• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Juffrouw Haan in Meneer Beerta

9 februari 2026 door Marc van Oostendorp 5 Reacties

Het eerste deel van Het Bureau heet Meneer Beerta, en het begint en eindigt ook met die naam. De eerste zin is:

‘Dag meneer Beerta,’ zei hij.

‘Hij’ is Maarten Koning, de hoofdpersoon van Het Bureau. En na 760 pagina’s staat er op de laatste bladzijde van Meneer Beerta:

Toen stond Beerta opnieuw op. Hij keek naar Maarten. ‘We moeten het er nog over hebben hoe je me nu voortaan moet aanspreken, nu ik geen directeur meer ben.’

De opmerking verraste Maarten. ‘Ik blijf maar gewoon meneer Beerta zeggen,’ zei hij zonder op te kijken.

‘Zoals je wilt,’ zei Beerta koel. Hij draaide zich om en ging weer zitten, bij Maarten de indruk achterlatend dat hij door dat antwoord diep gekwetst was.

Hoe je een ander aanspreekt en hoe je naar een ander verwijst als die er niet bij is, speelt sowieso een belangrijke rol in Meneer Beerta. Het is soms belangrijk om respect te tonen, maar dat respect kan, als iemand geen directeur meer is, ook kwetsen. Maarten Koning krijgt er in het laatste stuk van het boek zelf ook mee te maken, als hij zelf medewerkers krijgt, die jonger zijn dan hij, en die hem tot zijn ongenoegen maar met u en met meneer Koning blijven aanspreken, terwijl een van de weinige gebruiken die hij uit de Amerikaanse wetenschap wil overnemen is dat iedereen elkaar met voornamen en met je en jij aanspreekt.

Het is een manier waarop Voskuil in Meneer Beerta vorm geeft aan het centrale thema van zijn oeuvre: de vraag hoe je als mens te verhouden tot andere mensen.

Gevoelens

Bij vrouwen doet zich nog een extra complicatie voor. Zij worden nooit zomaar ‘Moederman’ of ‘Bavelaar’ genoemd maar ‘mevrouw Moederman’ en ‘juffrouw Bavelaar’. Dé Haan, het hoofd van de afdeling ‘Volkstaal’ van het Bureau waar Maarten werkt en waarvan Beerta dus tot het einde van het boek de directeur is, is niet getrouwd en zou daarom met juffrouw moeten worden aangesproken. Zij staat er echter op dat men mevrouw gebruikt, omdat ze gepromoveerd is. Maarten weigert dat, omdat hij dat pretentieus vindt, en hij houdt niet van pretentie. Totdat hij op een bepaald moment haar emotie daarover ziet en in ieder geval een keer ‘mevrouw Haan’ zegt.

Overigens worden titels door alle personages alleen met enige ironie gebruikt, behalve door de Vlamingen die het vol respect hebben over ‘professor Pieters’ en ‘doctor Beerta’.

Maar behalve dat de personages in een boek elkaar moeten aanspreken en het over elkaar hebben en dan een vorm moeten vinden om naar elkaar te verwijzen, heeft Het Bureau ook nog een verteller. Dat is een instantie die Maarten Koning de hele tijd heel nauwkeurig volgt en ook toegang heeft tot diens gedachten en gevoelens.

Neutraal

Maar uit zijn naamkeuzes blijkt ook dat die verteller, ook al verwijst hij naar Maarten met ‘hij’ en ‘Maarten’, altijd het perspectief van Maarten Koning kiest. Als Maarten personen met hun achternaam aanduidt (‘Balk’, ‘Slofstra’, ‘Beerta’), dan doet de verteller dat ook. Kiest Maarten voor de voornaam (‘Hendrik’, ‘Frans’), dan maakt de verteller dezelfde keuze. Bij sommige van de medewerkers switcht Maarten van achternaam naar voornaam, als hij ze beter leert kennen (‘Asjes’ wordt ‘Bart’ als hij in dienst treedt), en ook daar volgt de verteller hem in. Alleen aan het begin van een nieuwe scene (de roman is opgebouwd uit scenes) gebruikt de verteller soms, ik neem aan voor de duidelijkheid, voor- en achternaam (‘Bart Asjes’), maar dat verandert dan verder in de scene meteen weer in ‘Bart’.

De enigen die als ik het goed zie door de verteller nóóit met hun achternaam worden genoemd – die achternaam kom je alleen te weten uit dialogen – zijn Maarten en zijn vrouw Nicolien.

De verteller kiest zo dus ongemerkt heel erg de positie van Maarten. Hoe dichterbij, hoe normaler de voornaam, hoe verder weg, hoe afstandelijker de manier van aanspreken.

Dat wordt het allerduidelijkst in het geval van Dé Haan. Haar blijft de verteller tot het einde van Meneer Beerta aanduiden als ‘juffrouw Haan’. Omdat je geneigd bent de verteller als min of meer neutraal te beschouwen, versterkt dat de indruk dat Haan zich aanstelt als ze mevrouw genoemd wil worden. Want eigenlijk heet ze natuurlijk ‘juffrouw Haan’.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: 20e eeuw, aanspreekvormen, J.J. Voskuil, letterkunde

Lees Interacties

Reacties

  1. Robbert-Jan Henkes zegt

    9 februari 2026 om 07:55

    Ik snap het niet, Marc. Je merkt aan die allereerste zin toch al dat er hier een ontzettende zuiger aan het woord is?

    ‘Dag meneer Beerta,’ zei hij.

    Niet “zei Maarten”, nee, “zei hij”. Om in te peperen – in de eerste zin al! – dat deze Maarten zich overal en altijd afzijdig houdt, iedereen louter ironisch beschouwt, nooit het achterste van zijn tong laat zien, alle menselijk contact opslaat om ’s avonds geniepig en van haat vervuld te kunnen optekenen. Je merkt toch aan de eerste regel al dat hier een enorme lafbek aan het woord is? Iemand die je nooit recht in de ogen zal kijken?

    Hoe hou je dat in godsnaam langer dan één regel vol?

    Beantwoorden
  2. Robert Walter Joseph Kruzdlo zegt

    9 februari 2026 om 12:15

    Hij is een ‘dubbelvoorhooftige’ schrijver. Met zijn zintuigen komt hij in contact met de buitenwereld en met zijn abstracte intelligentie, zijn innerlijke wereld – die je het binnenbrein zou kunnen noemen – met fantasieën. Hij, geraakt in een evenwicht. Dus er moet een verband bestaan met deze twee werelden. Er moet dus een weegschaal zijn. Literaire weegschaal. De HIJ is de derde, immers de twee schalen moeten in evenwicht zijn. “Gevoel van verband wordt door de schrijver beschreven. Het kan ook een lul zijn of: bij Maarten de indruk achterlatend dat hij door dat antwoord diep gekwetst was.

    Je moet dus eerst de ‘dubbelvoorhooftigheid’ doorhebben, dan de schrijver en zijn abnormaliteit. Hij kan zomaar een rationele idioot of imbeciel zijn. Of als derde, een dwangneurotische genie! Shakespeare, Poe, Geerten Meijsing… Een retorische bezetenheid die prachtige literatuur heeft voortgebracht.

    Hoe geniepig dan ook, het ligt nu geheel bloot.

    Beantwoorden
    • Robbert-Jan Henkes zegt

      9 februari 2026 om 13:03

      Ja, ik besef dat ik bij de beoordeling van deze literatuur een buitenliterair criterium heb ingeroepen, namelijk geniepigheid. Maar daar staat tegenover dat veel mensen Voskuil ook lezen en fantastisch vinden om buitenliteraire redenen, namelijk om mee te kunnen gniffelen en ginnegappen om anderen, en heerlijk in de luie stoel mensen afgezeikt te zien worden door de feitelijk intens ongelukkige stumper Voskuil, tevens achterbakse smiecht. In elk geval komt elke vezel in mijn lijf in opstand tegen Het Bureau, en dan heb ik werkelijk maar één regel gelezen.

      Terzijde: is daar al eens onderzoek naar gedaan, in hoeverre literatuur gewaardeerd wordt om buitenliteraire redenen? Ik denk dat de uitkomsten schokkend zullen zijn.

      Beantwoorden
      • Robert Walter Joseph Kruzdlo zegt

        9 februari 2026 om 16:11

        Ja schokkend en meer. In het Duits: Ohrensessel. Afluisteren, beluisteren en mensen beschimpen die worden bespied. Achter het gordijntjes loeren: uitzuigen en achterklap, sadomasochisme en onder een puinais stoppen. Wie kon dat beter? Het is meer dan irritatie: het is ook excitatie, agitatie, opwinding en voor het vuurpeloton. Ze zouden je eerst kapotgemaakt hebben en daarna vernietigd, als je er niet op het beslissende en op het allerlaatste moment vandoor was gegaan.

        Toch is het literatuur en mag je de gesel over de schrijver laten klakken zo vaak je wilt: het slachtoffer is een schrijver.

        Ik heb hem een keer ontmoet en dacht dat ik met een agent van, het, een kомитет государственной безопасности te maken had.

        Eigenlijk is dit de proza maar dan op zijn Hollands.

        Beantwoorden
      • Marc van Oostendorp zegt

        9 februari 2026 om 21:49

        De eerste keer dat ik Het Bureau las, moest het in zekere zin wel: het is immers óók een geschiedenis van het bureau waaraan ik zelf uiteindelijk ook 26 jaar verbonden zou zijn – bijna net zo lang als Voskuil. Maar ik ben gefascineerd geraakt door dat personage, met al zijn tegenstrijdigheden, onaangenaamheden en complexen. (Overigens heeft hij voor meneer Beerta wel sympathie, meneer Beerta is denk ik het mooiste personage in het boek.)

        Ik zelf lees boeken overigens net zo graag om buitenliteraire als om literaire redenen. Een potje gniffelen is nooit weg.

        Beantwoorden

Laat een reactie achter bij Robert Walter Joseph KruzdloReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Monique Wilmer-Leegwater • De zoon en de nacht

En dan de zoon, zoveel zoon. De sterke grote
zoon, ontsproten aan de warmste moederschoot.
Aan een woud met duizend dalen, bergen, meren.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

KLACHT DER AGRESSIE

Ik ben een langzame kogel die bij zijn baas wil blijven.

Bron: datering: 1970; Hun gratie is verborgen, postuum verschenen, 1991

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

6 maart 2026: De zaak Anna B.

6 maart 2026: De zaak Anna B.

6 februari 2026

➔ Lees meer
19 februari 2026: Hoe dacht de middeleeuwer over de ideale date?

19 februari 2026: Hoe dacht de middeleeuwer over de ideale date?

5 februari 2026

➔ Lees meer
5-7 februari 2026: Anne Frankcongres in Rome

5-7 februari 2026: Anne Frankcongres in Rome

5 februari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1947 Ton Broos
➔ Neerlandicikalender

Media

In gesprek met dichter Jeroen Van Wijk

In gesprek met dichter Jeroen Van Wijk

9 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Learning Dutch: it’s a marathon, not a sprint

Learning Dutch: it’s a marathon, not a sprint

8 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Nieuw uiterlijk vmbo-examen Nederlands

Nieuw uiterlijk vmbo-examen Nederlands

7 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d