• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Van Nederlands tot Proto-Nostratisch

29 maart 2025 door Aron Groot Reageer

Hoe ver kunnen we terug in de tijd?

Taalkundige reconstructie begint bij de simpele observatie dat sommige talen verdacht veel op elkaar lijken.

Neem bijvoorbeeld het Nederlandse vader, het Duitse Vater, en het Engelse father – dat is wat je noemt verdacht veel gelijkenis.

Dat zou in theorie het gevolg van ontlening kunnen zijn. Ontlening is immers ook de oorzaak van de gelijkenis tussen het Nederlandse computer, het Duitse Computer, en het Engelse computer.

Maar een woord als ‘vader’ behoort – anders dan ‘computer’ – tot de meest fundamentele laag van een taal. En fundamentwoorden ontleen je niet zo snel. Aannemelijker is dat het Nederlands, Duits en Engels een gemeenschappelijke voorouder hebben, van wie ze dit woord alle drie geërfd hebben.

Die gemeenschappelijke voorouder noemen we het Proto-Germaans. Dat ‘Proto-’ wil zeggen dat deze taal nooit op schrift is gesteld, en dus alleen als reconstructie bestaat. Logisch, want het Proto-Germaans werd gesproken gedurende de eerste eeuwen voor Christus in het noordelijke deel van Europa. Het schrift, uitgevonden in het Midden-Oosten, was daar toen nog niet gearriveerd.

In Zuid-Europa werd destijds al wél volop geschreven. Daarom kennen we de gemeenschappelijke voorouder van het Frans, Spaans, en Italiaans niet als het ‘Proto-Romaans’, maar gewoon als het Latijn van de Romeinen.

Die luxe hebben we in Noord-Europa dus niet – het Proto-Germaans moeten we reconstrueren. Dat doen we door de verschillende Germaanse talen met elkaar te vergelijken en systematische correspondenties te ontdekken. Op die manier kunnen we met relatief veel zekerheid tot het Proto-Germaanse *fadēr komen. Die asterisk maakt duidelijk dat het hier om een gereconstrueerd woord gaat.

En dat Proto-Germaanse *fadēr lijkt weer verdacht veel op het Latijnse pater, het Oudgriekse πατήρ (patēr), en het Sanskriet pitā́. Daarom denken we dat al deze talen óók een gemeenschappelijke voorouder hebben: het Proto-Indo-Europees.

Het Proto-Indo-Europees werd tussen 4500 en 3500 v. Chr. gesproken, waarschijnlijk op de Euraziatische steppe, in wat nu het zuiden van Rusland en Oekraïne is. Ook deze gemeenschappelijke voorouder kunnen we goed reconstrueren.

Voor die reconstructie beschikken we namelijk over talen die in een vroeg stadium op schrift zijn gesteld, zoals het Oudgrieks, Latijn, Sanskriet, en Hettitisch. Maar ook het Litouws, dat pas rond de zestiende eeuw na Christus (!) in geschreven vorm opduikt, is vanwege bepaalde archaïsche elementen ontzettend belangrijk voor onze reconstructie. Het Proto-Indo-Europese woord voor ‘vader’ is *ph₂tēr.

De logische vervolgvraag is: welke taal lijkt er dan weer verdacht veel op het Proto-Indo-Europees? De grootste kanshebber is waarschijnlijk het Proto-Oeralisch, zelf de gemeenschappelijke voorouder van onder andere het Fins, het Ests, en het Hongaars – drie talen die in Europa gesproken worden, maar van oorsprong dus niet Indo-Europees zijn.

De gemeenschappelijke voorouder van het Proto-Indo-Europees en het Proto-Oeralisch wordt wel het Proto-Indo-Oeralisch genoemd. Die taal zou om en nabij het jaar 6500 v. Chr. bestaan hebben. Let wel: we zijn inmiddels zó ver terug in de tijd dat er nauwelijks iets zinnigs over te zeggen valt. Een Proto-Indo-Oeralisch woord voor ‘vader’ reconstrueren blijkt bijvoorbeeld onmogelijk.

Het gesuggereerde verwantschap tussen het Proto-Indo-Europees en het Proto-Oeralisch is gebaseerd op veel kleinere dingen, zoals de ‘n’ in het ontkennende partikel (Latijn: nē, Hongaars: nem) of de ‘t’ in het persoonlijk voornaamwoord van de tweede persoon (Latijn: tū, Hongaars: te). Sommige taalkundigen vinden dit bewijs te mager en wijzen het bestaan van het Proto-Indo-Oeralisch daarom af.

Toch zijn er ook taalkundigen die nóg verder teruggaan. Vooral in de twintigste eeuw was de reconstructie van het zogeheten Proto-Nostratisch erg populair. Het Proto-Nostratisch was de ultieme taalkundige voorouder, waaruit in elk geval een deel van de verschillende taalfamilies ter wereld ontstaan zou zijn. Vandaag de dag wordt reconstructie van het Proto-Nostratisch onmogelijk geacht. Dat wil niet zeggen dat het nooit bestaan heeft. Maar het is simpelweg te lang geleden.

DIt stuk verscheen eerder op Aron Groots substack.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel, Uitgelicht Tags: historische taalkunde, Indo-Europees, Nostratisch, taalkunde

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Elise Vos • Het bewaren van een mens

uit je botten bouwde ik
twee nieuwe lichamen
profeten van een oud geloof
een tweeling die bestond
uit goed en kwaad

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

LENTEKOU

Er is niets dan de wind.
De tuinen zijn doorzichtig,
men ziet hun achterkanten leven. [lees meer]

Bron: Spinroc en andere verzen, 1958

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

27 maart 2026: Culturele verbeeldingen van het Waddengebied

27 maart 2026: Culturele verbeeldingen van het Waddengebied

23 februari 2026

➔ Lees meer
13 maart 2026: Westerse boeken met een Japans tintje

13 maart 2026: Westerse boeken met een Japans tintje

23 februari 2026

➔ Lees meer
28 februari 2026: Lezing Die Wrede Een met die Rode Baard en sy viervoetige jambes

28 februari 2026: Lezing Die Wrede Een met die Rode Baard en sy viervoetige jambes

22 februari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1930 Dana Constandse
sterfdag
2007 Bert Vanheste
➔ Neerlandicikalender

Media

Waarom voelt prima zo passief aggressief?

Waarom voelt prima zo passief aggressief?

23 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek 1 Reactie

➔ Lees meer
De Twintigers: Juicy

De Twintigers: Juicy

22 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Safae el Khannoussi Translation Project

Safae el Khannoussi Translation Project

21 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d