
Familieuitje. Een taalverandering aan den lijve ondervonden. Mijn vader zei bij het afscheid iets tegen mij, sprak me aan bij mijn naam, en mijn dochter proestte het uit. De hele middag heeft ze het herhaald, mijn naam, zoals uitgesproken door mijn vader: Marək, met de ə-klank van modə. En met een tongpunt-r.
Ik ben oud genoeg om zelf een belangrijk deel van mijn leven Marək te hebben gezegd, zoals bijna iedereen van mijn leeftijd of ouder. Ik ben jong genoeg om in de loop van mijn leven de manier van praten te hebben geïntegreerd: een ‘gooise r‘ en niet dat klinkertje ertussen (want die gooise r staat nooit voor een klinker): Maʁk. Ik doe het nu allebei, en als mijn vader me zo aanspreekt, hoor ik niets vreemds. Maar als je mij in de afgelopen 50 jaar voortdurend met een bloknoot was gevolgd om de twee manieren van mijn naam te zeggen op te schrijven, had je een grafiek kunnen trekken waarbij Marək door een gestage lijn omlaag zou zijn weergegeven en Maʁk juist door een lijn omhoog.
Maar Nene kent Marək helemaal niet meer. Ze heeft haar grootvader kennelijk nodig om het te horen, wat betekent dat ze hem verder niet vaak hoort. Nu spreek ik mijn eigen naam niet zo vaak uit, maar die van haar wel, en dat doe ik soms ook met de achternaam, bijvoorbeeld om haar te plagen. En onze achternaam is dus kennelijk ook niet langer Van Oostendorəp maar Van Oostendoʁp.
Ik weet ook wel dat dit niet voor iedereen geldt. Mijn dochter groeit op in de provincie Utrecht. Haar vriendjes en vriendinnen horen daarbij gemiddeld genomen niet tot de meest geprivilegieerden, maar in andere delen van het land zal de gooise r niet zo zijn doorgedrongen. Maar nu ik er een paar dagen op gelet heb, denk ik wel: de ə hoor je in dit soort woorden of namen inderdaad nauwelijks nog.
Mooi stuk, Marc.
“… Marək te hebben gezegd, zoals bijna iedereen van mijn leeftijd of ouder.”
Nou iedereen? In Limburg is de tongpunt-r nooit geweest, hoe is dat in andere regio’s?
Het lijkt mij persoonlijk onwaarschijnlijk dat de tongpunt-r er in Limburg *nooit* is geweest, want voor zover ik weet hebben alle Europese tijden oorspronkelijk waarschijnlijk een tongpunt-r gehad. Wel is denkbaar dat hij in Limburg eerder verdwenen is dan in sommige andere Nederlandse regio’s.
Stuitertong, is een Spaanse manier om de r -ere- uit te spreken. Met een trillende zooltong spreken, achter je boventanden. Rollende r. Maar er zijn mensen die met hun puntje van hun tong een r uitspreken. Vaak is dit een afwijking.
Onze kleindchter (12 jaar) gniffelt, als haar opa het heeft over arəbeien!