behalve Italianen waren er in de mijnstreek ook grote groepen Turken (weet niet meteen welke van de twee groepen het grootst was/is) en in mindere mate ook Polen en Marrokanen. Ik kom uit de buurt, en wat we er zelf altijd typisch aan vonden, aan dat taaltje, is “die meisje”, mensen aanspreken met “joh”, “ik weet u huis wonen”, “ik zweer (die vrouw is zot)”.
    En het wordt ondertussen echt gecultiveerd 🙂 Voorbije zomer in Genk heb ik een winkel gezien die allemaal kleren verkocht met Genkse opschriften en ook de opschriften op de etalage waren in het Cités. https://www.instagram.com/genkseshtijl/?hl=nl

    Beantwoorden
    • Liesbeth Lemmens zegt

      2 oktober 2019 om 08:30

      Aja, en de cités waren voor iedereen die in de mijn werkte, ook autochtone Limburgers. En grote huizen voor de ingenieurs en mijndirecteur. In eerste instantie, toen de immigranten er nog maar pas waren en ook nog geen gezin bij zich hadden, waren het wel nog vaak barakken en een hoop geimmigreerde mannen in één huis gepropt. En zelfs in de jaren negentig werd er nog niet aan taalcursussen gedacht 😉

      Beantwoorden

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Gustaaf Peek • Orang-oetan

Je verlangt je gromt

Je bent een reiziger
Hoe blijf je hier tevoorschijn komen

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

VLIEGEN

Als je vliegen een stevige mep verkoopt terwijl ze in de kamer rondvliegen (fel naar hun slaat met een vliegenklapper/mepper) en je zet dan een raam of deur open naar buiten, dan weten ze ineens heel gauw de weg naar buiten te vinden, heb ik vaak gemerkt.

Hanlo

Bron: Barbarber, april 1970

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

10 februari 2026: Nascholingsmiddag Lezen voor waarden

10 februari 2026: Nascholingsmiddag Lezen voor waarden

13 januari 2026

➔ Lees meer
31 januari 2026: Glanzende geheimenis / Hemelse vreugde – over P.C. Boutens 

31 januari 2026: Glanzende geheimenis / Hemelse vreugde – over P.C. Boutens 

12 januari 2026

➔ Lees meer
25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

8 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1991 Jan de Zanger
➔ Neerlandicikalender

Media

Vertel het iemand van Rachida Lamrabet

Vertel het iemand van Rachida Lamrabet

13 januari 2026 Door Vlogboek Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met auteur Jeroen Theunissen

In gesprek met auteur Jeroen Theunissen

12 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Ik zie op tegen interviews…

Ik zie op tegen interviews…

11 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
%d