• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
    • Chris van Geel
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Waarom het (niet) raar is dat het Nederlands (g)een [g] heeft

15 februari 2021 door Redactie Neerlandistiek 1 Reactie

Door Klaas Seinhorst

“[K]leine peuters […] schreeuwen om het hardst kool”, schreef de Groene Amsterdammer in 1903. De kinderen hadden geen behoefte aan een voedzame maaltijd; ze waren aan het voetballen, en riepen het Engelse woord goal. Probleem: dat woord begint met een [g], en die heeft het Nederlands niet. Oplossing: je vervangt die klank door zijn stemloze tegenhanger, de [k].

Eerste doel: leerbaar

Ergens is het raar, dat het Nederlands die [g] niet heeft. Al in 1931 schreef de Nederlandse fonoloog Willem de Groot dat klanksystemen hun kenmerken graag maximaal combineren. Het Nederlands heeft plofklanken (ook wel “plosieven” genoemd, zoals [p] of [d]), velaire klanken (uitgesproken bij het zachte verhemelte: bijvoorbeeld [k] of de zachte g), en stemhebbende klanken (waarbij de stembanden trillen, zoals [m] of [l]), dus is er een grote kans dat de combinatie van die drie kenmerken, namelijk [g], ook voorkomt. Een klanksysteem dat zijn kenmerken maximaal combineert wordt ook wel zuinig genoemd, en volgens De Groot streven talen zulke zuinigheid doorgaans na. Het ontbreken van een mogelijke combinatie, dus een gat in het systeem, druist tegen dat principe in.

Hoe komt het dat talen graag zuinig zijn? Het lijkt erop dat mensen goed zijn in het leren van systemen zonder gaten: eventuele uitzonderingen moeten we immers onthouden. Voor mijn promotieonderzoek heb ik experimenten gedaan waarin mensen fonologische inventarissen moesten leren, met verschillende maten van zuinigheid. Leerders hadden inderdaad meer problemen met systemen met gaten dan met maximaal zuinige systemen, en als er een mogelijke combinatie van kenmerken ontbrak, vulden ze die – zonder het zelf door te hebben! – graag in. Die observaties bevestigen het idee dat leerders graag regelmaat in hun input hebben, en desnoods zelf regelmaat toevoegen: dat proces wordt regularisatie genoemd. We zien hetzelfde ook elders in de taal, zoals in het mettertijd zwak worden van sterke werkwoorden: de verleden tijd van durven, bijvoorbeeld, is van het onvoorspelbare dorst langzaam veranderd in het regelmatige durfde. Een andere motivatie van kenmerkzuinigheid, specifiek van toepassing op klanksystemen, is dat we graag maximaal gebruik willen maken van de articulatorische bewegingen die we hebben geleerd: sprekers proberen immers zo lui mogelijk te zijn. Je kan een heel duidelijke [a] maken door je mond zo ver mogelijk open te doen, maar die moeite is helemaal niet nodig om toch goed begrepen te worden, dus doe je het normaal gesproken niet.

Tweede doel: duidelijk (genoeg)

Ergens is het ook niet zo raar, dat het Nederlands die [g] niet heeft. Voor de luisteraar is het contrast tussen de (stemhebbende) [g] en de (stemloze) [k] vrij klein, vergeleken met het verschil tussen bijvoorbeeld de (eveneens stemhebbende) [d] en de (ook stemloze) [t]; en voor de spreker is het contrast tussen de [g] en de [k] vrij moeilijk te maken, moeilijker dan dat tussen de [d] en de [t]. Het is dus noch voor de spreker, noch voor de luisteraar een erg wenselijk contrast. En aangezien de [k] makkelijker uit te spreken is dan de [g], lossen sommige talen het probleem op door die [g] te vervangen door iets beters. In het Nederlands en in sommige Slavische talen is het een wrijfklank geworden (ook wel “fricatief” genoemd); in het Japans zoals dat vroeger in Tokio werd gesproken werd het een neusklank (of “nasaal”).

Uit mijn experimenten weten we dat mensen zuinige inventarissen goed kunnen leren, en dat ze onzuinige systemen regulariseren, maar wat gebeurt er in echte talen? Om die vraag te beantwoorden heb ik, samen met mijn student-assistente Floor van de Leur, gekeken naar een database met de klanksystemen van 317 gesproken talen, en dan specifiek naar hun plofklanken (die hebben ze namelijk allemaal). We hebben onderzocht hoe zuinig die plofklankinventarissen zijn, en vonden dat een krappe meerderheid alle kenmerken combineert, zoals De Groot verwachtte. In de rest van de inventarissen, dus een krappe minderheid, zit een of meer gaten: niet zelden ontbreekt de [g], net als in het Nederlands. Klanksystemen moeten immers niet alleen leerbaar zijn, maar contrasten tussen fonemen moeten ook duidelijk hoorbaar zijn, en niet al te moeilijk uit te spreken. Die motivaties kunnen strijdig zijn, en talen wegen ze niet allemaal op dezelfde wijze.

Beide doelen tegelijk

Om de situatie nog ingewikkelder te maken: ergens is het ook niet waar, dat het Nederlands die [g] niet heeft. Hij kan namelijk verschijnen als gevolg van assimilatie, bijvoorbeeld in het woord zakdoek. Dat woord is een samenstelling van de morfemen ‘zak’ en ‘doek’, maar doordat de [k] van zak voor een stemhebbende [d] staat past hij zich daaraan aan, en wordt een stemhebbende [g]. Ook in goal komt die [g] tegenwoordig vaak voor, misschien doordat meer mensen ervaring hebben met het Engels. Veel sprekers maken daarmee een verschil tussen goal en kool: voor hen is de /g/ dus betekenisonderscheidend geworden, een foneem van het Nederlands. (Sommige woorden hebben daarnaast nog een variant met een fricatief, bijvoorbeeld mango en spaghetti). De plofklankinventaris van die sprekers sluit eigenlijk een soort compromis, en voldoet daarmee aan beide eerder genoemde beperkingen: hij is maximaal zuinig, want het contrast tussen /k/ en /g/ komt wel voor, maar de problematische /g/ blijft beperkt tot een klein aantal leenwoorden. Die doet dus eigenlijk alleen voor spek en bonen mee (over een voedzame maaltijd gesproken!).

Ik verdedig mijn proefschrift “The complexity and learnability of phonological patterns: simulations, experiments, typology” op 19 februari aanstaande. Een samenvatting in het Nederlands staat hier; het hele boek vindt u hier.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: fonologie

Lees Interacties

Reacties

  1. gevangasteren zegt

    16 februari 2021 om 20:41

    U schrijft “voor de spreker is het contrast tussen de [g] en de [k] vrij moeilijk te maken”.

    Dat lijkt mij – op het eerste gezicht – de belangrijkste reden, waarom het Nederlands de [g] van nature niet kent.
    Daarbij denk ik aan het Duits en het Engels, waar de [k] geaspireerd is en daardoor duidelijk anders klinkt dan hun [g].
    Anderzijds schijnt het geen probleem te zijn om zowel [g] als [k] te hebben in het Frans, Spaans, Italiaans.
    Kortom, daar zou ik graag meer over weten …

    Beantwoorden

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Alfred Kossmann • Feestdag

De kinderen bliezen kartonnen trompetten
(Wie een toeter heeft op een feestdag moet
Aan één stuk toeteren – geen mens kan ’t beletten –
Tot hij gaar in het hoofd wordt en raar ter been)

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Vlaggetjes

Met een snotneus
kun je geen bier halen

Bron: Joost Broere

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

Etymologica: De doudenduld van het dagenlengen

Etymologica: De doudenduld van het dagenlengen

27 april 2026

➔ Lees meer
8 mei 2026: Symposium Onsterfelijke dood

8 mei 2026: Symposium Onsterfelijke dood

26 april 2026

➔ Lees meer
30 april 2026: Kampliteratuur van Charlotte Delbo

30 april 2026: Kampliteratuur van Charlotte Delbo

25 april 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1854 Johannes Franck
1946 Ton Vallen
1947 Astrid Roemer
sterfdag
1936 Frederik Stoett
➔ Neerlandicikalender

Media

Sanneke van Hassel en Bert Paasman over Elisabeth Maria Post

Sanneke van Hassel en Bert Paasman over Elisabeth Maria Post

26 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met literaire duizendpoot Jonathan Van Der Horst

In gesprek met literaire duizendpoot Jonathan Van Der Horst

22 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
The perks of literature – with Jeroen Dera

The perks of literature – with Jeroen Dera

22 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d