Hennep, of hennip, zoals ze in de Biesbosch zeggen. In de Biesbosch kom je diverse toponiemen met Hennip tegen. Behalve de in de titel genoemde plekken ook nog een Ruwen Hennip. Waarom die Hennip-toponiemen? In topotijdreis, kaarten van 1925, zijn ze te vinden.






De eerste gedachten zullen gaan naar hasjtelers die ergens in de wildernis van de Biesbosch een plantage met cannabisplanten hebben in de hoop dat politieagenten of boswachters de teelt niet zullen opmerken. Logisch dat je zo denkt, want sinds de jaren ’70 wordt er volop geprobeerd rijk te worden van puur-natuur Biesbosch-hasj.
Bagger
Hennep is er niet alleen om high mee te worden. Hennep is er ook om touw van te maken. Hennep is een vezelplant. De schepen van de VOC hadden sterke touwen, gemaakt van hennep.
In de tijd van de VOC was het huidige Biesboschgebied nog grotendeels binnenzee. Hoe konden daar geleidelijk aan platen (eilandjes) boven het water uitrijzen die hennep in hun naam hadden?
Je zou kunnen denken dat hennep prima geteeld kon worden op natte plekken. Dat is ook waar. Er bestonden in de Alblasserwaard hennepwerven. Een hennepwerf is een opgehoogd stuk land aan het water, geschikt gemaakt voor de teelt van hennep. In de aan de Biesbosch grenzende Alblasserwaard gebeurde dit volop in de vroegmoderne tijd (1500-1800). En behalve in het veenweidegebied waren er ook langs de grote rivieren door water omgeven, met bagger opgehoogde hennepakkers.
Namengalerij
Maar in de Biesbosch moet de hennepteelt onmogelijk geweest zijn. Hennep kan niet tegen zout. Uit landbouwkundige onderzoeken komt naar voren dat een beetje zilt al negatief op de groei van hennep uitpakt. Op de verspreidingskaart van de namen Hennepwerf en Hennepakker op de website van “Leestekens van het landschap” is te zien dat op de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden deze hennepnaam niet voorkomt. En evenmin in de Biesbosch. Zeker in de Biesbosch kwam, zelfs bij hogere platen, bij vloed of storm, het water hoog op de akkers.

Waarom zijn er dan toch hennep-toponiemen zoals genoemd in de titel van dit artikel in de Biesbosch? Mijn vraagtekens verdwenen toen ik vanuit het Biesboschmuseum het concept van een boekwerkje van 6 pagina’s onder ogen kreeg. Het was ouderwets typewerk, met de met pen geschreven correcties er nog in. Of het werkstuk met de titel “De Namengalerij van de Biesbosch” ooit officieel is uitgegeven weet ik niet. Het werkje is van de hand van Huib den Tuinder. Een groot kenner van de Biesbosch en haar geschiedenis.
In de Namengalerij lezen we dat de hennip-namen opslibbingen betroffen die net boven de vloedlijn uitkwamen. Daar werden jonge wilgentakken in gepoot. Zo ontstond een jong griendje op een jong stuk land.
Griendcultuur
Waarom de naam Hennip voor zo’n plek? De reden van het ontstaan van namen in de Biesbosch is zelden of nooit gedocumenteerd. Nee, we hoeven niet naar het Middelnederlands of naar het Germaans, of zelfs naar het Thracisch of Scytisch, waar het woord hennep waarschijnlijk zijn oorsprong heeft, zie verder de Etymologiebank. Het woord Hennip voor opgeslibde platen is vakjargon van griendwerkers in de Biesbosch. Veel namen in de Biesbosch ontstonden omdat vissers, griendwerkers of rietsnijders die naam bedachten vanuit hun professie. Zoals Steurgat en Biezengors.
De logische verklaring voor de hennep-toponiemen is dat de teelt van jonge wilgenplanten gelijkenis vertoonde met de hennepteelt. Op een perceeltje met bagger of natte grond, te midden van water. En net als de hennepplanten in de Alblasserwaard vormden de wilgenplanten vlot een wortelgestel in de natte modder. Deze parallellie verklaart de namen. En geeft nu verwarring, die vroeger niet kon optreden. Want de wereld van de griendwerkers in de Biesbosch was een totaal andere dan die in de Alblasserwaard of Altena. Alleen nu, nu niemand de griendcultuur van toen van nabij nog kent, ontstaat de verwarring. Zonder het boekje van Huib den Tuinder zouden etymologen wellicht nooit achter de herkomst van de hennip-toponiemen in de Biesbosch gekomen zijn.
Extra

Laat een reactie achter