Bij de onlangs verschenen 25ste druk van de hertaling

‘Ja, ik zal gelezen worden’, schreef Multatuli ooit, in het woedende slot van zijn roman ‘Max Havelaar’. En gelezen wordt hij weer, in de 21ste eeuw, in de hertaling van Gijsbert van Es uit 2010. Onlangs verscheen maar liefst de 25ste druk, met een nieuw voorwoord, speciaal gericht op scholieren. Want zij vormen de grootste lezersgroep in deze tijd.
Speciaal voor Neerlandistiek maakte de hertaler een kortere versie van zijn nieuwe voorwoord. Voor de complete tekst: ‘Lees dat boek!’
Voorwoord: Kennismaken met Max Havelaar
De beste Nederlands-talige roman aller tijden.’ Vaak is dit gezegd en geschreven over Multatuli’s meesterwerk Max Havelaar, of de koffieveilingen van de Nederlandse Handelmaatschappij.
Een literair monument, bijzonder, meespelend. Maar ook: soms lastig te begrijpen voor nieuwe generaties lezers. Deze inleiding helpt hen op weg.
Wat maakt dit boek bijzonder?
Ten eerste: het is prachtig geschreven, met een verrassende opbouw (compositie) van de twintig hoofdstukken.
Ten tweede: het leert veel over Nederland en de kolonie Nederlands-Indië omstreeks 1860, het jaar waarin Max Havelaar verscheen.
Wat maakt de opbouw bijzonder?
Er zijn verschillende vertellers (perspectieven), met elk een eigen schrijfstijl. En dat niet alleen. Het boek bevat ook aparte verhalen, naast de verhalen over de hoofdpersonen. In de literatuur heet dit: een raamvertelling. Verderop meer hierover.
Wie is Max Havelaar?
Hij is de hoofdpersoon, wiens belevenissen deels waar gebeurd zijn. Althans, schrijver Eduard Douwes Dekker (1820-1887) verwerkt in de personage Max Havelaar wat hij zelf in Nederlands-Indië (nu Indonesië) heeft meegemaakt in 1856 en eerder. Hij beschrijft Havelaar als een gulle man met een sterk gevoel voor rechtvaardigheid, om de sympathie van de lezers voor zichzelf te winnen.
Tegenover Max Havelaar staat de figuur Batavus Droogstoppel. Hij is een Amsterdamse makelaar (bemiddelaar) in de koffiehandel. Zijn karakter wordt afgeschilderd als dat van een hypocriete geldwolf.
Droogstoppel ontmoet in Amsterdam een vage kennis, die hij de naam Sjaalman geeft. Pas later in het boek wordt duidelijk dat dit dezelfde persoon is als Max Havelaar.
Waarom luidt de ondertitel: ‘Of de koffieveilingen van de Nederlandse Handelmaatschappij?’
Deze ondertitel was bedoeld om lezers te trekken die geïnteresseerd waren in de koloniale handel. De Nederlandse Handelmaatschappij was de naam van een staatsbedrijf dat hieraan veel geld verdiende
In feite was de ondertitel een valstrik, want het boek gaat niet of nauwelijks over koffiehandel. Juist kooplieden, die rijk werden door uitbuiting van de bevolking in Nederlands-Indië, moesten ingepeperd krijgen hoe kwalijk de koloniale praktijken waren.
Waarom koos Eduard Douwes Dekker voor de schrijversnaam Multatuli?
Met deze naam zette Douwes Dekker de toon voor het boek. Multatuli is Latijn voor: ‘Ik heb veel gedragen.’ De schrijver bedoelde hiermee te zeggen dat hij veel ellende had meegemaakt, toen hij opkwam voor arme mensen in Nederlands-Indië. Zelf werkte hij hier als ambtenaar voor de regering. Over de uitbuiting van de bevolking diende hij bij zijn bazen een klacht in, maar die steunden hem niet. Toen nam hij ontslag, wat hem zelf straatarm maakte.
Waarom schreef Multatuli een roman over het conflict met zijn bazen?
Hij wilde bij zoveel mogelijk mensen alarm slaan over uitbuiting in Nederlands-Indië. Hij schatte in dat het brede publiek eerder een roman zou lezen dan een feitelijk verslag over onrecht.
Had Multatuli gelijk: waren zijn lezers geschokt door dit boek?
Ja, het veroorzaakte in 1860 veel ophef. Recensies verschenen in talloze kranten en tijdschriften, wat de verkoop flink aanjoeg. Multatuli kreeg vooral lof voor de stijl en opbouw van zijn boek. Maar er was ook veel kritiek, met name van recensenten die de roman chaotisch vonden, met sterk overdreven verhalen.
Leden van de Tweede Kamer begrepen maar al te goed wat Multatuli met zijn Max Havelaar aan de kaak wilde stellen. ‘Er is de laatste tijd een zekere rilling door het land gegaan, veroorzaakt door een boek’, sprak een Kamerlid in september 1860. De grote vraag was: maakten Nederlanders zich schuldig aan koloniale uitbuiting of niet?
Werd de bevolking in Nederlands Indië inderdaad uitgebuit?
Ja, en zeker wanneer je dit beoordeelt met de maatstaven van nu. De meeste ‘Indiërs’ waren arme landbouwers, die verplicht waren een deel van hun oogst aan de Nederlanders af te staan, zonder hiervoor een cent betaald te krijgen. Dit zogenoemde Cultuurstelsel maakte de Nederlanders (zowel kooplieden als de Staat) schatrijk. Bovendien werden veel zogenoemde inlanders (de plaatselijke bevolking) misbruikt door hun eigen, lokale machthebbers. Ook zij dwongen de bevolking onbetaald voor hen te werken.
Welke verhalen bevat het boek nog meer, behalve die over Havelaar en Droogstoppel?
Hoofdstuk 17 vertelt het op zichzelf beroemd geworden ‘Verhaal van Saïdja en Adinda’, een hartverscheurende liefdesgeschiedenis. Het begint rooskleurig en eindigt diep tragisch. Door deze ‘kleine’ geschiedenis kan de lezer zich echt inleven in het grote verhaal van uitbuiting en geweld, met weerloze mensen als slachtoffers. Niet voor niets is dit een van de laatste onderdelen van het boek – als stilte voor de storm, als opmaat voor drie woedend geschreven slothoofdstukken.
Multatuli voegde meer losse onderdelen toe aan zijn boek, waaronder het verhaal ‘De Japanse Steenhouwer’ (in hoofdstuk 11), enkele gedichten en een bladzijden lange (tamelijk absurde) opsomming van nooit verschenen artikelen, die bekend is geraakt als ‘Het pak van Sjaalman’ (hoofdstuk 3). Bijzondere vermelding verdient Max Havelaars Toespraak tot de Hoofden van Lebak (hoofdstuk 8). Multatuli verwoordt hierin zijn visie op wat volgens hem goed bestuur behoort te zijn.
Al deze onderdelen dragen bij aan het verrassende en vernieuwende karakter van dit boek. Ze laten zien hoe veelzijdig het schrijverstalent van Multatuli was.
Waarom is dit boek hertaald?
In 1860 gold Max Havelaar als een helder en toegankelijk geschreven boek. Het benaderde de alledaagse spreektaal van die tijd. De schrijftaal in kranten, tijdschriften en boeken was toen veel plechtiger en wolliger, met hele lange zinnen en ingewikkelde redeneringen.
Maar (de Nederlandse) taal verandert voortdurend. Met name jongere lezers zijn gewend aan ‘snellere’ teksten. Veel woorden die algemeen bekend waren in de 19de eeuw zijn nu onduidelijk.
Om die reden werd Max Havelaar amper nog gelezen door scholieren, als onderdeel van de (verplichte) lessen in Nederlandse literatuur. Door deze hertaling is hierin verandering gekomen. Sinds 2010, toen deze editie voor het eerst verscheen, staat dit boek weer op de leeslijst van duizenden scholieren, met name in de bovenbouw van havo en vwo.
Hoe is de hertaler te werk gegaan?
Het eerlijke antwoord luidt: tamelijk willekeurig, zonder vooropgezet plan of criteria. Hele lange zinnen zijn in tweeën geknipt. Soms zijn zinnen geschrapt, wanneer nogal lange uitwijdingen de vaart uit het verhaal haalden. Sommige woorden zijn veranderd, omdat ze in de afgelopen anderhalve eeuw van betekenis zijn veranderd. Een voorbeeld is het woord ‘gekneveld’, wat toen ‘onderdrukt’ betekende en nu ‘de mond gesnoerd’.
Meelezers, adviseurs, zijn heel belangrijk geweest bij de totstandkoming van deze hertaling. Enerzijds was dit de zoon van de hertaler, die toen 16 jaar was en de tekst meteen voor zijn boekenlijst op school kon lezen. Aan hem steeds de vraag: is deze tekst boeiend en begrijpelijk? Anderzijds waren het deskundigen als Dik van der Meulen (Multatuli-biograaf), Dirk Vlasblom (Indonesië-kenner, antropoloog, journalist) en Jos van Waterschoot (toen conservator van het Multatuli Museum). Zij bewaakten de litaire kwaliteit en historisch juiste bewerking.
Hertalen – mag dat zomaar?
Een juridisch antwoord luidt: ja, dat mag, zodra een schrijver zeventig jaar, of langer geleden, gestorven is. Dan geldt het zogenoemde auteursrecht niet meer. (Multatuli stierf in 1887.)
Een andere vraag is of deze hertaling recht doet aan de oorspronkelijke versie en de bedoelingen van de schrijver? Dit is een vraag die alleen te beantwoorden valt door mensen die de 19de eeuwse versie van Max Havelaar goed kennen. Immers, alleen zij kunnen een vergelijking maken tussen de oude en deze nieuwe editie.
Zoals dit boek in 1860 omstreden was, zo is deze hertaling dat in zekere zin ook wel. Met name schrijvers en recensenten hebben er schande gesproken dat er is gemorreld aan het literaire kunstwerk van Multatuli. Een hoogleraar en Multatuli-kenner, Hans van den Bergh (1932-2011), zei hierover in een tv-programma: ‘Deze hertaling is net zo lelijk als de Nachtwacht van Rembrandt op een koektrommel.’
Positieve reacties daarentegen kwamen en komen van leraren Nederlands. Zij maken mee dat Max Havelaar weer volop wordt gelezen, begrepen en besproken door nieuwe generaties leerlingen.
Wat Multatuli zelf zou hebben geoordeeld, laat zich raden. Zijn antwoord staat in de slotalinea’s van Max Havelaar, en dus óók van deze hertaling:
Ja, ik zal gelezen worden!
Als dit doel bereikt is, zal ik tevreden zijn. Want het was me niet te doen om mooi te schrijven. Ik wilde zó schrijven dat het werd gehoord. En, zoals iemand die roep ‘houdt de dief!’ roept zich weinig aantrekt van de stijl van zijn geïmproviseerde toespraak, zo laat het mij ook volstrekt koud hoe men de manier zal beoordelen waarop ik mijn ‘houd de dief’ heb uitgeschreeuwd.
“Het boek is bont… Het tempo wisselt te sterk… Effectbejag… de stijl is slecht…. De schrijver is onervaren… Geen talent… Geen structuur…”
Goed, goed, alles goed! Maar… DE JAVAAN WORDT MISHANDELD!
Multatuli. Max Havelaar. Of de koffieveilingen van de Nederlandse handelsmaatschappij. Hertaling door Gijsbert van Es (25e druk). Wereldbibliotheek, 2026. Bestelinformatie bij de uitgever.
Laat een reactie achter