• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
    • Chris van Geel
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Is hy aerm, hy en sal niet rijcken,

8 juli 2022 door Marc van Oostendorp 1 Reactie

Geschiedenis van het Nederlands in 100 literaire werken (21) – Die gheen pluymen en can strijcken

Anthonis de Roovere (1430-1482) laat zich in zijn werk van allerlei zijden zien: als religieus man én als cynicus, als lyricus én als denker. Dat alles heel vaardig en ambachtelijk gegoten in de dichtvormen die in het Frans waren en ontstaan en die de rederijkers in de Nederlandse literatuur introduceerden. Het rondeel (preciezer gezegd: het triolet) was zo’n vorm: acht regels, waarvan de eerste, de vierde en de zevende hetzelfde waren, net als de tweede en de achtste. Vormen zoals deze werden in alle (West-)Europese talen populair en bleven dat vaak nog eeuwen.

In het Nederlands worden ze nog steeds af en toe gebruikt, zij het vooral voor zogeheten light verse. De Roovere liet zien dat je juist in die herhaling ook bitterheid kon laten klinken, al was hij ook een man vol humor: een satiricus die beide toonsoorten wist te verbinden.

Tekst

Die gheen pluymen en can strijcken,
Die en dooch ter wereldt niet.
Is hy aerm, hy en sal niet rijcken,
Die gheen pluymen weet te strijcken.
Alomme soe heeft hy t’achterkycken.
Hy wordt verschoven, waer men hem siet:
Die gheen pluymen en can strijcken,
Die en dooch ter wereldt niet.

Hertaling

Wie niet kan pluimstrijken
Deugt niet voor de wereld
Als hij arm is, wordt hij niet rijk.
Wie niet kan pluimstrijken
Heeft overal het nakijken
Hij wordt opzij geschoven waar je hem ziet:
Wie niet kan pluimstrijken
Deugt niet voor de wereld.

Over de taal

Rederijkers zoals De Roovere worden meestal tot de middelnederlandse letterkunde gerekend, maar ze stonden wat vorm en taal betreft op de drempel van de moderne tijd. Trioletten werden in het Frans weliswaar al enkele eeuwen eerder geschreven, en waren zelfs in het Nederlands al zijn aangetroffen – maar ze moeten nieuw aangevoeld hebben. Wat de taal betreft zie je nog de ‘middeleeuwse’ dubbele ontkenning (‘wie geen pluimen en kan strijken’), maar naast regels waarin alleen nog maar één ontkenning staat (‘wie geen pluimen weet te strijken’ in plaats van ‘wie geen pluimen en weet te strijken’).

Nog zo’n voorbeeld: de verschuiving van d- naar w-woorden. Mensen ergeren zich nu over taalgebruikers die ‘het boek wat’ zeggen in plaats van ‘het boek dat’, maar dat is slechts de zoveelste stap in een lange, lange ontwikkeling. De Roovere schreef nog ‘die geen pluimen kan strijken’ terwijl in het moderne Nederlands daar alleen wie correct zou zijn. Maar hij schreef in een vergelijkbare constructie al wel ‘Hy wordt verschoven waer men hem siet’.

Interessant is dat de uitdrukking die inmiddels één woord is – pluimstrijken – voor de Roovere nog uit twee woorden bestond. De spelling is daarvoor geen betrouwbare aanwijzing – spaties stonden ook op plaatsen die we nu als binnen in een woord zouden beschouwen, maar wel uit het feit dat er tussen pluimen en strijken andere woorden konden staan, maar vooral: dat de ontkenning gebeurde met geen. Dat woord ontkent een zelfstandig naamwoord (pluimen). In het moderne Nederlands ontken je het werkwoord pluimstrijken, en dat doe je met niet.

De uitdrukking is nu natuurlijk nog steeds te begrijpen, want de figuurlijke betekenis (vleien) maar wie weet klonk in De Rooveres tijd de oorspronkelijke betekenis nog mee: je streek pluimen bij iemand als je pluisjes van diens kleding wegstreek en die persoon dus eventueel zelfs ongevraagd kleine diensten bewees. (Ik kan me trouwens lastig voorstellen dat iemand nu nog bij een baas op die manier in het gevlei zou kunnen komen.)

Heel jammer is dan weer dat rijken in de betekenis ‘rijk worden’ verdwenen is – onbegrijpelijk, gegeven het feit dat zo’n woord nog altijd nodig is. Misschien drukte de gelijkluidendheid met reiken het weg – Homonymenflucht heet dat in de taalkunde, de angst voor gelijkluidende woorden, homonymen. Maar dat verklaart dan weer niet waarom reik en rijk allebei wel zijn blijven bestaan (en de laatste dan nog met uiteenlopende betekenissen als ‘in het bezit van veel geld’ en ‘bestuursgebied’).

Met dank aan Frank Willaert

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: 15e eeuw, Anthonis de Roovere, Geschiedenis van het Nederlands in 100 literaire werken

Lees Interacties

Reacties

  1. Ad Foolen zegt

    9 juli 2022 om 11:33

    Homonymenflucht: Ok, maar we hebben ook een goed Nederlands begrip: Homonymievrees, zie bv. de definitie in https://www.dialectloket.be/tekst/begrippenlijst/

    Beantwoorden

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Robert Hass • Roken in de hemel

Ik heb een vriend, nu dood,
Een katholiek die het vooruitzicht van het paradijs onberoerd liet
Tot hij een groep middeleeuwse theologen ontdekte
Die hadden voorgesteld dat er een speciaal soort tijd
In de eeuwigheid gold.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Vlaggetjes

De reiziger reist heen en weer
van Amsterdam naar Wormerveer
en ook wel eens naar Krommenie
naar Beetsterzwaag en Middellie.

Bron: Jopie Breemer

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

16 mei 2026: Hommage In de Knipscheer

16 mei 2026: Hommage In de Knipscheer

22 april 2026

➔ Lees meer
15-16 October 2026: LiME Conference on Language Variation (LiCLA 2)

15-16 October 2026: LiME Conference on Language Variation (LiCLA 2)

21 april 2026

➔ Lees meer
13 mei 2026: 50 jaar Het mes in het beeld

13 mei 2026: 50 jaar Het mes in het beeld

21 april 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1953 Dick Welsink
sterfdag
1868 Lamert te Winkel
➔ Neerlandicikalender

Media

In gesprek met literaire duizendpoot Jonathan Van Der Horst

In gesprek met literaire duizendpoot Jonathan Van Der Horst

22 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
The perks of literature – with Jeroen Dera

The perks of literature – with Jeroen Dera

22 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met auteur Joke van Vliet

In gesprek met auteur Joke van Vliet

20 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d