Taalkunde van 1976

Er is reden om wel met enige afgunst naar de taalwetenschap van vijftig jaar geleden te kijken. In het vak had men zojuist beseft dat je je kunt verwonderen over het alledaagse; dat er allerlei zinnen zijn die we moeiteloos zeggen en allerlei andere zinnen die tegen ons taalgevoel in gaan. Ook als je er nooit instructies over had gehad, ook als je er nooit eerder over had nagedacht, had je kennelijk heel gedetailleerde intuïties ontwikkelen.
En van die intuïties werd het ene voorbeeld na het andere gevonden.
In het Groningse tijdschrift Tabu (taalkundig bulletin, ja, geef mij een blaadje met die naam en ik begin al in mijn handen te wrijven) verscheen in 1976 bijvoorbeeld een artikel van Frans Zwarts – later zou hij vooral bestuurder worden, maar in die tijd liet hij zijn taalgevoel goed gelden, waarin hij liet zien dat de voorzetsels met en zonder een andere zinsbouw vragen dan andere voorzetsels. Je kon dat zien aan bijvoorbeeld het verschil tussen de volgende twee zinnen (de eerste met met, de tweede
- Een sollicitant met een scheiding in zijn haar werd de gelukkige.
- De directeur van zijn fabriek woont in Zwitserland.
Allebei de zinnen beginnen met een onderwerp dat een voorzetsel bevat: een sollicitant met een scheiding in zijn haar en de directeur van zijn fabriek. In het eerste geval kan zijn terugslaan op sollicitant – dat is zelfs verreweg de meest logische interpretatie, de scheiding zit in het haar van de sollicitant. In het tweede geval is het heel raar, en eigenlijk niet helemaal grammaticaal, om te denken dat het hier gaat om de fabriek van de directeur.
Dat het verschil er een is tussen aan de ene kant met (of zonder) en aan de andere kant andere voorzetsels, zien we als we andere voorbeelden in de beschouwing betrekken. Hier zijn er een paar met met of zonder, ik maak steeds het voornaamwoord en het woord waarnaar het verwijst cursief:
- Redevoeringen met heimelijke verwijzingen naar die van Hitler zijn niet ongebruikelijk.
- Drie mannen zonder scheergerei bij zich vormden het doelwit van de achtervolgende politiemacht.
- Onderzoekers zonder enig respect voor zichzelf of voor elkaar vullen de laboratoria van deze denk-tank.
In het eerste geval kan die op redevoeringen slaan, zich op drie mannen en zichzelf en elkaar op onderzoekers. Anders ligt dat dus bij andere voorzetsels:
- Beschrijvingen van de resultaten van die van voorgangers kenmerken de stilstand in dit vakgebied.
- De ontvangers van een beroep op zichzelf dienen zich tot de gemeentesecretarie te wenden.
- De slachtoffers van een perscampagne tegen elkaar hebben zich verenigd.
In al deze gevallen kan die, zichzelf of elkaar eigenlijk niet terugslaan op het zelfstandig naamwoord dat de kern van de groep vormt.
In zekere zin bouwde Zwarts voort op werk dat nog ouder was, want in de jaren vijftig had de briljante Deense taalkundige Gunnar Bech in een beroemd artikel over er gewezen op een soortgelijk verschijnsel bij er. Hier zijn wat voorbeelden met met of zonder:
- Boeken met illustraties op de omslagen ervan verkopen goed.
- Een contract met onduidelijke clausules erin kan door de rechter ongeldig verklaard worden.
- Redeneringen met conclusies die er niet dwingend uit volgen treft men vooral in de natuurkunde aan.
- Een schrift zonder etiket erop was waar zij reeds vanaf het derde levensjaar naar verlangde.
- Huizen zonder een school in de nabijheid ervan blijven lang onbewoond.
- Loonmatiging zonder een ermee gepaard gaande intensievere bestrijding van het tandbederf is onaanvaardbaar.
In deze gevallen gaat het om de omslagen van de boeken, clausules in het contract, conclusies die volgen uit de redeneringen, etiketten op een schrift, scholen in de nabijheid van huizen en bestrijdingen van tandbederf die gepaard gaan met loonmatiging. En dat is allemaal geen enkel probleem, volkomen helder. Anders ligt dat bij min ofmeer parallelle constructies met andere voorzetsels:
- Een bewijs voor het bestaan ervan is niet voorhanden.
- De conclusie van de redenering die eraan vooraf gaat is onjuist.
- Vervalsingen van de uitkomsten van het onderzoek ernaar zijn zeldzaam.
- Illustraties van de overbodigheid ervan worden ten onrechte vermeden.
Het is hier minder goed voorstelbaar dat het gaat om het bestaan van het bewijs, redeneringen die voorafgaan aan de conclusie, onderzoek naar vervalsingen, of de overbodigheid van illustraties.
Volgens Zwarts lag het aan een verschil tussen groepen met met en zonder en die met andere voorzetsels: de eersten staan als het ware losser van het zinsdeel waar ze bij horen (zoals in al deze gevallen het onderwerp van de zin). Ze zijn wat dat betreft meer zoals nevenschikkingen:
- Mijn redevoeringen en die van jou
Ook hier kan die naar de redevoeringen verwijzen.
Zwarts: wat was dat een scherpe en speelse geest! Zonde dat hij zich deels van de taalkunde afgewend heeft.