
Vanmiddag werd tijdens de Grote Taaldag de LOT-oeuvreprijs 2026 uitgereikt aan Berthold van Maris. Hieronder staat het juryrapport.
Het gebeurt niet zo vaak dat er een paginagroot, diepgravend artikel in een landelijke krant staat over een taalkundig onderwerp. Voor de doorsnee taalwetenschapper is dat lastig, en de meeste journalisten en krantenredacties hebben om onbegrijpelijke redenen ook aandacht voor andere wetenschappen. Toch is er één journalist die als kind in een ketel met taalkundige onderwerpen moet zijn gevallen, en die als gevolg daarvan vrijwel uitsluitend over de meest uiteenlopende taalkundige onderwerpen schrijft. Al dertig jaar werkt hij aan een oeuvre van inmiddels meer dan 300 artikelen in landelijke kranten als de NRC, De Standaard, Trouw, en een veelgelezen tijdschrift als Onze Taal. Daarmee heeft hij een groot deel van de taalkundige subdisciplines op professionele wijze gepopulariseerd. Ik heb het over Berthold van Maris.
Wie al die artikelen van Van Maris doorbladert kan niet anders dan onder de indruk zijn van de bonte verscheidenheid aan taalkundige onderwerpen die hij aanpakt. Of durft aan te pakken zou je beter kunnen zeggen, want welke taalkundige of journalist krijgt het anders voor elkaar om een hele pagina in de NRC te vullen met een artikel over het woordje ‘er’? Of twee pagina’s over ideofonen? Grote artikelen over het Riffijns, het mentale lexicon, fonologie, semantische primitieven, de syntaxis en semantiek van het Nederlandse werkwoord, gebarentaal, het Cité-Duits of het 17e eeuwse courantencorpus? Van Maris slaagt erin om voor de meest gespecialiseerde onderwerpen uit de taalwetenschap ruime aandacht te vragen in grote landelijke kranten en tijdschriften.
Wat de jury bij Van Maris behalve de verscheidenheid van zijn onderwerpen en de omvang van zijn artikelen bijzonder kan waarderen is het feit dat hij de taalkunde en de taalkundigen zelf aan het woord laat. Niet zelden schrijft hij uitvoerige interviews met relevante taalkundigen, of citeert hij rechtstreeks uit de taalkundige literatuur zelf. In dat opzicht is Van Maris een volbloed wetenschapsjournalist, die misschien wel een mening heeft, maar die nooit op de voorgrond plaatst. Zijn persoonlijkheid spreekt vooral uit de ietwat eigenzinnige keuze van de soms ingewikkelde of buitenissige onderwerpen, en de enthousiasmerende persoonlijke fascinatie die in zijn bespreking vaak doorschemert.
De jury acht de nominatie van Berthold van Maris dus in alle opzichten terecht. Volgens het reglement van de LOT oeuvreprijs is deze bedoeld voor ‘taalkundigen, journalisten of publicisten die zich in de Nederlandse taal gedurende langere tijd buitengewoon hebben ingezet voor het publieke beeld van het vak.’ Deze omschrijving past naadloos op de persoon van deze wetenschapsjournalist. Hij schrijft al dertig jaar over taalkunde, bestrijkt daarvan vele subdisciplines, laat taalkundigen zelf aan het woord, en bereikt een enorm publiek.
Daarnaast heeft de jury twee overwegingen die haar positieve oordeel ondersteunen. Ten eerste dat het hier daadwerkelijk om een oeuvre gaat. De losse artikelen die Van Maris schrijft zouden bij de normale jaarlijkse populariseringsprijs weliswaar af en toe meedingen, maar toch vaak achter een dik boek of een heel originele populariseringsactiviteit van een taalkundige eindigen. Alles bij elkaar vormen al die artikelen echter een oeuvre dat qua omvang, breedte en diepgang de jaarlijkse prijswinnaars achter zich laat. Ook in dat opzicht is de beloning van dit oeuvre meer dan terecht.
Een tweede overweging is het signaal dat al enigszins in het reglement van de oeuvreprijs is uitgedrukt, maar dat zelden expliciet wordt erkend, namelijk: de taalwetenschap heeft deskundige journalisten nodig. Als taalwetenschappers zijn we goed in taalkundig onderzoek en onderwijs, maar we zijn geen professionele journalisten. We hebben – op enkele uitzonderingen na – geen goede ingang bij landelijke media, en we missen de tijd en expertise om een journalistiek onderzoek te doen, waarbij bronnen worden geraadpleegd, mensen worden gebeld, interviews worden afgenomen, en een veelheid van gegevens op een aantrekkelijke manier tot een journalistiek stuk worden gesmeed.
De toekenning van de LOT-oeuvreprijs aan Berthold van Maris is dus daadwerkelijk de bekroning van een oeuvre, en het signaal dat we echte wetenschapsjournalisten met taalkundige deskundigheid op hoge prijs stellen. Maar vooral is het natuurlijk een onderscheiding van een journalist die onvermoeibaar telkens nieuwe onderwerpen uit de taalwetenschap blijft populariseren.
Tot slot wil de jury nog een vrijblijvende suggestie doen aan Van Maris. Bij het doorlezen van al die artikelen uit de afgelopen dertig jaar viel het ons op hoe actueel of tijdloos veel van die artikelen nog zijn. Het is echt zonde dat al dat mooie werk onder het stof of achter een betaalmuur ligt. Het zou werkelijk een goed idee zijn om een selectie van deze artikelen te bundelen, om ze opnieuw voor een breed publiek beschikbaar te maken.
Hoe dan ook, de jury kent met veel genoegen de LOT-oeuvreprijs 2026 toe aan Berthold van Maris!
Heel erg verdiend, echt al zijn lezers zullen het juryrapport onderschrijven