Herkomst en betekenis

Speler die op belangrijke momenten herhaaldelijk zijn klasse toont door te scoren of een assist (voorzet die resulteert in een goal) te geven.
Het woord ontstond in deze context tijdens het WK van 1978 in Argentinië, toen Arie Haan met afstandsschoten menig doelman op het moment suprême wist te verschalken. ‘Gouden Haan’ werd al snel omgedoopt tot ‘goudhaantje’, en een nieuwe voetbalterm was geboren. Ander voormalig goudhaantje: Johnny Rep. Tegenwoordig geldt met name Dennis Bergkamp als het goudhaantje van het Nederlandse voetbal (Gerton de Beer, Maarten Douma en Tim de Beer, Kom zélf eens in de bal! – Trainerstaal, commentatorentaal en kennerstaal, 2000).
Johnny Rep kreeg als eerste de benaming ‘goudhaantje’ vanwege de belangrijke doelpunten die hij maakte (Kees van der Waerden, Groot Voetbalwoordenboek van de Nederlandse Taal, 2006). Ed van Eeden (De Tuinman, De Tsaar en De Zwarte Tulp – Voetbalbijnamen, 2011) over goudhaantje Johnny Rep: “[hij] had als spits het waardevolle vermogen om te scoren op beslissende momenten, waardoor de ploegen waarin hij speelde grote successen behaalden.”
Zangvogeltje
In het geval van Arie Haan was Goudhaantje oorspronkelijk dus een bijnaam, want mede ontstaan is uit zijn achternaam en toen hij op het WK 1978 met afstandsschoten scoorde. Het werd vervolgens een ‘algemene’ voetbalterm, een soortnaam: goudhaantje (géén hoofdletter). Menig doelman is nogal overdreven, want Haan scoorde tweemaal met afstandsschoten in Argentinië, zij het dat het formidabele, strakke kogels met hoge snelheid waren, van zeer grote afstand. Twee is op zo´n podium wel veel natuurlijk, waar het ook nog eens zeer belangrijke treffers waren, eenmaal tegen West-Duitsland (2-2) en eenmaal tegen Italië (2-1).

Hoe zit het nu met Johnny Rep? In de Europacupfinale tegen Juventus in 1973 maakte hij het enige doelpunt voor Ajax. Na die wedstrijd noemde Sjaak Swart hem Goudhaantje en dat woord kwam als kop boven een lyrisch wedstrijdverslag in De Telegraaf.´ (Rob Siekmann en Frans Duivis, Voetbal!, 2000) De bijnaam van Rep is dus van ouder datum dan die van Haan. Maar hoe kwam Sjaak Swart dan aan die benaming? Volgens Van Dale is een haantje “een bijdehand persoon, iemand die zich de kaas niet van het brood laat eten”. En een haantje de voorste is “iemand die altijd vooraan, het eerst erbij is, met name als er iets uitgehaald moet worden”. In het voetbaljargon worden zaken nogal snel overdreven, zo ook door het gebruik van het bijvoeglijk naamwoord ‘gouden’: gouden treffer, gouden wissel, enz. En de goaltjesdief Rep werd een ‘gouden pik’ toegeschreven… Swart zal ook het zangvogeltje met de naam goudhaantje gekend hebben. Vandaar.
De uitdrukking “er uitzien als een goudhaantje” ( er goed uitzien) is de bron van deze betekenis en veel ouder dan 1973.
Beste Bert Mostert,
Veel dank voor je reactie!
Het ging mij uiteraard vooral om de herkomst en betekenis van de voetbalbijnaam ´goudhaantje´.
Swart zal ook het zangvogeltje met die naam gekend hebben, schreef ik ook. Echter, Rep zag er weliswaar uit als een goudhaantje in die zin dat hij er goed uitzag (´de Blonde Engel´ was een andere bijnaam van hem), maar Swart doelde veel meer op zijn voetballende imago: het geluk hebben steeds op de juiste plaats te staan om een aanval af te ronden. Ik zie alleen enig verbandin de betekenis van makkelijk scoren en dan ook nog eens je uiterlijk mee hebben. Maar Arie Haan was geen ´Blonde Engel´.
Bij nader inzien: het is natuurlijk mogelijk dat ook Haan ¨goudhaantje¨ werd genoemd vanwege de vogel en niet zozeer of alleen omdat de bijnaam afgeleid werd van Gouden Haan. Goudhaantje zou dan van begin af aan in voetbalsferen een soortnaam hebben kunnen zijn. Een soort epitheton ornans in de vorm van een zelfstandig naamwoord: goudhaantje Haan en goudhaantje Rep, beiden makers van belangrijke doelpunten.
Met sportieve groet,
Rob Siekmann
In het Spreekwoordenboek van P.J. Harrebomée uit 1858 komt al voor: ‘Hij ziet eruit (of: blinkt) als een goudhaantje.’
Gezien dat blinken moeten we hier volgens mij eerder denken aan de kevers van die naam dan aan de vogel. Met name aan de soort die we nu hennepetelgoudhaantje noemen, een glanzend en bontgekleurd beestje: https://nl.wikipedia.org/wiki/Hennepnetelgoudhaantje
Uit een artikel in Het Vrije Volk maak ik op dat Sjaak Swart en Johnny Rep een stroeve verhouding hadden en dat Swart ‘goudhaantje’ niet positief bedoelde. Patser, opschepper, streber, uitslover?
Beste Maarten van der Meer,
Dank voor je reactie. Zie svp ook mijn antwoord aan Bert Mostert.
Van Dale noemt als tweede betekenis van ´goudhaantje´ de bladkever:´met als goud glanzende dekschilden´. Maar ik denk niet dat Sjaak Swart aan een kever gedacht zal hebben, dan zal hij toch eerder het vogeltje voor ogen hebben gehad.
Swart was blijkbaar jaloers op Rep omdat die hem bij Ajax van de rechtsbuitenplaats verdreef.`De jeugd heeft de toekomst.´ Rep was een opportunistische voetballer en Swart vond zichzelf duidelijk beter. Mr Ajax (zijn bijnaam) was oldskool en hij beschikte over een afgemeten voorzet. Rep was ook wel een beetje een showmannetje die zich graag liet gelden.
Met sportieve groet,
Rob Siekmann