
Mijn wens voor het nieuwe jaar: laten we het een jaar maken van het schoolvak Nederlands. Niet omdat de problemen nieuw zijn, maar omdat ze nu tegelijk optreden, en omdat het tijd wordt dat we er iets aan doen. Omdat er in 2025 heus al veel is gebeurd, maar dit nog altijd niet genoeg is.
Aan de ene kant is er de voortdurende politieke nadruk op basisvaardigheden. Nieuwe kerndoelen en eindtermen (allebei hopelijk dit jaar definitief), curriculumherzieningen en wat al niet suggereren dat het schoolvak verbeterd moet worden. In de praktijk zien we nog altijd het tegendeel: een structureel tekort aan bevoegde docenten Nederlands, de neiging om dit op te lossen door met name de inhoudelijke eisen aan nieuwe docenten te verlagen, en een voortdurend sterke druk om taal te reduceren tot (wetenschappelijk!) toetsbare deelvaardigheden.
Historische kijk
Er zijn vooralsnog weinig tekenen dat de politiek – laten we zeggen: de onderhandelaars die elkaar nu aan het bellen zijn voor een nieuwe regering dit hoog op de agenda zetten. Innovatie, de economie versterken, wat al niet: het zal allemaal wel weer belangrijker zijn dan ervoor te zorgen dat de komende generatie het onderste iut de taalkan haalt.
Er is bovendien sinds een paar jar een tweede aandachtspunt bij: kunstmatige intelligentie. Het is inmiddels de dagelijkse realiteit in schrijfopdrachten, huiswerk, toetsing en feedback op zo’n beetje ieder niveau van het onderwijs. Dat roept belangrijke vragen op: waarom zouden we kinderen nog schrijven leren en hoe doen we dat doen? Wat beoordelen we eigenlijk als we een schrijfproduct beoordelen? En hoe verhouden technische hulpmiddelen zich tot taalverwerving en taalgevoel? Ik denk niet dat dit vragen zijn waarop we nu al een definitief antwoord kunnen formuleren, al is het maar omdat kunstmatige intelleigentie zich op een onvoorspelbare manier aan het ontwikkelen is.
Ten slotte blijft de PISA-paniek doorwerken, de zorgen bij beleidsmakers die worden opgeroepen door sommig internationaal onderzoek naar met name de leesvaardigheid. De alarmbellen zijn luid, maar de reactie vaak smal: meer oefenen, strakker toetsen, eenvoudiger doelen. Wat vaak ontbreekt is een brede, historische en didactische kijk op taal.
Tandje
Voor de neerlandistiek ligt hier een duidelijke taak: niet mee te bewegen met slogans, niet alle lapmiddelen omarmen als de definitieve oplossing omdat ze snel en simpel acute problemen op lijken te lossen, maar laten zien hoe taalonderwijs functioneert in de klas, hoe onderzoek zich verhoudt tot beleid, en wat de ideale oplossing uiteindelijk zou zijn.
Help mee! Of je nu in het voorgezet, het hoger onderwijs, het mbo, het volwassenenonderwijs of welke andere tak van onderwijs ook werkt: je bijdragen zijn welkom in Neerlandistiek: analyses, praktijkbeschrijvingen, historische vergelijkingen en kritische reflecties. Niet om oplossingen te beloven, maar om beter te begrijpen. Wie over taal in het onderwijs praat, praat uiteindelijk over kennis, gelijkheid en over democratie. We hebben altijd geprobeerd ons steentje bij te dragen, maar we zetten er graag nog een tandje bij.
Laat een reactie achter