• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
    • Chris van Geel
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Etymologica: De doudenduld van het dagenlengen

27 april 2026 door Olivier van Renswoude Reageer

Lente in Dwingeloo (bewerkt) door Erik Bethlehem.

De grote uitbundigheid van blad en bloem in lente is niets minder dan het toonbeeld van hoogtijd. Laat ons dan eens kijken naar de opmerkelijke gelijkenis tussen twee oude, Germaanse woorden: *dulþô ‘bloemscherm, boomkroon’ en *dulþiz ‘hoogtijd, viering’.

Gedaanten

Het ene woord is alleen in de taal van onze oosterburen overgeleverd, eerst in de middeleeuwen als Oudhoogduits toldo ter vertaling van Latijn coma holeris ‘blad en bloem van groente’, al werd het ongetwijfeld in bredere zin gebruikt, zoals getoond door Middelhoogduits tolde, dolde ‘bloemscherm, boomkroon’. Heden leeft het in diezelfde betekenis voort als Duits Dolde, gewestelijke Tolde.

Het andere woord duikt al in de vierde eeuw op als Gotisch (Oostgermaans) dulþs ter vertaling van Grieks heortḗ ‘(godsdienstige) viering’. Enkele eeuwen later verschijnt het op schrift als Oudhoogduits tuld ter vertaling van onder meer Latijn fēstus ‘hoogtijd, viering’, fēstīvitās ‘hoogtijdvreugde’ en sollemnitās ‘plechtigheid’ en wordt het daar ook gebruikt in samenstellingen als ôstartuld ‘paasfeest’ en rêotuld ‘uitvaart’, met rêo ‘lijk’. Het is vermoed dat het woord van het Gotisch naar het Hoogduits verspreid is en wel door de zendelingen van het arianisme, een stroming in het christendom die voor de middeleeuwen in trek was onder Germanen, maar een dwingende reden hiervoor ontbreekt.

Hoe dan ook werd het woord vervolgens als Middelhoogduits tult en dult gebruikt voor kerkelijke vieringen, met name van heiligen, en de daarmee verbonden jaarmarkten. Heden bestaat het als gewestelijk Duits Tult en Dult vooral als benaming van jaarmarkten in verschillende steden in Beieren. De bekendste van deze is de Auer Dult in het stadsdeel Au van München.

Oorsprong

Het ligt voor de hand dat *dulþô ‘bloemscherm, boomkroon’ in het Germaans verwant is aan Middelhoogduits tole ‘(vruchten)tros’ en Nederlands dille, een kruid met geel bloemscherm, en mogelijk ook Oudengels deall ‘trots, welig, uitbundig’, bijvoorbeeld gezegd van vogels met hun veren en krijgers met hun speren. Ten grondslag ligt de Indo-Europese wortel *dhelh1– (zie noot), elders bekend van onder meer Middelwels deillyau ‘ontstaan’ en deil ‘lover’, Latijn folium ‘blad’, Albanees dal ‘uitgaan, uitkomen, verschijnen’, Oudarmeens deł ‘kruid, geneesmiddel’ en dalar ‘groen, vers’ alsook Grieks thállō ‘spruiten, bloeien, gedijen’, thalerós ‘kloek, jong’ en Thallṓ en Tháleia, zoals de godin der lente en de godin van de klucht en de landelijke dichtkunst heetten.

Ondertussen is *dulþiz reeds in 1848 door Jacob Grimm buiten het Germaans verbonden met Grieks thalía, dat door hem in de zin van ‘feestmaal, gastmaal’ gegeven werd maar doorgaans te boek staat als ‘overvloed’ en in meervoudig gebruik ‘feestelijkheden’. Een kleine eeuw later wees zijn vakgenoot Sigmund Feist dat verband af, daar hij thalía verwant achtte aan thállō ‘spruiten, bloeien, gedijen’ en de rest van de reeds hierboven genoemde woorden. Waarom het een het ander zou uitsluiten is onduidelijk. Het Grieks toont zo, overigens ook met het woord thallós ‘groene twijg; hoogtijdgeschenk’, dat deze wortel tevens tot hoogtijd betrokken kon raken. Dat kon evengoed in het Germaans gebeurd zijn.

Nochtans mogen we overwegen wat Theodor von Grienberger in 1900 stelde, dat *dulþiz ‘viering, hoogtijd’ afkomstig is van de wortel van *dwelaną, vanwaar Oudhoogduits twelan ‘dralen, inslapen’ en Oudsaksisch fardwelan ‘verzuimen (van werk)’, verwant aan Nederlands dwalen en dolen. Volgens hem moest het woord aanvankelijk op een toestand van rust geslagen hebben. Ook denkbaar echter is dat er eerst een door elkaar dolen van een menigte mee bedoeld werd, zoals Gelders-Overijssels, Drents en Westfaals bisse, bissinge ‘jaarmarkt’ wel een afleiding is van Middelnederduits bissen ‘onrustig rondlopen, dolen’.

Gezien het oorspronkelijke verschil in beginklank heeft *dulþiz in elk geval niets te maken met *(ga)þuldiz, de voorloper van Nederlands geduld, Duits Geduld, Oudengels ġeþyld en verouderd Fries tsjild. Dat woord gaat terug op een oude wortel met de betekenis ‘(ver)dragen, (ver)heffen’.

Besluit

De verwantschap tussen *dulþô ‘bloemscherm, boomkroon’ en *dulþiz ‘viering, hoogtijd’ is niet wis maar wel een aantrekkelijke mogelijkheid. Op zijn minst zullen sprekers destijds een verband tussen de twee gevoeld hebben, al is het maar omdat men tijdens vieringen ook met bloemen tooide en smukte. En wie eenmaal de grote ontluiking in het voorjaar als een hoogtijd beziet—als een feest of festival—zal die gedachte niet gauw weer vergeten. Zoals deze woorden in onze taal nu doude en duld zouden luiden mogen we deze bijzondere tijd de doudenduld noemen.

Noot

Beekes (2010) gaat voor Grieks thállō ‘spruiten, bloeien, gedijen’ en aanverwanten uit van een wortel *dheh2l-, verbiedt aldus een verband met de hier besproken Germaanse woorden, doch ook met o.a. Oudarmeens deł ‘kruid, geneesmiddel’. We kunnen Grieks thállō veel beter duiden als de nasaalpresens van *dhelh1–, evenredig aan Grieks bállō ‘werpen’ van *gu̯elh1–. De lange klinker van het perfectum téthēla (Eolisch en Dorisch téthāla) is dan ontstaan naar voorbeeld van de vervoeging van andere werkwoorden. Zo ook Kümmel (2011–25).

Verwijzingen

Beekes, R., Etymological Dictionary of Greek (Leiden, 2010)

Feist, S., Vergleichendes Wörterbuch der gotischen Sprache, 3. neubearbeitete und vermehrte Auflage (Leiden, 1939)

Graff, E.G., Althochdeutscher Sprachschatz oder Wörterbuch der althochdeutschen Sprache, 5. Theil. Die mit den Dentalen D (TH), T und Z anlautenden Wörter (Berlijn, 1840)

Grienberger, Th. von, Untersuchungen zur gotischen Wortkunde (Wenen, 1900)

Grimm, J., Geschichte der deutschen Sprache, 2. Band (Leipzig, 1848)

INL, Woordenboek der Nederlandsche Taal (webuitgave)

Kluge, F. & E. Seebold, Etymologisches Wörterbuch der deutschen Sprache, 24., durchgesehene und erweiterte Auflage (2002)

Kümmel, M. e.a., Addenda und Corrigenda zum Lexikon der indogermanische Verben (2011–25)

Lehmann, W.P., A Gothic Etymological Dictionary (Leiden, 1986)

Lexer, M., Mittelhochdeutsches Handwörterbuch, 3 Bde. (Hirzel, 1872–8)

Niebaum, H. e.a., Westfälisches Wörterbuch, 5 Bde. (Neumünster, 1969–2021)

Pokorny, J., Indogermanisches etymologisches Wörterbuch (Bern, 1959)

Rix, H. e.a., Lexikon der indogermanischen Verben, 2. Auflage (Wiesbaden, 2001)

Vaan, M. de, Etymological Dictionary of Latin and the other Italic Languages (Leiden, 2008)

Dit stuk verscheen eerder op Taaldacht

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: Etymologica, etymologie, taalkunde

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Alfred Kossmann • Feestdag

De kinderen bliezen kartonnen trompetten
(Wie een toeter heeft op een feestdag moet
Aan één stuk toeteren – geen mens kan ’t beletten –
Tot hij gaar in het hoofd wordt en raar ter been)

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Vlaggetjes

Met een snotneus
kun je geen bier halen

Bron: Joost Broere

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

8 mei 2026: Symposium Onsterfelijke dood

8 mei 2026: Symposium Onsterfelijke dood

26 april 2026

➔ Lees meer
30 april 2026: Kampliteratuur van Charlotte Delbo

30 april 2026: Kampliteratuur van Charlotte Delbo

25 april 2026

➔ Lees meer
16 mei 2026: Hommage In de Knipscheer

16 mei 2026: Hommage In de Knipscheer

22 april 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1854 Johannes Franck
1946 Ton Vallen
1947 Astrid Roemer
sterfdag
1936 Frederik Stoett
➔ Neerlandicikalender

Media

Sanneke van Hassel en Bert Paasman over Elisabeth Maria Post

Sanneke van Hassel en Bert Paasman over Elisabeth Maria Post

26 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met literaire duizendpoot Jonathan Van Der Horst

In gesprek met literaire duizendpoot Jonathan Van Der Horst

22 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
The perks of literature – with Jeroen Dera

The perks of literature – with Jeroen Dera

22 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d