Lieve Sonja, lieve moeder van Carl, broer en zussen, vrienden, aanwezigen,
In de ochtend van 9 januari sprak ik voor het laatst met Carl, aan zijn ziekbed. Hij was verzwakt, maar sprak nog vol vuur. Over politiek en andere zaken, maar vooral over boeken. En we spraken over de toekomst van zijn levenswerk: de Buku – Bibliotheca Surinamica.
Hij was blij dat er een stichting is opgericht die zich ervoor gaat inzetten dat zijn bibliotheek ook in de toekomst beheerd zal worden zoals Carl dat zelf altijd heeft gedaan. En hij was blij dat het Nationaal Slavernijmuseum i.o., de Universitaire Bibliotheken Leiden én het Nationaal Archief in Suriname belangstelling hebben getoond om zijn verzameling te verwerven, te beheren en te presenteren. Zo zal zijn bibliotheek en Carls nagedachtenis ook nieuwe generaties blijven inspireren.
Boekdelen
Ruim 25 jaar geleden leerde ik van het bestaan van de Amsterdamse verzamelaar Carl Haarnack, toen ik bij een antiquariaat werkte. Voor boekenbeurzen maakte ik steeds twee doosjes klaar met ‘Surinamica’: één voor Carl en één voor Kenneth Boumann, zijn Vlaamse evenknie; een goede vriend en soms een concurrent. Toen al was Carl een gedreven, intellectuele verzamelaar, die niet alleen op zoek was naar bibliofiele schatten, maar naar álle publicaties, in álle mogelijke talen, over de geschiedenis en cultuur van zijn geboorteland.
Ik leerde Carl echt goed kennen toen we in 2013 bij de Bijzondere Collecties van de UvA (het huidige Allard Pierson) een tentoonstelling gingen maken om te markeren dat 150 jaar eerder de slavernij in de Nederlandse koloniën was afgeschaft. Het was de formele afschaffing, zo leerde Carl me, pas tien jaar later zou de slavernij ook daadwerkelijk worden beëindigd. Maar genoeg reden voor een tentoonstelling in Amsterdam, onder de titel Slavernij verbeeld. Destijds moesten we soebatten om een expositie over dit onderwerp te mogen maken. Het werd een indringende tentoonstelling, gebaseerd op de Buku – Bibliotheca Surinamica van Carl én op de collectie van Kenneth Boumann. Carl wilde geen activistische tentoonstelling, hij wilde de bronnen voor zich laten spreken, en de gedrukte werken, prenten en manuscripten spraken boekdelen.
Eerherstel
Het was het begin van onze vriendschap. Er zijn weinig dagen gepasseerd dat we niet contact hadden, over tentoonstellingen en presentaties, over het belang van erfgoed in het debat over het koloniale verleden, over literatuur soms, of muziek. Maar meestal ging het over onze gedeelde liefde voor bijzondere boeken; over nieuwe vondsten voor zijn bibliotheek. Vaak had hij weer ergens iets zeldzaams opgedoken; soms wilde hij mijn mening weten over de gevraagde prijs. Een hoge prijs was voor hem overigens geen reden om van de koop af te zien; voor Carl gold de wetmatigheid dat het besluit om een boek niét te kopen vrijwel altijd tot ernstige spijt leidt.
Zo af en toe vond ik ook iets voor zijn bibliotheek. Ik heb Carl nooit opgetogener gezien dan toen ik een volkomen gave, in wit linnen gebonden eerste druk van Anton de Koms Wij slaven van Suriname voor hem had gevonden. Als nieuw, mét het prachtige stofomslag met de iconische foto van De Kom. Het boek kreeg in de hal van zijn Amsterdamse appartement een ereplaats in de vitrine die geheel aan Anton de Kom was gewijd. Het werk van De Kom had een speciale plaats in de Buku-bibliotheek; niet alleen de bijzondere drukken, maar ook de zeldzame gestencilde edities van Wij slaven van Suriname, die in de jaren ’60 de voorbode waren van het eerherstel van De Kom als vrijheidsstrijder en verzetsheld. Carl was jarenlang voorzitter van de Anton de Kom Stichting, om samen met de familie De Kom dat eerherstel na te streven, en hij bleef dat tot enkele dagen voor zijn dood.
Liefdevol
Als een ware ambassadeur van de Surinaamse geschiedenis stelde Carl zijn bibliotheek, maar ook zijn brede kennis, open voor iedereen die daarin geïnteresseerd was. Schrijvers, kunstenaars, muzikanten, studenten en onderzoekers, journalisten en filmmakers, diplomaten; allemaal waren ze altijd welkom in Carls huismuseum en bibliotheek.
Dat we nu in een andere tijd leven, dat er een maatschappelijke discussie gevoerd wordt over de geschiedenis van de slavernij en dat we ons gezamenlijk afvragen hoe we ons moeten verhouden tot het koloniale verleden, komt mede door het missiewerk van Carl Haarnack. U weet dat het Carl daarbij te doen was om de genuanceerde werkelijkheid; de geschiedenis is niet zo zwartwit als die soms wordt voorgesteld. De Surinaamse waarheid zit in de boeken van de Buku – Bibliotheca Surinamica, of die boeken nu zijn geschreven door zwarte of witte auteurs, door koloniale machthebbers of door tot slaaf gemaakte dwangarbeiders, door inheemse stemmen of Duitse zendelingen, of door een moedige vrijheidstrijder, begiftigd met een literaire pen.
De Duitstalige boeken over Suriname hadden zijn bijzondere belangstelling; ze stonden in een speciale kast. Carl speurde overal naar onbekende publicaties en hij werkte bij hoogleraar Michiel van Kempen aan een proefschrift over de Duitse literatuur over Suriname. Dat boek kon hij niet meer schrijven, maar hij verzorgde geregeld lezingen en presentaties over de Duitse invloed in Nederland, maar ook in Duitsland. Dat leverde hem bovendien zijn grootste vondst op: de ontmoeting, dertien jaar geleden, met zijn muze Sonja, die hem zo heeft geïnspireerd en die hem zo liefdevol heeft verzorgd in de laatste fase van zijn leven.
Middelpunt
De afgelopen vijf jaar zijn Carl en ik steeds vaker samen gaan publiceren. We schreven over de gestencilde editie uit Leiden van Anton de Koms Wij slaven van Suriname en in 2023 verscheen onze heruitgave van Reis naar Suriname van Pierre Jacques Benoit. Een van de fraaiste boeken, met handgekleurde platen, uit de bibliotheek van Carl, maar ook een van de meest misbruikte boeken. We ontdekten dat de tekst die zo vaak is aangehaald om de gruwelijke realiteit van de slavernij te bagatelliseren, door een ghostwriter was geschreven. In hetzelfde jaar volgde ook het boek over zijn enorme collectie prentbriefkaarten van Suriname, Groeten uit Paramaribo, dat hij opdroeg aan zijn moeder Rubia Blom en zijn voormoeders.
Een hoogtepunt voor ons beiden was de reis die we in december 2023 samen met bibliothecaris Kurt De Belder uit Leiden naar Suriname maakten om daar lezingen en presentaties te geven. Vaak was ik aan de hand van Carl in zijn bibliotheek naar Suriname gereisd, maar de straten van Paramaribo kende ik alleen van zijn prentbriefkaarten. Nu gidste hij me door zijn geboorteland en konden we onze boeken brengen waar ze het meest tot hun recht zouden komen, in bibliotheken, musea, archieven en scholen in heel Suriname.
Terug in Nederland zijn we begonnen het boek dat in november vorig jaar verscheen, Suriname in beeld over de fotografie in Suriname, geschreven samen met Eveline Sint Nicolaas. Aanvankelijk slechts ‘bijvangst’ op zijn jacht naar boeken waren foto’s gaandeweg een van de speerpunten in zijn collectie geworden. Het boek vorderde gestaag, terwijl Carl ondertussen sneller nieuwe foto’s wist te verwerven dan we gedrieën konden bijhouden. Hij was er trots op dat het boek zo fraai is geworden en zo goed werd ontvangen. Het was bijzonder dat we na de presentatie nog vier avonden rond het boek konden organiseren, met Carl als stralend middelpunt.
Waardering
De laatste presentatie was in de bibliotheek in de Bijlmer, waar Carl is opgegroeid nadat hij op vierjarige leeftijd naar Nederland was gekomen. Dezelfde bibliotheek die 45 jaar geleden aanleiding gaf voor Carls verzameldrift, omdat de toenmalige bibliothecaris hem desgevraagd meldde dat er geen boeken over Suriname waren. Die is Carl toen maar zelf gaan verzamelen. Hij zette zich er met zijn laatste krachten toe om anderhalf uur lang te vertellen over ons fotoboek en er ontspon zich een levendige discussie met de toehoorders. Eén van hen was Juffrouw Loe, Carls onderwijzeres van de lagere school, die de volgende ochtend vol trots op haar oud-leerling een ontroerend bedankje stuurde voor de ‘geoliede presentatie’ in een ontspannen ambiance.
Het laatste boek waar Carl en ik samen aan werkten hebben we tot mijn spijt niet kunnen afmaken: De Surinaamse bibliotheek, met essays over de vijftig dierbaarste boeken uit zijn collectie, waarover hij al op zijn website publiceerde. Ik beloof je dat ook dat boek er komt, Carl, maar stuur me af en toe een bemoedigend appje.
Ik ben blij dat Carl nog maar enkele weken geleden de eervolle Andreaspenning van de stad Amsterdam mocht ontvangen uit handen van stadsdeelbestuurder Vincent de Kom. Carl genoot van de aanwezigheid van zoveel vrienden en de videoboodschappen uit Paramaribo en was zichtbaar verguld met de waardering die hij zo verdiende.
Het is ontroerend en troostend om nu te zien dat zoveel mensen en zoveel bibliotheken en musea op Carls overlijden reageren; allemaal hebben ze zich gelaafd aan zijn geweldige collectie, zijn ongeëvenaarde kennis van de Surinaamse geschiedenis en vooral zijn bescheidenheid, belangstelling en bereidheid om alles wat hij in huis had met iedereen te delen.
Ik ben trots dat ik met hem mocht samenwerken en dankbaar voor zijn vriendschap, en ik weet zeker dat – waar je nu ook bent, Carl – je alweer aan het verzamelen bent geslagen.
Veel dank, lieve Carl, gran tangi, vielen Dank.
Dit is de tekst van de toespraak van Garrelt Verhoeven, uitgesproken op de uitvaartdienst voor Carl Haarnack op 10 januari j.l. Er verschenen tal van reacties op het overlijden van Carl Haarnack. Lees vooral ook het laatste interview met Carl door Patrick Meershoek, gepubliceerd in Het Parool. In NRC-Handelsblad verschijnt binnenkort een portret vanwege zijn overlijden. En bekijk het ontroerende video-interview dat Dave Edhard met Carl had in september 2025.
Laat een reactie achter