
Dat Donald Trump ongelijk heeft, blijkt uit een nieuw artikel van mijn Nijmeegse collega’s Lynn de Rijk, Mieke Breukelman, Evi Dalmaijer en Wyke Stommel.
In dat onderzoek analyseerden de collega’s nauwkeurig de gesprekken tussen een zorgverlener en een patiënt in de aanwezig van een robot. Die robot zou de patiënt later interviewen en in de gesprekjes legde de zorgverlener uit hoe dat in zijn werk zou gaan. Ondertussen stond dat ding maar te zoomen.
Ondertussen bleek in de gesprekken vaak een lastig obstakel genomen te moeten worden: wat was precies het gender van het ding? Deze specifieke robots zijn expres zo gemaakt dat ze wel lijken op mensen, maar dat er geen duidelijke tekens van gender te zien zijn.
Dit nu maakte de gesprekspartners ongemakkelijk. Je moest toch naar de robot verwijzen? En welk woord moest je daar dan voor gebruiken? Het is kennelijk uitgesloten bij iets dat toch lijkt op een mens. Bovendien bleek dat vaak niet zomaar een willekeurige keus, maar het onderwerp van een soort onderhandeling. Het leek voor de gesprekspartners belangrijk om overeenstemming te bereiken: dat de een hij zegt, en de ander zij, dat is kennelijk sociaal ongemakkelijk.
Tong
Volgens de Amerikaanse president zijn er “alleen mannen en vrouwen”. De suggestie daarbij is dat het verschil tussen die twee biologisch zou zijn bepaald – op zich al een volkomen onwetenschappelijke gedachte, gegeven de variabiliteit die er in de biologie bestaat op zo’n beetje ieder gebied. Of je sekse nu laat bepalen door chromosomen, door hormonen of door uiterlijke geslachtskenmerken, er zijn altijd tussen categorieën.
Maar een robot heeft helemaal geen sekse. Het is een plastic ding met ogen. Toch willen mensen kennelijk met alle geweld hij of zij kunnen zeggen, en dat niet alleen de keuze tussen die twee mag niet willekeurig zijn, maar moet sociaal bepaald zijn, vastgesteld in onderlinge overeenstemming.
Nu kun je zeggen: ja,maar deze mensen kozen, net als Trump, wel altijd voor óf een man óf een vrouw. Maar dat lijkt me minder relevant. Het betrof hier over het algemeen wat oudere mensen, bij wie de nonbinaire voornaamwoorden misschien niet zo voor op de tong lagen. Nog vijftig jaar, dan is Donald Trump er niet meer, en dan zeggen we allemaal die tegen onze robot.
Ogen¿ Twee lenzen misschien.
De alledaagse regel is toch dat naar apparaten en voorwerpen met “hij” verwezen wordt? Mijn computer is kapot: “hij” doet het niet meer. Waar heb je die fiets gekocht? Ik heb “hem” in Belgie gekocht. Etcetera.
Als je “hij” voor een apparaat gebruikt is dat een soort onzijdigheid, denk ik.
Met “het” naar een apparaat verwijzen is heel ongebruikelijk.
“Met “het” naar een apparaat verwijzen is heel ongebruikelijk.” Dan bedoel je ongetwijfeld als het om een de-woord gaat. Want wat zeggen we: “het teken was mij onbekend, ik heb het/hem daardoor niet begrepen”? Als het om iets onbepaalds gaat lijkt mij ‘hem’ zelfs uitgesloten: “Het was een vreemd geval, ik heb het de naam ‘pieperdepiep’ gegeven”. ‘Geval’ bedoeld in de zin van ‘voorwerp’, je kunt ‘geval’ in de zin ook door ‘voorwerp’ vervangen. Als het om wezens gaat, dieren bijvoorbeeld, is ‘hem’ wel veel vaker in gebruik dan ‘het’. “Het egeltje scharrelde onder de heg, waar ik hem/het al eerder had gezien.”
Ik begrijp niet zo goed waarom de keuze voor een van beide gender-voornaamwoorden nu zou bewíjzen dat Trump ongelijk heeft. Stel dat je een onderscheid maakt tussen ‘mensen’ en ‘dieren’. Dan kun je twijfelen of je Homo erectus ‘mens’ of ‘dier’ noemt. Die Homo erectus is een soort bewijs dat het onderscheid misschien niet heel helder is. Maar of je een robot ‘mens’, ‘dier’ of ‘ding’ noemt, bewijst verder toch niks? Die robot zou ik een irrelevant bewijsstuk vinden, i.t.t. die Homo erectus. Trump zelf blinkt niet zo erg uit in nuance of wetenschappelijk inzicht, maar onder heel wat artsen en biologen (niet allemaal, maar heel wat) is er toch het idee dat mensen op een heel beperkte fractie na, in twee geslachten onder te brengen zijn. Dat er iets is als ‘schemerduister’ bewijst ook niet dat het onderscheid tussen ‘dag’ en ‘nacht’ niet reëel is. Dat je ijswater hebt van smeltende ijsblokjes, bewijst niet dat water niet vast wordt onder het vriespunt. Wat op de korrel genomen wordt door mensen die nog hechten aan het onderscheid tussen man en vrouw is de radicaal sociaal-constructivitische idee dat het allemaal volkomen inwisselbaar is, en dat er geen onderscheid is tussen mannen en vrouwen. Zowel in fysieke bouw als in gedrag zijn er statistisch robuuste verschillen. Geen glashard onderscheid, maar wel grote verschillen. Een van de meest overtuigende inzichten, ondertussen gepubliceerd in vooraanstaande tijdschriften (door Stoet & Geary en door Falk & Hermle), is dat genderverschillen in gedrag groter worden in maatschappijen waarin mensen vrijer zijn te kiezen, ongeacht hun gender. Als gender een sociaal construct was, zou je dat niet verwachten.