Hoe implementeer je een nationale jeugdstrategie? (Confuc 24)
– Confucius, wat zou u doen als u geroepen werd om een land te besturen?
– De taal goed gebruiken. Als de taal niet goed gebruikt wordt, zeggen de woorden niet wat ze moeten zeggen. Dan blijven de dingen die gedaan moeten worden ongedaan.

De eerste beantwoorde Kamervraag dit jaar gaat over een UNICEF-onderzoek naar de zorgen van kinderen en jongeren over oorlogsdreiging. Het rapport haalde hier in Nederland de media in oktober. Daarop kwam direct een Kamervraag aan de minister van Justitie en Veiligheid. Nu drie maanden later is er antwoord. Natuurlijk begint zo’n Kamervraag met een voor de hand liggende deelvraag en een obligaat antwoord.
Deelvraag 1
Herkent u de zorgen van kinderen en jongeren over oorlog en veiligheid, zoals blijkt uit het onderzoek van UNICEF?Antwoord
De Rijksoverheid neemt de zorgen van kinderen en jongeren zoals uit het onderzoek van UNICEF blijkt, uiterst serieus.
Het antwoord ‘nee’ zou pas echt debat opleveren. Waarom niet kortweg het antwoord ‘ja’? Betekent deze formulering dat de overheid de zorgen niet herkent maar wel serieus neemt, omdat zo’n rapport natuurlijk niet te negeren valt?
Er volgen enkele deelvragen, onder andere over het ‘borgen van belangen van kinderen’ en hoe ervoor te zorgen – heel beeldend? – dat ‘die belangen niet onder tafel vallen’. De antwoorden gaan over ‘kwetsbaarheden van jongeren’ en de noodzaak van communicatie gericht op ‘crisisparaatheid’. Concreter kan ik het niet maken. Na zeven vragen komt tot slot de belangrijkste vraag:
Deelvraag 8
Op welke manier bent u van plan er voor te zorgen dat meer kinderen en jongeren er vertrouwen in krijgen dat de overheid weet wat zij nodig hebben om zich veilig te voelen, aangezien uit de peiling van UNICEF blijkt dat dat nu slechts een kwart van hen denkt dat de overheid weet wat hiervoor nodig is?
Er volgt een uitgebreid antwoord. Nee, er komen geen bedenkingen. Bijvoorbeeld: ligt het percentage bij volwassenen hoger? Of: wat is de positie van Nederland in dit internationale onderzoek? In het antwoord gaat het over het stimuleren van de betrokkenheid van jongeren omdat ze zelf het beste kunnen aangeven hoe hun veiligheidsgevoel versterkt kan worden. Dan volgt een verwijzing naar de NAVO-top van vorig jaar, waar de minister-president een manifest ontving gebaseerd op gesprekken met meer dan 1000 Nederlandse jongeren. Ook wordt gesuggereerd dat de nieuwe minister-president elk half jaar zo’n soort gesprek moet voeren met jongerenorganisaties.
Maar indirect wordt ook aangegeven dat er meer nodig is:
Om de stem van jongeren beter te betrekken bij al het beleid dat hen aangaat, wordt gewerkt aan een Nationale Jeugdstrategie (…) De komende tijd werken de Ministeries van VWS, SZW en OCW aan het implementeren van de nationale jeugdstrategie.
De komende tijd! Waarom kan er geen einddatum genoemd worden? Implementeren! Dat rijmt toch op het nietszeggende Carmiggelt-woord ‘epibreren’? Nee, dit lijkt te kritisch. Er wordt verwezen naar een tekst, Nationale Jeugdstrategie. Dit blijkt een nieuwbericht van 5 mei 2024. Ik heb de tekst nagelezen (anderhalf A4). Daarin staat dat er een nationale jeugdstrategie komt om de verslechterde positie van jongeren te verbeteren. Let op het woordje ‘komt’; dat komt uit ‘komende tijd’. En de ‘verslechterde positie’? Het gaat dan om problemen met huisvesting en mentale gezondheid en zorgen over klimaatverandering. Maar in de tekst staat geen enkel woord over oorlog en veiligheid.
Een kluitje in het riet? Nee, een krantenknipsel in een tekstjungle. Gelukkig is het Kamerlid dat de vraag heeft ingediend opnieuw geïnstalleerd.
Laat een reactie achter