• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

De vogel is tureluur

20 februari 2026 door Marc van Oostendorp 1 Reactie

Taalkunde van 50 jaar geleden

Minister De Graaff en de petroleum
Patricq Kroon (eigenhandig gesigneerd), 1919 – 1925. Collectie Rijksmuseum

Vijftig jaar geleden werd er nog door neerlandici gediscussieerd over bijstellingen. Je bent een zin aan het bouwen over Simon, en je wilt ook nog iets anders over hem zeggen. Je wilt bijvoorbeeld vertellen dat Simon vergeten was waar hij woonde, maar óók dat hij alcoholist was. Dat kun je dan op verschillende manieren doen:

  • Simon, die een alcoholist was, was vergeten waar hij woonde.
  • Simon, een alcoholist, was vergeten waar hij woonde.
  • Simon, hij was een alcoholist, was vergeten waar hij woonde.

In het eerste geval gebruik je een (‘uitbreidende’) bijzin (‘die een alcoholist was’), in het derde geval een soort tussenzin (‘hij was een alcoholist’) en in het geval in het midden alleen de naamwoordgroep waar het om gaat (‘een alcoholist’). In het tijdschrift De nieuwe taalgids discussieerden in 1976 de roemruchte neerlandici Maarten Klein en A.M. Duinhoven over deze constructies, hun verschillen en hun overeenkomsten.

De kern van de discussie ging over de vraag of die korte vorm, een alcoholist, nu meer met de bijzin of met de hoofdzin te maken heeft. Het ging vooral om het laatste, meende Duinhoven, bijvoorbeeld omdat je in bijzinnen bepaalde dingen niet kunt die je wel kunt met de andere twee vormen:

  • Saskia, die zij daar is, weet het beter. [raar]
  • Saskia, zij daar, weet het beter.
  • Saskia, dat is zij daar, weet het beter.
  • Vergat je mij, die je eigen moeder ben / is? [raar]
  • Vergat je mij, je eigen moeder?
  • Vergat je mij, ik ben je eigen moeder?
  • Het huisdier van de Lappen, dat het rendier is, draagt een gewei. [raar]
  • Het huisdier van de Lappen, het rendier, draagt een gewei.
  • Het huisdier van de Lappen, dat is het rendier, draagt een gewei.

Hoe het precies zit is geloof ik vijftig jaar na dato nog steeds niet helemaal duidelijk, maar in een antwoord op Klein doet Duinhoven later in dat jaar in hetzelfde tijdschrift een interessante suggestie. Hij wijst erop dat het naamwoordelijk gezegde twee functies heeft in het Nederlands: het kan een eigenschap benoemen, zoals in ‘Dirk is onderwijzer’, waarbij je ervan uit mag gaan dat Dirk nog wel meer eigenschappen heeft (hij heeft blauwe ogen, hij stemt op D66, hij is een vaste klant van Ecoplaza), of een omschrijving benoemen (‘De minister van ontwikkelingszaken is Jan Pronk’, dan vallen die twee samen).

Bij eigenschappen kun je wel bijzinnen maken, zegt Duinhoven, maar bij omschrijvingen niet:

  • Deze man, die een onderwijzer is, heeft plezier in zijn werk.
  • De minister van ontwikkelingssamenwerking, die Jan Pronk is, heeft plezier in zijn werk. [raar]

Duinhoven wijst ook nog op het verschil tussen bovenstaande zin over de onderwijzer met plezier in zijn werk en deze over een vogel:

  • Een vogel, die een tureluur was, vloog over het weiland. [raar]

De reden volgens Duinhoven: “Wanneer een vogel een tureluur is, is hij dat en niet meer dan dat. De bedoelde vogel en een tureluur zijn identiek.” Tureluur zijn is in die zin niet een willekeurig kenmerk van die vogel, zoals onderwijzer zijn dat kan zijn van een man. Je kunt ook niet zeggen ‘deze vogel is tureluur’, zonder lidwoord, zoals je wel kunt zeggen ‘deze man is onderwijzer’.

Dat zijn interessante observaties, al zou je het verschil tussen eigenschap en omschrijving wat preciezer willen maken zodat we precies begrijpen hoezo bijvoorbeeld ‘je eigen moeder’ een omschrijving is van ‘mij’ in de zin hierboven en niet een eigenschap. Ik heb het idee dat hier nog wel wat meer te halen valt. Het taalgevoel weerspiegelt hier duidelijk een subtiele manier waarop we naar de wereld kijken, en die is de moeite van het bestuderen waard.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: syntaxis, taalkunde

Lees Interacties

Reacties

  1. Maarten Klein zegt

    20 februari 2026 om 13:37

    Ze zijn 50 jaar oud, maar het blijven intrigerende observaties. Heel leuk dat je ze hier weer even onder de aandacht van neerlandici brengt!

    Beantwoorden

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Annelies Verbeke • Nisaba heeft geduld

Licht als de worm in de meest gelaten psalm
wacht ze af.
Geen wellnessworst
of dorst.
Het is ontbotten.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

BOMENSTICHTING

Ik laat mijn kaart zien van de stichting
en geef een klopje op zijn bast,
de boom ruist licht gerustgesteld
onder zijn zware takkenlast.

Bron: Barbarber, december 1971

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

6 maart 2026: Indische detectives en misdaadromans

6 maart 2026: Indische detectives en misdaadromans

20 februari 2026

➔ Lees meer
15-17 april 2027: Achter de verhalen

15-17 april 2027: Achter de verhalen

20 februari 2026

➔ Lees meer
7 maart 2026: Zaanse tragedie Batavische Eneas

7 maart 2026: Zaanse tragedie Batavische Eneas

19 februari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
2012 Piet Verkruijsse
➔ Neerlandicikalender

Media

Lange lijnen 5: Met Gaea Schoeters

Lange lijnen 5: Met Gaea Schoeters

20 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Bonusauteurs Cornelia van der Veer, Titia Brongersma, Elisabeth Hoofman

Bonusauteurs Cornelia van der Veer, Titia Brongersma, Elisabeth Hoofman

19 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
”Opgetild in een verdwijnen”

”Opgetild in een verdwijnen”

18 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d