
Er is misschien geen spreker van het Nederlands die niet weleens een t-klank weg heeft gelaten aan het eind van een woord; aan het ein van een woord. We vinden het terug in allerlei dialecten, je hoort het bij informeel en snel praten ook in het Standaardnederlands. En tegelijkertijd doet niemand het altijd, en als je gaat tellen wanneer mensen het wel of niet doen, blijkt de precieze mix net een beetje anders van regio tot regio: is de t bijvoorbeeld een uitgang (werkt) of niet (knecht), is het woord hoogfrequent (wat, dat, niet) of niet (hoogfrequent), wat voor klanken staan er onmiddellijk voor of na de t? Dat zijn allemaal factoren die een rol spelen. Maar welke rol, dat kan dus verschil uitmaken.
In heel veel variëteiten van het Engels, van over de hele wereld, gebeurd het trouwens ook: you are very kin’ zeggen. Er is iets met t- en d-klanken dat ze makkelijk weglaatbaar maakt.
Ruim vijfentwintig jaar geleden werd dit allemaal al fraai uit de doeken gedaan voor de Europese dialecten van het Nederlands in het dikke proefschrift van Ton Goeman. Hoe het in Suriname zat, dat wisten we echter nog niet.
Correct
Over het Surinaams Nederlands weten we sowieso nog veel te weinig. Lange tijd was de ideologie in ieder geval dat Surinamers zich in hun taal maar zoveel mogelijk aan de Nederlanders moesten aanpassen. Doordat er best veel Surinamers in Nederland wonen, en er alleen al daarom veel contact is tussen de taalgemeenschappen aan beide kanten van de oceaan, zou je kunnen denken dat de twee vormen van Nederlands elkaar ook vijftig jaar na de onafhankelijkheid nog vast blijven houden.
Toch ontstaat er langzaam een eigen Surinaams Nederlands. Met een eigen Surinaamse mix van t-weglating, zo blijkt uit een nieuw artikel in het Journal of Germanic Linguistics (een artikel dat overigens interessant genoeg geschreven is door Vlaamse onderzoekers; Vlamingen zijn de laatste jaren heel actief in het onderzoek van het Surinaams – de enige Nederlandse auteur van dit artikel is Ton Goeman, van dat dikke proefschrift.) Ze lieten sprekers van het Surinaamse Nederlands onder andere een lijst woorden voorlezen en een gesprek voeren (in het eerste geval doen mensen meestal meer hun best om ‘correct’ te spreken dan in het tweede, en zo kun je iets zien over de bandbreedte).
Identiteit
Daaruit bleek dat je in het Surinaams Nederlands vaker een t weglaat dan in Europa (Nederland en Vlaanderen), en dat de omstandigheden ook iets anders zijn. Europeanen laten bijvoorbeeld een t makkelijker weg voor een klinker (de knech is) dan aan het eind van een zin (ik zie de knech). Voor Surinamers liggen die voorkeuren andersom.
Het zijn subtiele verschillen, en de onderzoekers waarschuwen ervoor dat het oudere onderzoek in Europa niet altijd op een helemaal vergelijkbare manier is uitgevoerd als in Suriname, zodat we de resultaten met een korreltje zout moeten nemen. Maar precies in dit soort subtiele verschuivingen kan een nieuwe taalvorm ontstaan. Mensen zijn namelijk, zonder dat ze zich daarvan bewust zijn, vaak heel gevoelig voor deze subtiele verschillen. Ze pikken ze op om er allerlei conclusies aan te verbinden over de identiteit van die ander. En die zit, wat Surinamers betreft, dus kennelijk ook in die slot-t.
Laat een reactie achter