• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Een mand vol bloemen

9 januari 2025 door Marc van Oostendorp 6 Reacties

Taalkunde van 100 jaar geleden

Schotel van blauwe majolica ca. 1640-1670. Collectie Rijksmuseum

De taalkunde is inmiddels oud genoeg om af en toe wat observaties op te kunnen vissen die voorgangers in, bijvoorbeeld, 1925 deden. In dat jaar schreef bijvoorbeeld de – sowieso heel interessante – taalkundige Wobbe de Vries een artikel in het tijdschrift De nieuwe taalgids over vol, of in het bijzonder over constructies zoals ‘vol bloemen’.

In een paar regels tekst doet De Vries een heleboel observaties. Hij gaat ervanuit dat vol hier een bijvoeglijk naamwoord is en dat bloemen daar een soort lijdend voorwerp van is; zijn artikel heet ‘Vol met accusatief’ en accusatief is de naamval die je toekent aan het lijdend voorwerp. Het eigenaardige is dan dat vol het enige bijvoeglijk naamwoord is dat dit kan. Je kunt bijvoorbeeld niet zeggen ‘een mand leeg bloemen’.

Er zijn wel een paar andere bijvoeglijk naamwoorden die een soort lijdend voorwerp lijken te hebben, maar dat komt daar dan altijd voor: (ik ben) dat gedoe beu, het spoor bijster, enzovoort. Bovendien kunnen die niet na een zelfstandig naamwoord komen: “de man het gedoe beu” is geen goed Nederlands, net zo min als “het meisje het spoor bijster”. Wat al deze woorden wél gemeen hebben is dat ze niet verbogen kunnen worden: je kunt wel zeggen ‘een volle mand’, maar niet ‘een volle bloemen mand’ of ‘een mand volle bloemen’.

Dit alles zou je er misschien toe kunnen leiden om te denken dat vol in deze constructie een voorzetsel is, zoiets als met of zonder. Je kunt ook zeggen ‘één mand vol bloemen en één mand zonder bloemen’. Maar vol is hier toch wel weer anders dan een echt voorzetsel. In de eerste plaats kun je wel zeggen ‘één mand met en één mand zonder bloemen’, maar die truc kun je minder gemakkelijk uithalen met vol: ‘een mand vol en een mand zonder bloemen’, klinkt gewrongen.

Er is bovendien nog iets aan de hand met die constructie, want je kunt na vol geen woordgroep hebben met een bepaald lidwoord: ‘een mand vol rode bloemen’ kan wel, maar ‘een mand vol de rode bloemen’ absoluut, terwijl ‘een mand zonder de rode bloemen’ natuurlijk helemaal goed is.

Vol is dus anders dan andere bijvoeglijk naamwoorden én ook geen echt voorzetsel – een categorie op zichzelf. De Vries was volgens mij de eerste die het opmerkte. Latere grammatica’s zoals die van Paardekooper of het Taalportaal besteden er ook aandacht aan, en merken ook allemaal op wat een vreemde constructie die vol-constructie is.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: syntaxis, taalkunde

Lees Interacties

Reacties

  1. Robbert-Jan Henkes zegt

    9 januari 2025 om 06:43

    Lekenobservatie 100 jaar na dato. Je zegt wel “een mand vol met bloemen”, of “een mand vol van bloemen”. Is het niet mogelijk dat “vol” oorspronkelijk bij “met” hoorde en dat het beschouwd werd op een gegeven moment als dubbelop en dat toen (onderzoek, meneer Henkes, waar is uw onderzoek?) niet “vol” wegviel maar “met” wegviel of kon wegvallen, en dat “vol” dus een overgebleven geamputeerde bepaling is bij het (vaak) verdwenen “met”? Ik neem aan dat deze observatie al veel eerder en vaker gedaan is, en tevens naar het rijk der volksetymologieën en andere fabeltjes is verwezen.

    Beantwoorden
    • Marc van Oostendorp zegt

      9 januari 2025 om 07:24

      Als het ontstaan is uit ‘vol met’ blijft op zijn minst het raadsel waarom je naast ‘een mand vol met die prachtige rode bloemen’ niet kunt zeggen ‘een mand vol die prachtige rode bloemen’. Met andere woorden: waarom is ‘vol’ geen echt voorzetsel geworden? (En waarom kan het niet met andere constructies: ‘een mand gevuld bloemen’?)

      Beantwoorden
  2. Taaldokter zegt

    9 januari 2025 om 11:02

    Interessant! De link naar De Vries doet ’t echter niet. Verder twee observaties:
    1 grappig dat je het ook kunt ‘intensiveren’: ‘boordevol bloemen’;
    2 het Duitse ‘voller’ lijkt een vergelijkbaar geval te zijn.

    Beantwoorden
    • Marc van Oostendorp zegt

      9 januari 2025 om 11:08

      Dank! Ja, maar dat intensiveren kan dan weer niet op de gebruikelijke manier met een bijwoord: ‘een mand heel vol bloemen’ of ‘een mand erg vol bloemen’ zijn beide gek.

      De link naar Wobbe de Vries is hersteld!

      Beantwoorden
  3. Weia Reinboud zegt

    10 januari 2025 om 01:12

    En dan heb je ook nog ‘handvol’, ‘mondvol’ en dergelijke en niet ‘handleeg’, ‘mondleeg’, ‘handzonder’ en weet ik het.

    Beantwoorden
  4. Frans zegt

    10 januari 2025 om 21:16

    Wat te denken van volslank

    Beantwoorden

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Hendrik de Vries • Scheerlingbloemen

Zeker: onze inzichten wanken.
Zeker: ons oog speelt ons parten.
Vaak zijn de zwarten de blanken,
vaak zijn de blanken de zwarten.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

VER-LEVEN

Soms ontdek je in een foto
van een boom, een straat, gezichten –
zie die bleven bij je.

Bron: Het Zinrijk, 1971

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

16 januari 2026: Documentaire Astrid Roemer

16 januari 2026: Documentaire Astrid Roemer

15 januari 2026

➔ Lees meer
11 februari 2026: Het vergeten taalwonder Giacomo Prampolini

11 februari 2026: Het vergeten taalwonder Giacomo Prampolini

14 januari 2026

➔ Lees meer
23 en 24 april 2026: Neerlandistiekdagen

23 en 24 april 2026: Neerlandistiekdagen

14 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

Geen neerlandici geboren of gestorven

➔ Neerlandicikalender

Media

Verkort citeren in het examen Nederlands

Verkort citeren in het examen Nederlands

16 januari 2026 Door Arnoud Kuijpers Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met dichter Vince Noens

In gesprek met dichter Vince Noens

16 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Vertel het iemand van Rachida Lamrabet

Vertel het iemand van Rachida Lamrabet

13 januari 2026 Door Vlogboek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d