• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
    • Chris van Geel
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Bladertje

22 mei 2020 door Marc van Oostendorp Reageer

Wat is het toch fijn, ik zou bijna zeggen: troostend, om nauwkeurige beschouwingen te lezen over kleine uithoekjes van de taal. Artikelen zoals dat van Marijke De Belder in Glossa, over klinkerverlenging.

In de middeleeuwen ontstond een patroon dat ervoor zorgde dat de stam van het meervoud van sommige zelfstandignaamwoorden anders is dan het enkelvoud:

  • bad – baden
  • blad – bladen

Dat is op zich een begrijpelijk verschijnsel: klinkers die aan het eind van een lettergreep staan zijn graag lang, vooral als ze ook nog klemtoon hebben. Dat geldt niet alleen voor het Nederlands, dat is een tendens die je in veel talen ziet. Toch trof het proces niet alle woorden: katten behield een korte a, misschien omdat de t zoals de spelling nu nog aangeeft lang was en dus de lettergreep sloot (kat-ten). Verlenging was dan niet nodig.

In zekere zin heeft het Nederlands nog steeds zo’n voorkeur voor die ‘lange’ klinkers aan het eind van een lettergreep. Maar door de kronkelwegen van de geschiedenis duiken die lange klinkers soms ook op in plaatsen waar ze helemaal niet (meer) in een gesloten lettergreep staan:

  • blad – bladen – blaadje – blaadjes (vergelijk: bad – baden – badje – badjes)

Er zijn, zegt De Belder, tussen de dertig en veertig zelfstandig naamwoorden die dit patroon hebben: de lange klinker duikt niet alleen op in het meervoud, waar hij nog steeds uitstekend past, maar ook in de verkleinvorm, waar hij geen duidelijke functie dient.

Dit is een kleine minderheid: het volgende is volgens De Belder de complete lijst:

blad  glas’padvat
 demongat proton’  
 elektron%lotschip

Het procentteken voor lot geeft aan dat niet alle sprekers het eens zijn over de verkleinvorm: lotje of lootje.

Bovendien: terwijl het Nederlands bij betrekkelijk nieuwe woorden nog steeds de afwisseling tussen korte en lange klinker te zien geeft (gen – genen), hebben dat soort vormen over het algemeen geen lange klinker in de verkleinvorm: geentje is vreemd. (Ik moet er wel bij zeggen dat ik gennetje, dat De Belder als aanvaardbaar alternatief geeft, ook maar met moeite zou gebruiken.)

Er zijn drie woorden op het enigszins geleerde –on, en een op –p, terwijl de andere allemaal op een t of een d eindigen (die d wordt in de verkleinvorm uitgesproken als een –t: blaatje). Volgens De Belder komt dat doordat de t en de j kunnen samensmelten tot één klank: in blaa-dje, of gaa-tje ontstaat zo (in weerwil van de spelling) alsnog een open lettergreep. Dat biedt geen verklaring voor die geleerde woorden op –on of voor scheepje), maar het is duidelijk dat je sowieso uitzonderingen moet toestaan.

Want dat is De Belders idee: de verdeling van korte en lange klinkers wordt nog steeds bepaald door het verlangen naar een mooie klankstructuur, maar er zijn ook uitzonderingen. Ze wijst er bijvoorbeeld op dat de klinker in dagelijks wel lang is, maar die in goddelijk (vergelijk: goden) niet. Daar valt geen redelijke verklaring voor te bedenken.

De Belder wijst er ook op dat er maar vier patronen te vinden zijn in het Nederlands:

enkelvoud  meervoud’verkleinvorm – evverkleinvorm – mvvoorbeeld
kortkort kortkort  kat -katten
katje-katjes
langlanglanglangmaat – maten
maatje – maatjes
kortlanglanglangblad – bladen
blaadje – blaadjes
kortlangkortkortbad – baden
badje – badjes

Allerlei andere logische mogelijkheden, zoals kort – lang – kort – lang, waarin het enkelvoud altijd een korte klinker zou hebben en het meervoud niet (blad – bladen – bladje – blaadjes) bestaan niet. Dat klinkt misschien vergezocht, maar elders in de Nederlandse woordenschat vinden we precies dat patroon:

  • blad – blader-en – bladje – bladertjes
  • ei – eieren – eitje – eiertjes

De ‘lange’ vormen blader en eier komen alleen in het meervoud voor. Dat heeft natuurlijk een historische oorsprong doordat –er ooit een meervoudsuitgang was, maar dat is er inmiddels wel een die duldt dat er daarna nog een verkleinvorm komt en dan nóg een meervoudsuitgang. Dus er is niet veel reden waarom dat niet ook met blaad zou kunnen zijn gebeurd: er is niets tegen blad – bladen – bladje – blaadje, maar het Nederlands heeft niet voor dat soort structuren gekozen.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

F. Bordewijk • Schijn & Vuurdood

Ik had een vriend met blonden geitebaard,
een bosje stroo, dat neerhing van zijn kin.
Hield ik een lucifer uit speelschen aard
daaronder, – poef! dan vloog de vlam erin.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Vlaggetjes

Hoe vlakker
het bestaan

hoe meer
mountainbikes
er de deur uit gaan

Bron: Levi Weemoedt

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

15 mei 2026: Live opname Historische Klassiekers

15 mei 2026: Live opname Historische Klassiekers

8 april 2026

➔ Lees meer
7 mei 2026: Studieavond ‘Taalonderzoek in de klas’

7 mei 2026: Studieavond ‘Taalonderzoek in de klas’

7 april 2026

➔ Lees meer
18 april 2026: Louis Couperus Genootschapsdag 2026

18 april 2026: Louis Couperus Genootschapsdag 2026

6 april 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1777 Jeronimo de Vries
1884 Cyriel de Baere
1903 Willem Pée
1906 Karel Jonckheere
1921 Ton Leeman
1929 Steven ten Brinke
1940 Jan Kooij
➔ Neerlandicikalender

Media

Lange lijnen 6: met Shantie Singh

Lange lijnen 6: met Shantie Singh

9 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
De butler, de bieb en De Bruin

De butler, de bieb en De Bruin

8 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Hoe snel verandert straattaal?

Hoe snel verandert straattaal?

7 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek 1 Reactie

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d