
Het lijkt wel alsof je aantrekkelijk moet kunnen schrijven om aangenomen te worden op het Instituut voor de Nederlandse taal. Er is op het gebied van de taal geloof ik geen instituut dat een zo levendige website heeft als het INT, met wekelijks lezenswaardige stukjes die door medewerkers van het instituut geschreven zijn. Het jubileumboek (het instituut bestond in deze vorm onlangs 10 jaar) Taaltaart biedt een staalkaart van zulke stukjes, licht bewerkt, van inleidingen en kaders voorzien. Het is een jaloersmakend boek voor iedereen die van taal houdt: oh, laat mij ook zulke collega’s hebben!
Volgens de auteurs is het Nederlands één taal met vele smaken, en daarom een taart, die je in stukjes kunt verdelen. Die metafoor is misschien wat wonderlijk: ik heb eigenlijk nog nooit een taart gegeten die je in stukjes kon opdelen in allemaal een eigen smaak (een stuk chocoladetaart, een stuk frambozenbavarois, enzovoort). Was het INT maar een instituut voor de Italiaanse taal! Dan hadden ze een pizza quattro stagioni kunnen gebruiken. Hoe dan ook: de stukjes zijn heerlijk. Er is een afdeling over nieuwe woorden zoals verpannenkoekisering en wittekaasdiplomatie, een over grammaticale verschijnselen zoals het gebruik van kunnen (dat we een hulpwerkwoord noemen, maar waarom klinkt ‘de pizza’s kunnen de oven in gaan’ dan vreemder dan het hoofdwerkwoordloze ‘de pizza’s kunnen de oven in’?), over dialectwoorden zoals enkbiegels en apsjaars, en over verzonken woorden zoals moutvlieg en klapoor. Lees al die stukjes achter elkaar, en je raakt vervuld van woordlust: wat zijn er veel woorden die ik niet ken! En wat zijn ze allemaal mooi! En als ik ze wel denk te kennen, zoals kunnen, wat zijn er dan veel aspecten waar ik nooit over had nagedacht!
Het aardige is ook dat de stukjes allemaal in een eigen, herkenbare, stijl geschreven zijn. Boukje Verheij en Vivien Waszink, van de nieuwe woorden, schrijven het meest betrokken:
Knaagdiermannen zijn volgens Pauwels ‘knaagdierknap’: een woord dat heerlijk klinkt en direct vragen oproept.
Frank Landsbergen, van de grammatica, schrijft het swingendst:
Let dus bij het versieren van je zelfstandige naamwoorden goed op waar je de slingers hangt!
Veronique De Tier schrijft over dialectwoorden het meest didactisch:
Een andere, verwante uitdrukking is de breeveertien opgaan. Die komt van de Breeveertien, een zandbank voor de Nederlandse kust, veertien vadem diep – een oude lengtemaat om waterdiepte te meten.
Roland de Bonth, van de vergeetwoorden, heeft dan weer de meest bloemrijke stijl:
Het overlijden van de geliefde koningin liet de meesten van haar onderdanen niet onberoerd. Toch konden luid schreiende Britten niet ontwaard worden langs de route die de vorstin op weg naar haar laatste rustplaats aflegde.
Taaltaart is daarmee niet alleen een staalkaart van woorden, maar ook van stijlen, van manieren om de taal te benaderen. En allemaal goed!
Full disclosure: Neerlandistiek draait op de servers van het INT; de redactie van Neerlandistiek en de webredactie van het INT opereren verder volkomen onafhankelijk van elkaar.
Taaltaart. Het Nederlands in vier smaken (uitgeverij Scriptum) kost € 17,95 en is vanaf nu online te bestellen.
Laat een reactie achter